WorksheetsH4 woordschat t/m paragraaf 3 t/m opdr. 8
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
depressie
a)
moeilijk maken
b)
onderdrukking
c)
gebrek aan belangstelling
d)
psychische stoornis met somberheid
2.
prikkel
a)
moeilijk maken
b)
datgene wat een reactie veroorzaakt
c)
zenuwcel
d)
vergoeden
3.
interactie
a)
samenkomst
b)
treurige omstandigheid
c)
wisselwerking
d)
kwelling
4.
beheersen
a)
domineren
b)
kwellen
c)
oorzakelijke relatie
d)
aanpassing
5.
obsessie
a)
trauma
b)
ongeluk met letsel
c)
kwellende gedachte
d)
reeks
6.
adaptatie
a)
aanpassing
b)
aantrekkelijk
c)
belangstellend
d)
gevoelloosheid
7.
remedie
a)
toneelstuk
b)
mankement
c)
geneesmiddel
d)
wezenlijk
8.
intimidatie
a)
eerwraak
b)
bangmakerij
c)
misdadig
d)
veelpleger
9.
argeloze
a)
ruim denkend
b)
niets vermoedend
c)
kordaat
d)
eenduidig
10.
sancties
a)
garanderen
b)
uit voorzorg
c)
vermoedelijk onschuldig
d)
strafmaatregelen
100 %
