wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

dichtheid HV2

Total questions: 18

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

massa...

a)

is een eenheid met gram als grootheid

b)

is een eenheid met gewicht als grootheid

c)

is een grootheid met gram als eenheid

d)

is een grootheid met gewicht als eenheid

2.

m3 spreek je uit als...

a)

vierkante meter

b)

kubieke meter

c)

meter drie

3.

mL is...

a)

een grootheid van volume

b)

een eenheid van volume

c)

grootheid van liter

d)

eenheid van liter

4.

Aan de randen van een maatcilinder kan de vloeistof een beetje omhoog kruipen. Waar lees je de maatcilinder juist af?

a)

Bij A

b)

Bij B

5.

40 mL = .....

a)

40 cm3

b)

40 mm3

c)

4000 cm3

d)

4000 mm3

6.

Welke formule is juist omgevormd

a)

A

b)

B

c)

C

7.

Wat is een stofeigenschap?

a)

massa

b)

volume

c)

dichtheid

8.

Welk van deze blokje is het zwaarst?

a)

goud

b)

aluminium

c)

lood

9.

Welk van deze blokjes is het grootst?

a)

goud

b)

aluminium

c)

lood

10.

welk van deze blokjes heeft de grootste dichtheid?

a)

goud

b)

aluminium

c)

lood

11.

Wat is de eenheid van dichtheid

a)

g/cm3

b)

cm3/g

c)

kg/dm2

d)

dm3/kg

12.

Willem en Henk hebben een discussie,

Willem zegt dat de dichtheid een stofeigenschap is.

Henk zegt dat de dichtheid alleen een stofeigenshap is van vaste stoffen.

Wie heeftgelijk?

a)

Willem

b)

Henk

c)

Willem en Henk

d)

Geen van beide

13.

Mevr. de Koster heeft een voorwerpen.

Ze wil graag weten van welk materiaal het voorwerp gemaakt is.

Daarvoor verricht ze enkele metingen.

Het voorwerp is een cilinder met een diameter van 6 cm en een hoogte van 5 cm. De massa is 1258 g.

Van welke stof is dit voorwerp gemaakt?

a)

goud

b)

koper

c)

aluminium

d)

zink

14.
Welke van de volgende woorden is GEEN faseovergang?
a)
Smelten
b)
Condenseren
c)
Vernikkelen
d)
Verdampen
15.
Welke uitspraak is waar?
a)
Water is opgebouwd uit watermoleculen
b)
Atomen zijn opgebouwd uit moleculen
c)
Moleculen zijn de kleinste deeltjes die er zijn
d)
Er zijn duizenden verschillende soorten atomen
16.
Hoe bereken je van een voorwerp de dichtheid?
a)
Gewicht delen door volume
b)
Massa delen door volume
c)
Volume vermenigvuldigen met massa
d)
Opzoeken in het BINAS
17.

Welke bewering over een oplossing is ONJUIST?

a)

Een oplossing is altijd gekleurd

b)

Een oplossing is altijd helder

c)

Een oplossing is altijd een mengsel

18.

Welke bewering over een suspensie is ONJUIST?

a)

Een suspensie is altijd troebel

b)

Een suspensie is een mengsel van een fijn verdeelde vaste stof in een vloeistof

c)

Een suspensie is een mengsel van twee vloeistoffen

d)

Een suspensie is wit of gekleurd, maar nooit kleurloos