wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Aardrijkskunde Mavo 1 Hoofdstuk 1 Herhaling P1, 2, 3

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een supercontinent?

a)

Het grootste continent dat er nu is.

b)

Alle continenten aan elkaar vast

c)

Twee continenten aan elkaar vast

2.

Wat is de opbouw van de aarde?

a)

Aardkern-Aardkorst-Aardmantel

b)

Aardmantel-Aardkern-Aardkorst

c)

Aardkorst-Aardmantel-Aardkern

d)

Aardkorst-Aardkern-Aardmantel

3.

Wat is platentektoniek?

a)

Het ontstaan van vulkanen

b)

De soort platen.

c)

Het bewegen van de platen door de convectiestromen.

4.

Door welke plaatbeweging ontstaan bergen?

a)

Convergent - Naar elkaar toe.

b)

Divergent - Uit elkaar.

c)

Transform - Langs elkaar.

5.

Wat is de goede beschrijving voor een aardbeving?

a)

Het schudden van huizen.

b)

Het trillen van de grond.

c)

Een trilling van de aardkorst die ontstaat door opbouw van spanning bij plaatranden.

6.

Wat is een goede uitleg voor de begrippen epicentrum en hypocentrum?

a)

Epicentrum = De plaats waar de aardbeving ontstaat, hier voel je de schok bijna niet.

Hypocentrum = De plaats waar de aardbeving aan de aardkorst komt, hier voel je de schok het sterkst.

b)

Epicentrum = De plaats waar de aardbeving aan de aardkorst komt, hier voel je de schok het sterkst.

Hypocentrum = De plaats waar de aardbeving ontstaat.

7.

Wat is de Schaal van Richter?

a)

Hiermee meet je de kracht van een vulkaan.

b)

Hiermee zie je de aardplaten verschuiven.

c)

Hiermee meet je de sterkte van een aardbeving.

d)

Hiermee voel je een aardbeving aankomen.

8.

Waar komen aardbevingen voor?

a)

Aan de rand van een aardplaat.

b)

Midden op een aardplaat.

9.

Wat zijn de gevolgen van aardbevingen? (Klik alle goede antwoorden aan!)

a)

Gebouwen krijgen schade of storten in.

b)

Mensen raken gewond of overlijden.

c)

De regering krijgt geld.

d)

Mensen raken niet gewond.

10.

Wat is een goede beschrijving van het begrip vulkaan?

a)

Een berg waar lava uitkomt.

b)

Een gat in de grond.

c)

Een plek in de aardkorst waar magma uit de mantel aan het aardoppervlak komt.

11.

Wat is magma?

a)

Een vloeistof.

b)

Een vloeibaar gesteente in de mantel.

c)

Vloeibaar gesteente op de aardkorst.

12.

Waar begint een vulkaanuitbarsting?

a)

In de aardkern.

b)

Onder de zee.

c)

In de magmahaard.

d)

Bij een aardbeving

13.

Waar komen vulkanen voor? (Klik alle goede antwoorden aan!)

a)

Waar de oceaanbodem onder een continent duikt.

b)

Waar platen langs elkaar bewegen.

c)

Waar platen uit elkaar gaan.

d)

Midden op een plaat.

14.

Wat gebeurd er bij een midoceanische rug?

a)

Helemaal niets.

b)

Er worden twee delen van een oceaanbodem uit elkaar getrokken. Zo ontstaat er een kier in de aardkorst, die direct gevuld wordt met magma. Hierdoor ontstaat een nieuw stukje oceaanbodem.

c)

Er verdwijnt oceaanbodem in de aardmantel.

15.

Wat komt er vrij bij een vulkaanuitbarsting? (Klik alle goede antwoorden aan!)

a)

Magma.

b)

Giftige gassen.

c)

As.

d)

Stenen

16.

Waarom is een aardbeving gevaarlijker dan een vulkaanuitbarsting?

a)

Een aardbeving is heftiger dan een vulkaan.

b)

Een aardbeving is onvoorspelbaarder dan een vulkaan.

c)

Een vulkaanuitbarsting is minder goed te voorspellen.