Worksheets2KBL pv, ow, gz H1 herhalen
Total questions: 20
Worksheet time: 14mins
Wat is de pv: Wat is jouw naam?
Wat
is
jouw
naam
Wat is de pv: Hebben jullie veel pepernoten gegeten?
Hebben
jullie
pepernoten
gegeten
Benoem het onderwerp
Maaike en Christel moesten 30 minuten hardlopen van de docent.
moesten
Maaike
Maaike en Christel
de docent
Vinden jullie die nieuwe docent ook zo streng?
Benoem het gezegde
Wanneer heb jij die toets gemaakt?
die toets
heb
wanneer
heb gemaakt
De winnaar kocht meteen een nieuwe Porsche.
Hoelang heb jij naar het antwoord gezocht?
Harry Potter gaat voor het eerst naar Zweinstein.
Hoe kun je het onderwerp vinden?
Kijk naar de werkwoorden.
Vraag 'wie' of 'wat' + de persoonsvorm
Kijk naar de lidwoorden.
Maak een vraagzin.
De president spreekt de Franse bevolking toe.
Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.
De bange jongen hoorde een vreemd geluid op de zolder van het huis.
Werkwoordelijk Gezegde (WG)
Onderwerp (Ow)
Lijdend Voorwerp (LV)
Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.
Met veel inspanning kon de keeper van het voetbalelftal het doelpunt voorkomen.
Werkwoordelijk Gezegde (WG)
Onderwerp (Ow)
Lijdend Voorwerp (LV)
Het gezegde bestaat uit alle werkwoorden in een zin.
waar
niet waar
Hoe vind je de persoonsvorm?
Maak de zin vragend.
Zet de zin in een andere tijd.
Zet de zin in het enkelvoud (als de zin al in het enkelvoud staat, zet je hem in het meervoud).
Alle drie de opties zijn mogelijk.
