Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De aarde van binnen naar buiten

Total questions: 24

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Gebied tussen 200 en 500 meter boven NAP

a)

Hooggebergte

b)

Heuvelland

c)

Middelgebergte

d)

Laagland

2.

Gebied dat hoger ligt dan 1.500 meter boven NAP

a)

Hooggebergte

b)

Heuvelland

c)

Middelgebergte

d)

Laagland

3.

Gebied dat lager ligt dan 200 meter boven NAP

a)

Hooggebergte

b)

Heuvelland

c)

Middelgebergte

d)

Laagland

4.

Gebied dat tussen 500 en 1.500 meter boven NAP ligt

a)

Hooggebergte

b)

Heuvelland

c)

Middelgebergte

d)

Laagland

5.

Trilling van de aarde, meestal veroorzaakt door een plotselinge verschuiving van stukken aardkorst

a)

Tsunami

b)

Aardbeving

c)

Plaattektoniek

d)

Vulkaan

6.

Zeer hoge golf die ontstaat. na een zeebeving

a)

Tsunami

b)

Aardbeving

c)

Plaattektoniek

d)

Vulkaan

7.

Beweging van aardplaten onder invloed van stromingen in de onderliggende mantel

a)

Tsunami

b)

Aardbeving

c)

Plaattektoniek

d)

Vulkaan

8.

Berg opgebouwd uit materiaal dat uit het binnenste van de aarde is geworpen of uitgevloeid.

a)

Tsunami

b)

Aardbeving

c)

Plaattektoniek

d)

Vulkaan

9.

Grensvlak tussen twee platen

a)

Breuk

b)

Krater

c)

Reliëf

d)

Plaat

10.

Vulkaanopening waaruit lava, gas en as is gekomen

a)

Breuk

b)

Krater

c)

Reliëf

d)

Plaat

11.

Hoogteverschillen in het landschap

a)

Breuk

b)

Krater

c)

Reliëf

d)

Plaat

12.

Deel van de aardkorst

a)

Breuk

b)

Krater

c)

Reliëf

d)

Plaat

13.

Uitschurende werking van water, ijs en wind

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

14.

Ijsmassa die langzaam uit een gebergte naar beneden schuift.

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

15.

Afbraak van gesteente onder invloed van het weer en plantengroei

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

16.

Neerleggen van verweringsmateriaal als de transportsnelheid van water, wind of ijs afneemt.

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

17.

Waterdamp verandert in waterdruppels

a)

Condensatie

b)

Verdamping

c)

Infiltratie

d)

Transpiratie

18.

Waterdruppels verandert in waterdamp

a)

Condensatie

b)

Verdamping

c)

Infiltratie

d)

Transpiratie

19.

Water zakt in de bodem

a)

Condensatie

b)

Verdamping

c)

Infiltratie

d)

Transpiratie

20.

Water verdampt uit planten en bomen

a)

Condensatie

b)

Verdamping

c)

Infiltratie

d)

Transpiratie

21.

Klimaat met koele zomers, zachte winters en het hele jaar kans op neerslag

a)

zeeklimaat

b)

landklimaat

c)

Steppeklimaat

d)

Toendraklimaat

22.

Klimaat met hete zomers, koude winters en er valt weinig neerslag

a)

zeeklimaat

b)

landklimaat

c)

Steppeklimaat

d)

Toendraklimaat

23.

Klimaat met weinig neerslag waardoor er geen bomen groeien

a)

zeeklimaat

b)

landklimaat

c)

Steppeklimaat

d)

Toendraklimaat

24.

Zeer koud klimaat met weinig neerslag (meestal sneeuw)

a)

zeeklimaat

b)

landklimaat

c)

Steppeklimaat

d)

Toendraklimaat