NEW
Font size
Worksheetstoets H5 en H6 lj. 1
Total questions: 63
Worksheet time: 41mins
Een nieuwsbericht of achtergrond artikel heeft
een amuserend doel
een informatief doel
een activerend doel
een overtuigend doel
Een stripverhaal heeft een
amuserend doel
informatief doel
activerend doel
overtuigend doel
Een advertentie voor hulp aan Afrika heeft een
amuserend doel
informatief doel
overtuigend doel
activerend doel
Een handleiding of instructie heeft een
amuserend doel
informatief doel
activerend doel
overtuigend doel
Waar kun je de kernzin vinden?
Dat kun je niet weten
In het midden van een alinea
Het is altijd de eerste zin
In de eerste, tweede of juist laatste zin van een alinea
Het belangrijkste doel van een brief van de NS over tariefswijzigingen is ...
informeren
instrueren
overhalen
overtuigen
Wat zijn de 5 tekstdoelen?
Informeren, instructies geven, overtuigen, activeren, amuseren/ ontroeren
Informeren, leukigheid, overtuigen, activeren, lezen
Instructies geven, amuseren/ ontroeren, overtuigen, de lees motor activeren, artikel
Plezier, overtuigen, activeren, artikel, informeren
Wanneer gebruik je de tegenwoordige tijd?
Als iets nu gebeurt
Als iets later gebeurt
Als iets al voorbij is
Wat is een sterk werkwoord?
Woorden zoals 'kracht, gewichtheffen en bodybuilding'
Een werkwoord krijgt een andere klank in de verleden tijd
Een werkwoord kan niet in de verleden tijd worden gezet
Sterke werkwoorden bestaan niet
Hoe weet je hoe je een sterk werkwoord schrijft?
't ex-kofschip
Langer maken
Dit moet je onthouden
Sterke werkwoorden schrijf je net als zwakke werkwoorden
Hoe maak je de stam van een werkwoord?
-en van het hele werkwoord afhalen
't ex-kofschip gebruiken
Het werkwoord langer te maken
Het werkwoord vooraan de zin te zetten
Waar kun je 't ex-kofschip voor gebruiken?
Als je niet weet of de persoonsvorm met -de(n) of -te(n) geschreven moet worden
Als je niet weet hoe je een sterk werkwoord schrijft
Als het werkwoord in het meervoud staat
Als er meerdere werkwoorden in de zin staan
Verleden tijd
Het verlegen kind (durven) ... niet binnen komen.
durvde
durfte
durfden
durfde
Tegenwoordige tijd
Kristine (feliciteren) ... hem voor zijn verjaardag.
felicetert
feliciteert
feliciteer
feliciteerde
Verleden tijd
Maar even later (verdwijnen) ...... de ruzie als vanzelf.
verwijnt
verdwijnde
verdween
verdwenen
Tegenwoordige tijd
Hij (googelen) ...... alles wat hij niet weet.
Googelt
Googlet
Googled
Googeld
Tegenwoordige tijd
Hij (branden) ... zijn vinger aan de hete pan.
Branden
Brand
Brandt
Brant
Het meisje ......... (barsten) in tranen uit gisteren.
barste
barstte
barstten
barst
De stagiair is met zijn stage .............. (stoppen).
gestopt
gestopd
De leerlingen uit de tweede klas hebben een culturele middag ............ (beleven)
beleeft
beleefd
beleefte
beleefde
Gisteren ................ (zoeken) hij een hele tijd naar jou.
zoekt
zoekte
zocht
Mijn zusje heeft drie sigaretten ............... (roken).
roken
rookt
geroken
gerookt
Juliette ... 13 jaar oud !
heb
ben
Ik weet het niet !
is
De beste vriend van Milo ... Clarence
is
heeft
heb
zijn
Sarah ... een gsm.
heb
heeft
zijn
is
Ik ... geen schrift vandaag !
heeft
heb
hebt
hebben
Vul in op de puntjes, in de verleden tijd:
De leerlingen van de leerlingenraad ... hun klasgenoten.
informeren
informeerde
informeerden
informeer
Vul in op de puntjes, in de verleden tijd:
Hoe ... de vorige koningin van Nederland?
heet
heette
hete
heetten
Vul in op de puntjes, in de verleden tijd:
Mijn broertje van vijf ... alweer zijn glas melk om.
stoot
stote
stootte
stootten
Vul in op de puntjes, in de verleden tijd:
Het winkelpand ... volgens de krant helemaal uit.
brand
brande
brandde
brandden
Vul in op de puntjes, in de verleden tijd:
Tijdens de cruise ... mijn opa en oma heerlijk uit.
rusten
ruste
rustten
rustte
(missen)
Ik ........ mijn trein en kwam te laat
mistte
miste
misde
mis
(ruiken)
De verwaarloosde man ..... je al van verre
ruiktte
ruiktten
ruikte
rook
(tennissen)
Waar ...... het duo het afgelopen weekend?
tenniste
teniste
tennisde
Tenniste
(lachen)
Gisteren ...... wij ons een hoedje om de mop van de vierjarige.
lachden
lachtten
lagten
lachten
Waar of niet waar:
Bij zelfstandige naamwoorden die eindigen op een -a, -o, -u, -i of -y, schrijf je 's in het meervoud.
Waar
Niet waar
Wat is het meervoud van positie?
positiën
positieën
posities
positie's
Wat is het meervoud van penalty?
penalty's
penaltys
penalties
penaltiën
Vul de juiste vorm van het werkwoord in.
......... (melden, tt) je je even bij de wedstrijdleiding?
Meld
Meldt
Melt
Met welk leesteken moet deze zin eindigen?
Vond je het ook niet een supergaaf concert
Punt
Uitroepteken
Vraagteken
Welke van deze werkwoorden is sterk?
Ploeteren
Zwijgen
Horen
Ontmoeten
Welke van deze werkwoorden is sterk?
Schelden
Verlangen
Branden
Breien
Welk woord uit de zin is een zelfstandig naamwoord?
Ik koop een bal.
ik
koop
een
bal
Wat is het zelfstandig naamwoord in deze zin?
Hij koopt die auto.
hij
koopt
die
auto
Wat is in deze zin het zelfstandig naamwoord?
De lucht is erg mooi.
de
lucht
is
mooi
Wat is het meervoud van: de computer
de computeren
de computers
de computer's
de computerren
Wat is het meervoud van: de boom
De bomen
De boomen
De bommen
De boms
Als je de stam van een werkwoord maakt, haal je er alleen -en af.
Juist
Onjuist
De stam van lopen is:
lop
loop
loopt
Sebastien Haller (voetballen) bij FC Utrecht.
