wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Verbranding & Ademhalen & Voeding & Vertering

Total questions: 53

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de indicator voor CO2

a)

kalkwater

b)

jodium

c)

helder kalkwater

d)

glucose

2.

Uitgeademde lucht bevat meer waterdamp dan ingeademde lucht

a)

waar

b)

niet waar

3.

Welke dieren zijn warmbloedig?

a)

vissen en kikkers

b)

reptielen

c)

Alleen zoogdieren

d)

vogels en zoogdieren

4.

In de bronchiën vindt gaswisseling plaats

a)

waar

b)

niet waar

5.

De huig sluit de neusholte af.

a)

waar

b)

niet waar

6.

Wat is de stand van de huig en strottenklep bij inademen?

a)

open, open

b)

dicht,open

c)

open, dicht

d)

beide dicht

7.

Bij inademen gaan de ribben en het middenrif omhoog

a)

waar

b)

niet waar

8.

Het percentage stikstof wat je in en uitademt is gelijk.

a)

waar

b)

niet waar

9.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

Ze een heel groot oppervlakte samen hebben en een dikke wand hebben

b)

Ze een hele dikke wand hebben waardoor water en opgeloste voedingsstoffen makkelijk doorheen kan

c)

Ze een heel groot oppervlakte hebben en maar 1 cellaag dik zijn

10.

Bij hooikoorts is men allergisch voor het stuifmeel van bomen

a)

waar

b)

niet waar

11.

Wat verstaan we onder gaswisseling

a)

het uitwisselen van zuurstof en koolstofdioxide in de longblaasjes

b)

het uitwisselen van stikstof en zuurstof in de longblaasjes

c)

Het uitwisselen van stikstof en zuurstof tussen cellen en bloed

d)

het opnemen van zuurstof in het bloed

12.
De grondstofwisseling van een muis en een slang worden met elkaar vergeleken. De temperatuur is 10 graden Celsius. wie heeft de hoogste grondstofwisseling? en waarom?
a)
de muis, omdat hij veel verbranding heeft
b)
de muis, omdat hij weinig verbranding heeft
c)
de slang omdat hij veel verbranding heeft
d)
de slang omdat hij weinig verbranding heeft
13.
Zoogdieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
14.
Nummer 2 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
15.
Nummer 7 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
16.
In de animatie zie je 
a)
de buik- of middenrifademhaling
b)
de borstademhaling
c)
allebei
d)
geen van beide
17.
Het gas dat bedoelt wordt met pijl A heet
a)
zuurstof
b)
koolstofdioxide
c)
stikstof
d)
edelgassen
18.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht droger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht schoner wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
19.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
20.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
21.
Welke 2 stoffen komen altijd vrij bij de verbranding van een kaars?
a)
zuurstof en water 
b)
kaarsvet en koolstofdioxide
c)
water en koolstofdioxide
d)
water en zuurstof 
water en kaarsvet
22.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
23.
Wat is een indicator?
a)
Een stof waar iets inzit
b)
Een orgaan
c)
Een stof waarmee ik een andere stof aantoon
d)
Een stof waarmee ik een andere stof weg krijg
24.

Bij de mens wordt suiker (glucose) verbrand.

Welke vorm van energie komt er dan vrij?

a)

Warmte en beweging

b)

warmte en licht

c)

licht en beweging

d)

alleen beweging

25.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
26.

Een pantoffeldiertje ademt via de longen

a)

waar

b)

niet waar

27.

Een insect ademt via zijn mond

a)

waar

b)

niet waar

28.

Hoe heten de openingen aan de zijkant van het achterlijf van een rups?

a)

Tracheeën

b)

Stigma's

29.

Bij vissen zijn bij inademing:

a)

de bek open en de kieuwdeksels open

b)

de bek open en de kieuwdeksels dicht

c)

de bek dicht en de kieuwdeksels dicht

d)

de bek dicht en de kieuwdeksels open

30.
Vissen halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
31.
Volwassen amfibieën halen adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
32.
Bronchitis is meestal een ontsteking bij letter
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
33.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht droger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht schoner wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
34.
Deze voedingstof is bouwstof en brandstof maar geen reservestof of beschermende stof.
a)
Eiwitten
b)
Koolhydraten
c)
Vetten
d)
Water
35.
Welke voedingstof moet je verteren voor het opgenomen kan worden?
a)
Glucose
b)
Mineralen
c)
Water
d)
Zetmeel
36.
Welk van de onderstaande sappen bevatten enzymen
a)
Alvleessap en speeksel
b)
Alvleessap en maagzuur
c)
Gal en maagzuur
d)
Gal en speeksel
37.
Hoe heet orgaan 1?
a)
Dikke darm
b)
Dunne darm
c)
Endeldarm
d)
Twaalfvingerige darm
38.
Dit sap zorgt ervoor dat vet en water kunnen mengen.
a)
Alvleessap
b)
Gal
c)
Maagsap
d)
Speeksel
39.
Hoe heet orgaan 3?
a)
Dikke darm
b)
Dunne darm
c)
Endeldarm
d)
Twaalfvingerige darm
40.
Hier worden de koolhydraten opgenomen?
a)
Dikke darm
b)
Dunne darm
c)
Twaalfvingerige darm
41.
Deze darm bevat darmvlokken.
a)
Dikke darm
b)
Dunne darm
c)
Twaalfvingerige darm
42.
Welk orgaan maakt alvleessap?
a)
5
b)
6
c)
7
d)
8
43.
Welk orgaan maakt gal?
a)
5
b)
6
c)
7
d)
8
44.
Wat is geen voedingsmiddel?
a)
Aardappel
b)
Ei
c)
Banaan
d)
Zetmeel
45.
Juist of onjuist? Mineralen behoren tot 2 groepen binnen de voedingstoffen.
a)
Juist, bouwstoffen en beschermende stoffen
b)
Onjuist, alleen beschermende stoffen
46.
De hoeveelheid voeding dat je tot je moet nemen is afhankelijk van ..........................
a)
Geslacht, leeftijd, lichaamsgrootte, lichamelijke inspanning en cultuur
b)
Omgeving, leeftijd, geslacht en lichamelijke inspanning
c)
Geslacht, leeftijd, lichaamsgrootte en lichamelijke inspanning
47.
Juist of onjuist? Een tekort aan een bepaald soort voedingsstof kan leiden tot ondervoeding
a)
Juist
b)
Onjuist, alleen door te weinig voedsel ontstaat ondervoeding
48.
Sommige voedingsstoffen kunnen zo door de wand van het darmkanaal heen in het bloed worden opgenomen. Dit zijn ..............
a)
Koolhydraten, vetten, mineralen, vitamines en water
b)
Glucose, fructose, vitamines en water
c)
Eiwitten, glucose, mineralen, vitamines en water
d)
Glucose, mineralen, vitamines en water
49.
Zie afbeelding (gif). Welke bewegingen die de lengte- en kringspieren afwisselend in de darmwand maken, worden hier afgebeeld?
a)
Periscopische beweging
b)
Periostaltische beweging
c)
Peristaltische beweging
50.
Zie afbeelding. Hier zie je het proces van emulgeren. Dit gebeurt niet door een verteringssap.
.............. emulgeert namelijk vetten.
a)
Alvleeskliersap
b)
Gal
c)
Maagzuur
51.
Juist of onjuist? Bij een blindedarmontsteking is alleen het wormvormig aanhangsel ofwel appendix ontstoken en dit wordt verwijderd. 
a)
Juist
b)
Onjuist, de hele blinde darm wordt verwijderd
52.
Zie afbeelding. Dit zijn ......................... met daarop .................... .
a)
Darmvlokken, met daarop darmplooien
b)
Darmplooien, met daarop bloedvaten
c)
Darmplooien, met daarop darmvlokken
d)
Darmvlokken, met daarop bloedvaten
53.
Juist of onjuist? Darmplooien verkleinen het opnamevermogen van stoffen door de dunne darm.
a)
Juist, de plooien nemen zoveel plaats in dat de opname minder wordt
b)
Onjuist, vergroten het oppervlakte en daarmee opnamevermogen