wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 8 Over de grens

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Een Nederlands gezin gaat op vakantie naar Frankrijk. Wat is het effect op de dienstenbalans?

a)

Positief

b)

Negatief

c)

Geen effect

2.

Amerika heft 25% belasting op Chinese producten. Hier is sprake van....

a)

Invoerrechten

b)

Contingentering

c)

Importquota

d)

Exportsubsidie

3.

Wat beschermen we als we het hebben over protectionisme?

a)

vrijhandel

b)

import

c)

Binnenlandse markt

d)

Wereldhandel

4.

Vul de open plekken in: Nederland heeft een ...(a)…. economie, want er is in verhouding tot het

nationaal inkomen …(b)... export en import.

a)

(a) gesloten (b) veel

b)

(a) gesloten (b) weinig

c)

(a) open (b) veel

d)

(a) open (b) weinig

5.

Bekijk de afbeelding. Is er sprake van een overschot of een tekort op de handelsbalans?

a)

Overschot

b)

Tekort

c)

Is in balans

6.

EMU staat voor ...

a)

Eerste Mogelijke Unie

b)

Europese Makelaardij Unie

c)

Eerste Monetaire Unie

d)

Europese Monetaire Unie

7.

Polen is lid van de EU. Veel Polen werken in Duitsland en Nederland. Dat is toegestaan omdat er in de EU vrij verkeer van ... is

a)

goederen en diensten

b)

personen

c)

verkeer en kapitaal

8.

Meer export betekent voor Nederland ...

a)

meer productie en toename van de werkloosheid

b)

minder productie en een daling van de werkloosheid

c)

toename van de werkgelegenheid

d)

daling van de werkgelegenheid

9.

Welk land staat op het punt om uit de Europese Unie te stappen?

a)

Frankrijk

b)

Noorwegen

c)

Groot Brittanie

d)

Duitsland

10.

Hoe noem je het dat er binnen de EU onder andere vrij verkeer van goederen is?

a)

Interne markt

b)

Globalisering

c)

Contingentering

d)

Protectiemaatregelen

11.

Nederland mag maar maximaal 10 ton tomaten invoeren. Hoe noem je dit?

a)

Contingentering

b)

Invoerrechten

c)

Exportsubsidie

d)

Importmax

12.

Als nederlander mag je geld in Duitsland op de bank zetten. Onder welk vrij verkeer valt dit?

a)

Goederen

b)

Geld

c)

Personen

d)

Kapitaal

13.

Een product wordt geproduceerd in het land dit dat het beste en goedkoopste kan. Dit noem je?

a)

Globalisering

b)

Internationale arbeidsverdeling

c)

Internationale concurrentiepositie

d)

Consumer power

14.

Wanneer heeft een land een monocultuur?

a)

Als ze veel handelen met andere landen

b)

Als het een ontwikkelingsland is

c)

Als ze te afhankelijk zijn van één product

d)

Als ze weinig handelen met andere landen