Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 Eiwitsynthese

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Thymine vormt een basenpaar met...

a)

Adenine

b)

Thymine

c)

Cytosine

d)

Guanine

e)

Uracil

2.

De DNA zijketens zijn gemaakt van...

a)

Adenine en desoxyribose

b)

Cytosine en guanine

c)

Fosfaatgroepen en desoxyribose

d)

Uracil en guanine

e)

Fosfaatgroepen en basen

3.

Drie opeenvolgende stikstofbasen in het RNA noem je...

a)

adenines

b)

fosfaatgroepen

c)

codons

d)

anticodons

e)

mRNA

4.

Waar in een cel vind je het DNA?

a)

cytoplasma

b)

ribosomen

c)

chromosomen

d)

kern

5.

Hoe wordt een DNA eenheid, bestaand uit een suiker, fosfaat en base, ook wel genoemd?

a)

codon

b)

anticodon

c)

nucleotide

d)

mRNA

e)

kern

6.

RNA bevat een andere suikergroep dan DNA

a)

waar

b)

niet waar

7.

Wat komt eerst: transcriptie of translatie?

a)

translatie

b)

transcriptie

8.

Een puntmutatie zorgt altijd voor een ander eiwit.

a)

waar

b)

niet waar

9.

Als de basevolgorde aan de ene kant een DNA streng ATCTGAC is, wat is dan de volgorde in de tegenoverliggende DNA streng?

a)

ATCTGAC

b)

AUCUGAC

c)

TAGACTG

d)

UAGACUG

10.

Hoe heet het proces waarbij aan DNA een complementaire RNA streng wordt gemaakt?

a)

replicatie

b)

transcriptie

c)

translatie

d)

celdeling

11.

Transcriptie vindt plaats in de...

a)

kern

b)

cytoplasma

c)

mitochondrien

d)

ER

12.

Lange ketens van aminozuren heten ook wel:

a)

vetten

b)

DNA

c)

mRNA

d)

eiwitten

e)

koolhydraten

13.

Het gebied op het DNA dat codeert voor het vormen van een bepaald eiwit wordt ook wel.... genoemd.

a)

chromosoom

b)

gen

c)

codon

d)

anticodon

14.

Als het codon in het mRNA CAU is, wat is dan het anticodon?

a)

CAU

b)

GTA

c)

GUA

d)

RNA

15.

Als de DNA volgorde van een streng AGGCAT is, wat is dan de mRNA code?

a)

AGGCAT

b)

TCCGTA

c)

UAGCAU

d)

UCCGUA

16.

Uracil gaat altijd samen met...

a)

adenine

b)

thymine

c)

cytosine

d)

guanine

e)

uracil

17.

Adenine bindt aan...

a)

Adenine of Thymine

b)

Guanine of Uracil

c)

Cytosine of Guanine

d)

Guanine of Thymine

e)

Thymine of Uracil

18.

Een basenpaar verandert van G-C naar A-T. Dit heet een...

a)

genoommutatie

b)

gnoommutatie

c)

puntmutatie

d)

puntmutsmutatie

19.

Er wordt een transcript gemaakt van de volgende DNA code: TAC AGT GGT CTT AAT TGA ATT. Welk eiwit kan hiervan worden gemaakt?

a)

TARWE

b)

GERST

c)

SPELT

d)

HAVER

e)

Geen eiwit

20.

Welke aminozuurketen wordt gemaakt van de volgende mRNA-code: CAU AAA CCA UAG?

a)

HKP

b)

HGP

c)

Geen