NEW
Font size
WorksheetsH4 (Fi, Wo, Gr) brugklas
Total questions: 20
Worksheet time: 11mins
Wat is geen prijs voor jeugdboeken?
Gouden Griffel
Woutertje Pieterse Prijs
Gouden Lijst
Prijs van de Jonge Jury
Libris Literatuur Prijs
Welke van de volgende prijzen wordt niet door een vakjury uitgereikt?
Gouden Lijst
Gouden Griffel
Prijs van de Jonge Jury
Woutertje Pieterse Prijs
Welke van de volgende prijzen is specifiek bedoeld voor jeugdboeken in de categorie 12-15 jaar?
Gouden Lijst
Gouden Griffel
Woutertje Pieterse Prijs
Als je in een tekst een woord tegenkomt in een tekst dat je niet kent, wat doe je dan als eerst?
Je vraagt je af of het woord belangrijk is om de tekst te begrijpen.
Je kijkt of je de betekenis kunt afleiden uit de context.
Je kijkt of je de betekenis kunt afleiden uit het woord zelf.
Je zoekt het woord op in een woordenboek of op internet.
Welke strategie pas je toe als je de betekenis van het woord frikoos wilt bepalen in deze zin?
Vroeger was hij behoorlijk frikoos, maar de laatste tijd lijkt hij een stuk vrolijker.
Je gebruikt de context: het woord wordt uitgelegd.
Je gebruikt de context: er staat een woord met een tegengestelde betekenis in de zin.
Je gebruikt de context: er wordt een voorbeeld genoemd.
Je gebruikt het woord zelf: het woord heeft een voor- of achtervoegsel dat je kent.
Wat betekent erkennen?
inzien, toegeven
inzien dat iets niet zo heel belangrijk is
aantonen, aan het licht brengen
erover nadenken, de voors en tegens afwegen
Wat betekent het formaat?
grootte, afmeting
aankoop
maat voor energie
juiste opeenvolging van oorzaak en gevolg
Wat betekent alsmaar?
steeds, voortdurend
ouderwets, niet meer van deze tijd
bijna
krachtig
Welk woord hoort bij de betekenis aantonen, aan het licht brengen?
Uitwijzen
Relativeren
Vervellen
Aanvoeren
Welk woord hoort bij de betekenis niet te voorkomen?
onvermijdelijk
achterhaald
excellent
energiek
Welke uitspraak over het meewerkend voorwerp is waar?
In elke zin staat een meewerkend voorwerp.
Een meewerkend voorwerp begint altijd met aan of voor.
Je vindt het meewerkend voorwerp door de vraag: aan/voor wie/wat + wg + o + lv.
Wat is het meewerkend voorwerp in onderstaande zin?
De ober brengt de klanten een kopje koffie.
Deze zin heeft geen meewerkend voorwerp.
De ober
De klanten
Een kopje koffie
Wat is het meewerkend voorwerp in onderstaande zin?
Ik zie hem meestal aan de waterkant.
Deze zin heeft geen meewerkend voorwerp.
Ik
hem
aan de waterkant
Bepaal de tijd van onderstaande zin.
De leraar is gisteren nogal tegen hem uitgevallen.
o.t.t.
o.v.t.
v.t.t.
v.v.t.
Bepaal de tijd van onderstaande zin.
Ik ga echt niet naar hem zitten luisteren!
o.t.t.
o.v.t.
v.t.t.
v.v.t.
Bepaal de persoonlijke voornaamwoorden in onderstaande zin.
Wij geloven niet dat jij hem jouw geheim echt verteld hebt.
Wij, jij, hem
Wij, jij, hem, jouw
Wij, jij, jouw
Jij, hem, jouw
Wij, jij
Hun of hen?
Ik geloof ... (1) niet, want ik heb ... (2) dat verhaal al eerder verteld bij ... (3) thuis.
1: hun, 2: hen, 3: hen
1: hen, 2: hun, 3; hen
1: hen, 2: hun, 3: hun
1: hun, 2: hen, 3: hun
Bezittelijk of persoonlijk voornaamwoord?
Ons vertrouwen heb je, want hebt haar altijd geholpen.
Ons: psv, haar: bzv
Ons: bzv, haar: psv
Ons: psv, haar: psv
Ons: bzv, haar: bzv
Welke van de onderstaande woorden kan zowel persoonlijk als bezittelijk voornaamwoord zijn?
jou
jullie
onze
zijn
Bepaal de bezittelijke voornaamwoorden in onderstaande zin.
Jouw oppas en mijn schoonzus hebben gisteren je kamer opgeruimd.
Jouw, mijn, je
Jouw, mijn
Jouw, je
Mijn, je
