Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geschiedenis 8.4

Total questions: 29

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

Wat deden Europese landen vóór 1913 omdat ze dachten dat er een oorlog zou komen?

a)

Ze probeerden met elkaar te overleggen om misverstanden uit de weg te ruimen.

b)

Ze gingen extra samenwerken omdat je geen oorlog maakt met 'n land dat je nodig hebt.

c)

Ze haalden zo veel mogelijk landen erbij als er een kleine ruzie was.

d)

Ze richtten een internationaal gerechtshof op, met rechters die konden zeggen wie er in een ruzie tussen landen gelijk had.

2.

Hoe noem je een land dat heeft beloofd een ander land te helpen in geval van oorlog?

a)

geallieerde

b)

bondgenoot

c)

verdragsland

d)

wapenbroederland

3.

Wie hoort er niet bij de geallieerden in de 1e WO?

a)

De VS en Engeland

b)

Frankrijk en Rusland

c)

Duitsland en Oostenrijk-Hongarije

d)

Japan en Italië

4.

Wie hoorden er NIET bij de Centralen in de 1e WO?

a)

Duitsland

b)

Oostenrijk-Hongarije en Bulgarije

c)

Turkije

d)

Servië en Roemenië

5.

Waarom gingen soldaten blij naar het front in het begin van de 1e WO?

a)

Dan hadden ze eindelijk iets te doen.

b)

Ze wisten zeker dat ze gingen winnen.

c)

Al jaren was er oorlogsreclame: een lekker robbertje oorlog zou alles oplossen.

d)

Dan konden ze eindelijk hun nieuwe wapens uitproberen op de vijand.

6.

Wat was de reden dat de soldaten van de 1e WO niet vóór Kerst thuiskwamen? (3)

a)

De snelle veroveringstocht stopte bij de loopgraven.

b)

De wapens waren moderner dan ooit en doodden veel meer soldaten dan ooit.

c)

Kerst viel dat jaar heel vroeg in het jaar.

d)

Het idee van een leuke snelle oorlog is totale onzin: alle oorlogen duren te lang en zijn nooit leuk.

7.

Welke nieuwe wapens werden tijdens de 1e WO gebruikt? (3)

a)

Gifgas en vlammenwerpers

b)

Dieptebommen tegen onderzeeërs

c)

Tanks en machinegeweren

d)

atoombommen

8.

Duitsland verloor de 1e WO en kreeg de schuld. Wat was de boete voor 't beginnen van de 1e WO? (3)

a)

Gebieden afstaan aan de winnaars van de 1e WO

b)

Alles betalen wat kapot was gemaakt in de 1e WO

c)

Het Duitse leger mocht nog maar heel klein zijn.

d)

De Duitse hoofdstad Berlijn werd bezet door de geallieerden.

9.

Wat was het gevolg van de straf die de winnaars van de 1e WO Duitsland oplegden? (3)

a)

Duitsland werd erg arm van alle betalingen aan de winnaars.

b)

Alle Duitsers vonden dat ze oneerlijk werden behandeld door de winnaars.

c)

Duitsers dachten dat ze beter een lomperik als regering konden hebben dan democratie.

d)

Duitsers waren ervan overtuigd dat de armoede alleen met democratie kon worden opgelost.

10.

In de 19e eeuw werd veel reclame gemaakt voor "je eigen land". Hoe heet dat?

a)

heemkunde

b)

nationalisme

c)

vaderlandskunde

d)

racisme

11.

Wat hoort bij nationalisme? (2)

a)

Mensen die dezelfde taal spreken en dezelfde cultuur hebben horen bij elkaar in één land.

b)

Wie in mijn land wil wonen, moet zich aanpassen aan onze taal en cultuur.

c)

Mijn land wil het beste, grootste, modernste, rijkste land van de wereld zijn.

d)

Na de 1e WO ontstonden kleine landjes van volkeren die een eigen staat wilden vormen op grond van taal en cultuur.

12.

Welk land deed niet mee aan nationalisme, omdat ze het een domme nieuwigheid vonden?

a)

Oostenrijk-Hongarije, voor Hongaren en Oostenrijkers

b)

Tsjecho-Slowakije, voor Tsjechen en Slowaken

c)

Joegoslavië, voor Serviërs, Kroatiërs, Montenegrijnen, Macedoniërs, Bosniërs, Kosovaren etc.

d)

De Sovjet-Unie, die vond dat alle arbeiders broeders waren.

13.

Nederland was in de 1e WO neutraal. Hoe werd de grens bewaakt aan de Duitse kant? (2)

a)

Met De Dodendraad, waar levensgevaarlijke elektriciteit op stond

b)
c)

Door Duitse scherpschutters

d)
14.

Terwijl het in Duitsland slecht ging, ging in Nederland de economie juist goed. Wat is daarvan een voorbeeld? (3)

a)

Er kwamen nieuwe grote warenhuizen, zoals de Bijenkorf.

b)

In steden was geen verkeer en er was nog geen tram of trein.

c)

Er was vertier in de steden: cafés, bioscopen, dancings met moderne muziek zoals jazz.

d)

Huizen en winkels werden opgefleurd met reclame.

15.

Wat past bij De Crisis? (3)

a)

Fabrieken moesten sluiten, mensen werden werkeloos.

b)

Werkelozen moesten werken aan de Afsluitdijk of andere projecten.

c)

Werkelozen moesten uren in de rij staan om geld te krijgen om van te leven

d)

De regering gaf extra geld uit om de economie te versterken.

16.

Wat is waar over politiek in de crisistijd?

a)

In alle landen kwamen er politieke partijen die een dictatuur wilden, net als in Duitsland.

b)

Mensen vonden democratische politiek nutteloos.

c)

Regeringen vonden algemeen kiesrecht belangrijk.

d)

Mensen vonden dat de regering genoeg deed tegen de werkeloosheid.

17.

Wat is waar over Hitler?

a)

Hij gebruikte reclame om zijn ideeën te verspreiden.

b)

Hij overtuigde de Duitsers dat iedereen moest deelnemen aan de democratie.

c)

Hij beloofde dat hij de afspraken van na de 1e WO netjes zou nakomen.

d)

Door zijn reclame zagen Duitsers hoe verschrikkelijk andere volkeren waren.

18.

Hoe heten de aanhangers van Hitler in Duitsland?

a)

Nazi's

b)

Commi's

c)

SS-ers

d)

Centralen

19.

Wat is een voorbeeld van de nationalistische propaganda van Hitler?

a)
b)
c)
d)
20.

Wat is waar over de gebieden die Duitsland bezette? (3)

a)

Mensen mochten niet meer zeggen wat ze wilden, censuur en dictatuur.

b)

Alles wat ze konden gebruiken stuurden de Duitsers naar Duitsland.

c)

Jongens moesten in Duitse wapenfabrieken gaan werken.

d)

De meeste landen boden lang tegenstand tegen de Duitse invasie.

21.

Hitler moest oorlog voeren van drie kanten. Welke?

a)

Tegen Rusland in het oosten, waar de meeste verliezen geleden werden in de winter.

b)

Tegen Groot-Brittanië en de VS op zee en in Normandië.

c)

Tegen Franco vanuit Spanje en Mussolini vanuit Italië

d)

Tegen Groot-Brittanië in Afrika en Griekenland

22.

Hoe heet de operatie waarmee Noord-Brabant werd bevrijd van de Duitse bezetting?

a)

Market Garden

b)

D-Day

c)

Overlord

d)

Fortitude

23.

Op welke dag was Nederland helemaal bevrijd?

a)

4 mei 1944

b)

17 september 1944

c)

5 mei 1945

d)

19 september 1945

24.

Op welke dag vieren we het einde van de 2e wereldoorlog?

a)

5 mei 1945

b)

15 mei 1945

c)

5 september 1945

d)

15 augustus 1945

25.

Welke termen worden gebruikt voor het vermoorden van 6 miljoen joden tijdens de 2e wereldoorlog? (2)

a)

Shoa, wat vernietiging in 't Hebreeuws betekent

b)

Holocaust, wat brandoffer in het Grieks betekent

c)

Concentratiekamp, wat bij elkaar wonen betekent in het Nederlands

d)

Vernichtungslager, wat vernietigingskamp in het Duit betekent

26.

Welke andere bevolkingsgroepen werden in de 2e WO uitgeroeid? (Hoeveel antwoorden denk je dat er goed zijn?)

a)

Zieke kinderen, gehandicapten en downies

b)

Zigeuners (Roma en Sinti) en Slavische volkeren

c)

Communisten, Jehova's getuigen en homo's

d)

Vakbondsleden, socialisten, politieke tegenstanders

e)

en nee, dan heb je ze nog niet allemaal

27.

Waarom ziet de kaart van Europa er na 1918 heel anders uit? (3)

a)

Als straf voor het verliezen van de 1e WO wordt Oostenrijk-Hongarije uit elkaar gehaald.

b)

Door het nationalisme ontstaan nieuwe, kleinere landen: 1 land, 1 volk, 1 taal

c)

De grenzen van Duitsland lopen anders omdat ze gebieden hebben moeten afgeven.

d)

Na de oorlog wist niemand meer hoe de grenzen gelopen hadden.

28.

Hoe noem je het als werkelozen lang in de rij moesten staan voor een beetje geld, tijdens de crisisjaren?

a)

wachtgeld

b)

stempelen

c)

uitkering

d)

werkvoorziening

29.

Waarom kon Hitler vanaf 1939 de buurlanden van Duitsland zo makkelijk binnenvallen?

a)

Hitler had een erg goed getraind leger, goede snelwegen en erg goed militair materiaal.

b)

Hitler had het altijd over vrede gehad, niemand wist dat Hitler oorlog wilde.

c)

Niemand wist dat Duitsland een groot leger had, want dat mocht eigenlijk niet.

d)

Hitler had in alle landen geheime bondgenoten die zorgden dat hij makkelijk binnen kon komen.