wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begrippen H1

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de definitie ( betekenis ) van bevolkingsdichtheid?


a)

Plaats met minder dan 50000 inwoners, lage bevolkingsdichtheid en geen grootstedelijke functies


b)

Gemiddeld aantal inwoners per km2

c)

Iemand die dagelijks heen en weer reist tussen woongemeente en werkgemeente


d)

Taken van een stad voor de inwoners uit de stad en omgeving zoals wonen, werken, onderwijs en gezondheidszorg


2.

Wat is de definitie ( betekenis ) van Industriële revolutie?


a)

Grote verandering in de industrie door de uitvinding van de stoommachine.


b)

Alle bovengrondse en ondergrondse verbindingen zoals wegen, havens en spoorlijnen.


c)

Vanuit de dorpen opnieuw naar de stad verhuizen


d)

Plaats met tenminste 50000 inwoners, een hoge bevolkingsdichtheid en veel voorzieningen


3.

Plaats met tenminste 50000 inwoners, een hoge bevolkingsdichtheid en veel voorzieningen


a)

Dorp

b)

Stadsgewest

c)

Stedelijk gebeid

d)

Stad

4.

Waardoor ontstaat re-urbanisatie?

a)

Industriële revolutie

b)

Stadsvernieuwing

c)

Urbanisatie

d)

Suburbanisatie

5.

Bij C is er sprake van een..

a)

Stadsgewest

b)

Centrale stad

c)

Agglomeratie

d)

Stedelijk netwerk

6.

Verpaupering van woningen in een stad is het gevolg van ...

a)

Urbanisatie

b)

Re-urbanisatie

c)

Suburbanisatie

d)

Verstedelijking

7.

De Randstad is geen voorbeeld van...

a)

Stedelijk gebied

b)

Stedelijk netwerk

c)

Meerdere stadsgewesten samen

d)

Stadsgewest

8.

Een wijk die in de 19e eeuw dichtbij het stadscentrum werd gebouwd voor fabrieksarbeiders


a)

Naoorlogse wijk

b)

"Bloemkoolwijk"

c)

Arbeiderswijk

9.

Een grote stad met daaraan vastgegroeide dorpen

a)

stedelijk gebied

b)

agglomeratie

c)

stadsgewest

10.

Afgesloten, bewaakte woonwijk waar rijke mensen wonen

a)

Medina

b)

Gated community

c)

Sloppenwijk

11.

In de afbeelding zie je een voorbeeld van een...

a)

Agglomeratie

b)

Historische stad

c)

Geplande stad

12.

In de afbeelding is geen sprake van een..

a)

Slum

b)

Gated community

c)

Favela

d)

Informele nederzetting

13.

Plaats met minder dan 50000 inwoners, lage bevolkingsdichtheid en geen grootstedelijke functies


a)

Stad

b)

Stadsgewest

c)

Dorp

14.

Iemand die dagelijks heen en weer reist tussen woongemeente en werkgemeente


a)

Arbeider

b)

Forens

15.

In de afbeelding is er sprake van een ..

a)

Vooroorlogse jaren 30 wijk

b)

Naoorlogse wijk

c)

Arbeiderswijk

d)

Bloemkoolwijk

16.

................ rond 1960 werd mogelijk door toename van de mobiliteit.

a)

Urbanisatie

b)

Re-urbanisatie

c)

Verstedelijking

d)

Suburbanisatie

17.

Wijk aan de rand van de stad met verschillende bouwstijlen en veel ruimte en groen


a)

Nieuwbouwwijk

b)

Stadvernieuwing