Worksheets2BK Talent grammatica woordsoorten 1.4, 2.4 en 3.4
Total questions: 40
Worksheet time: 7mins
Hij maakt ook de moeilijke opdrachten in zijn schrift.
Welk woordsoort?
Hij
lidwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
persoonlijk voornaamwoord
De docent zegt dat ook tegen hen.
Welk woordsoort?
De
lidwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
telwoord
voorzetsel
De docent zegt dat ook tegen hen.
Welk woordsoort?
docent
lidwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
telwoord
voorzetsel
De jongen stalde zijn fiets naast het fietsenrek onder de brug.
Welk woordsoort?
naast
lidwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
voorzetsel
telwoord
De jongen stalde zijn fiets naast het fietsenrek onder de brug.
Welk woordsoort?
brug
lidwoord
zelfstandig naamwoord
telwoord
voorzetsel
werkwoord
De jongen stalde zijn fiets naast het fietsenrek onder de brug.
Welk woordsoort?
onder
lidwoord
zelfstandig naamwoord
bezittelijk voornaamwoord
voorzetsel
persoonlijk voornaamwoord
De jonge vader zocht in het bos naar takken voor in zijn houtkachel.
Welk woordsoort?
jonge
lidwoord
zelfstandig naamwoord
telwoord
voorzetsel
bijvoeglijk naamwoord
De jonge vader zocht in het bos naar takken voor in zijn houtkachel.
Welk woordsoort?
De
lidwoord
zelfstandig naamwoord
telwoord
voorzetsel
werkwoord
De jonge vader zocht in het bos naar takken voor in zijn houtkachel.
Welk woordsoort?
vader
lidwoord
zelfstandig naamwoord
telwoord
voorzetsel
werkwoord
De jonge vader zocht in het bos naar takken voor in zijn houtkachel.
Welk woordsoort?
bos
lidwoord
zelfstandig naamwoord
bezittelijk voornaamwoord
voorzetsel
bijvoeglijk naamwoord
De woorden de, het en een zijn lidwoorden.
Juist
Onjuist
Een naam zoals ''Jan'' is een ...
Bijvoeglijk naamwoord
voorzetsel
Zelfstandig naamwoord
Werkwoord
Een zelfstandig naamwoord is een woord voor: mensen, dieren, planten, dingen of namen.
Juist
Onjuist
''Johan heeft de ...... televisie kapot gemaakt.''
Wat kan je op de plaats van de puntjes invullen?
Werkwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Voorzetsel
Lidwoord
Een ..... zegt wat iets of iemand doet of overkomt. We noemen ze ook wel "doe-woorden".
Telwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Het werkwoord in deze zin is:
Het woordje ''op'' in de zin is een voorzetsel
''De auto van Jan is duur.''
Het woordje duur in de zin is een:
Werkwoord
Telwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Mijn telefoon zit nog in mijn kluisje.''
Het woord ''in'' is een ...
Vragend voornaamwoord
Telwoord
Zelfstandig naamwoord
Voorzetsel
De slordige jongen heeft de boeken voor een ander vak bij zich.
vz
lw
bn
zn
tw
De slordige jongen heeft de boeken voor een ander vak bij zich.
vz
lw
bn
zn
tw
De jonge meisjes gingen op vakantie naar Ibiza.
vz
lw
bn
zn
tw
De jonge meisjes gingen op vakantie naar Ibiza.
vz
lw
bn
zn
tw
De jonge meisjes gingen op vakantie naar Ibiza.
vz
lw
bn
zn
tw
Het autootje van mijn lieve, oude oma is rood.
vz
lw
bn
zn
tw
Het autootje van mijn lieve, oude oma is rood.
vz
lw
bn
zn
tw
Welke zin past bij een werkwoord?
Het zegt iets over een ander woord.
Het is een mens, dier of ding.
Het is een doe-woord
Er staat altijd ge, be, ver of ont voor.
Welke woorden zijn werkwoorden?
School
Bureau
Lopen
Stoel
Gaan
Welke zin past bij een werkwoord?
Er komt een e of en achter het woord
Het zegt iets over een ander woord.
Je kunt er de, het of een voor zetten
Je kunt er ik, jij, hij, zij of wij voor zetten.
Welke woorden zijn werkwoorden?
Potlood
Rekenen
Schaatsbaan
Glas
Worden
Welke woorden zijn werkwoorden?
Gebeurd
Dag
Elke
Fijn
Zijn
Het hele werkwoord noem je ook wel de ......
infinitief
hele werkwoorden
lidwoorden
woordsoorten
persoonsvorm
Ravenklauw
Griffoendor
Zwadderich
Huffelpuff
Harry is een.....?
Huffelpuff
Griffoendor
Ravenklauw
Zwadderich
Hoe heette Harry's uil?
Pluisje
Schurfie
Hedwig
Knikkebeen
Wie vertelde aan Harry dat hij een tovenaar is?
Wie is Harry Potter's grootste vijand?
