wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal Actief thema 2 groep 8

Total questions: 20

Worksheet time: 3600secs

Name
Class
Date
1.

Welk woord hoort bij deze afbeelding?

a)

Inenten

b)

Het virus

c)

De epidemie

d)

Het immuunsysteem

2.

Wat zijn de werkwoorden in de volgende zin?

Moeder had gisteren de hond uitgelaten.

a)

had

b)

uitgelaten

c)

de hond

d)

had uitgelaten

3.

Welke woorden zijn inhoudswoorden?

De oude man liep hard tegen de deur.

a)

de, man, tegen, de

b)

oude, man, liep, hard, deur

c)

oude, man, liep, deur

d)

de, hard, tegen, de

4.

Welke woorden zijn inhoudswoorden?

De juf zong zachtjes bij de kleuters.

a)

de, zachtjes, bij, de

b)

juf, zong, kleuters,

c)

De, bij, de

d)

juf, zong, zachtjes, kleuters

5.

Vul het juiste leesteken in.


Ga je mee naar het bos

a)

.

b)

!

c)

?

6.

Vul het juiste leesteken in.


Ik ben bang voor de hond

a)

?

b)

!

c)

.

7.

Wat is het gezegde in de volgende zin?


Ik ben gaan zwemmen met groep 8.

a)

ben

b)

ben zwemmen

c)

ben gaan zwemmen

d)

met groep 8

8.

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?


Ik gaf het paard lekkere brokjes.

a)

Ik

b)

gaf

c)

het paard

d)

lekker brokjes.

9.

Wat is meewerkend voorwerp?


Papa gaf de zieke dochter een kopje soep.

a)

Papa

b)

gaf

c)

de zieke dochter

d)

een kopje soep

10.

Wat is het onderwerp in de volgende zin?


Speelde het kind met de bal in de straat?

a)

Speelde

b)

het kind

c)

met de bal

d)

in de straat

11.

Wat is de bepaling van tijd in de volgende zin?


Gisteren viel ik keihard op de grond.

a)

viel

b)

ik

c)

keihard

d)

Gisteren

12.

Wat is de bepaling van plaats in de volgende zin?


De Leeuwenkuil is een school in Beneden-Leeuwen.

a)

De Leeuwenkuil

b)

is

c)

een school

d)

in Beneden-Leeuwen

13.

Hoe zeg je het onderstreepte woord in spreektaal?


Ik houd niet van komkommer, noch van snoephartjes.

a)

en niet

b)

maar

c)

toch wel

d)

maar

14.

Hoe zeg je het onderstreepte woord in spreektaal?


Ik was erg moe, desalniettemin bleef ik wakker

a)

en niet

b)

maar toch

c)

toen

d)

daarom

15.

Welke woorden zijn inhoudswoorden?


De groep oefent hard met inhoudswoorden

a)

de, met

b)

groep, oefent, hard, inhoudswoorden

c)

groep, oefent, inhoudswoorden

d)

de, hard, met

16.

Welk woord hoort bij het plaatje?

a)

de heteroseksueel

b)

de homoseksueel

c)

de biseksueel

d)

de plechtigheid

17.

Wat betekent de volgende uitdrukking?


De juf stak Sanne een hart onder de riem.

a)

Tegen iemand zeggen wat er goed gegaan is

b)

Doen alsof je van niets weet.

c)

Iemand moed inspreken.

d)

Net doen alsof je het niet gezien hebt.

18.

Welk woord past op de stippellijn?


Oom Jan valt op mannen en op vrouwen. Hij is................

a)

homoseksueel

b)

heteroseksueel

c)

biseksueel

d)

op een plechtigheid

19.

Wat is een bont gezelschap?

a)

Een jurk met veel kleurtjes.

b)

Veel verschillende mensen bij elkaar.

c)

Dat je beloofd heb om met de ander te zullen trouwen.

d)

Als je elkaar huwt.

20.

Wat is huwen?

a)

Trouwen.

b)

Als je verliefd kunt worden op mannen en op vrouwen.

c)

Als je geen moeite voor iets hoeft te doen.

d)

Tegen iemand zeggen wat hij/zij fout doet.