wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bloemen, vruchten, zaden

Total questions: 31

Worksheet time: 31mins

Name
Class
Date
1.

Plant 1 bestuift plant 2, dit noemen we?

a)

zelfbestuiving

b)

kruisbestuiving

c)

geen bestuiving

2.

Het mannelijke voortplantingsorgaan van een bloem bestaat uit de volgende onderdelen:

a)

Helmknop, meeldraad, stamper

b)

helmdraad, helmknop

c)

vruchtbeginsel, stempel, stijl

d)

stijl, helmknop

3.

Dit is een gele lis. Een gele lis is een voorbeeld van een:

a)

insectenbloem

b)

grasbloem

c)

windbloem

4.

Bij een insectenbloem zijn de ...................... vaak fel gekleurd.

a)

kelkbladeren

b)

stampers

c)

kroonbladeren

d)

zaadbeginsels

5.

Hierboven een zaad van een plant. Hoe wordt deze plant bestoven?

a)

Door de wind

b)

Door insecten

c)

Niet te zeggen

6.

Een aardappelplant vormt onder de grond nieuwe aardappelen. Dit gebeurt door ..............., de beide dochtercellen (en aardappelen) zijn hierdoor ................... van elkaar.

a)

mitose, kopiëen

b)

Meiose, Kopieën

c)

Mitose, verschillend

d)

Mitose, verschillend

7.

Geef de juiste volgorde aan:

a)

Bevruchting, vrucht, bestuiving, zaadverspreiding

b)

Vrucht, bestuiving, zaadverspreiding, bevruchting

c)

Bestuiving, bevruchting, vrucht, zaadverspreiding

d)

Bestuiving, vrucht, bevruchting, zaadverspreiding

8.

Een eekhoorn die eikels verstopt helpt de eikenboom met?

a)

Bestuiving

b)

bevruchting

c)

zaadverspreiding

d)

wintervoorraad

9.

Op het plaatje is een................................ bloem te zien.

a)

mannelijke

b)

vrouwelijke

c)

tweeslachtige

d)

tweehuizige

10.

Grassen zijn vaak:

a)

insectenbloemen, want ze hebben felle grote bloemen

b)

windbloemen, want de wind verspreidt de zaden

c)

winbloemen, want de wind bestuift de bloemen

d)

windbloemen, want koeien eten ze

11.

Een ui heeft in de celkern 16 chromosomen zitten, door meiose ontstaan vrouwelijke eicellen. Hoeveel chromosomen zitten er in iedere geslachtscel?

a)

16

b)

8

c)

32

d)

4

12.

Een wilg is een boom met maar één soort bloemen, mannelijke of vrouwelijke. Een wilg is een voorbeeld van een?

a)

Tweehuizige soort

b)

eenhuizige soort

c)

tweeslachtige soort

13.

Een windbloem is te herkennen aan:

a)

Helikoptertjes om de zaden heen

b)

meeldraden binnenin de bloem

c)

meeldraden hangen buiten de bloem

d)

grote felgekleurde bloemen

14.

Bloem 1 is een...... Bloem 2 is een......

a)

insectenbloem, insectenbloem

b)

insectenbloem, windbloem

c)

windbloem, insectenbloem

d)

windbloem, windbloem

15.

Een bepaalde stuifmeelkorrel heeft vleugeltjes, de bloem waar deze stuifmeelkorrel vanaf komt is een?

a)

Insectenbloem

b)

windbloem

c)

geen van bovenstaande

d)

insectenbloem en windbloem

16.

Na de bevruchting van een bloem groeit de stuifmeelbuis door de .............. van de vrouwelijke ..................

a)

stamper, stijl

b)

stijl, stamper

c)

stempel, stijl

d)

stempel, stamper

17.

Marije zegt: 'Het vrouwelijke voortplantingsorgaan van een bloem bestaat uit een helmdraad en een helmknop.'

Bob zegt: 'Het mannelijke voortplantingsorgaan van een bloem bestaat uit een stempel, een stijl en een vruchtbeginsel.'

Wie heeft er gelijk?

a)

Marije

b)

Bob

c)

Geen van beiden

d)

Allebei

18.

welk onderdeel van de bloem maakt stuifmeelkorrels?

a)

onderdeel 1

b)

onderdeel 2

c)

onderdeel 6

d)

onderdeel 11

19.

Welk onderdeel van de bloem groeit uit tot vrucht?

a)

onderdeel 3

b)

onderdeel 5

c)

onderdeel 7

d)

onderdeel 12

20.

Een aardbeienplant kan zich op twee manieren voortplanten, welke zijn dit?

a)

Via bestuiving en wortelstokken

b)

Via bestuiving en uitlopers

c)

Via wortelstokken en uitlopers

d)

Via bestuiving en zaadverspreiding

21.

Wat gebeurt er op het plaatje?

a)

De zwarte els staat in een zandstorm

b)

De zwarte els ontvangt stuifmeel via de wind

c)

De zwarte els is aan het vergaan tot stof

d)

De zwarte els doet iets anders

22.

Waarom wordt de 'Squirting cucumber' zo genoemd?

a)

Hij smaakt net als een komkommer

b)

de zaadverspreding is hetzelfde als bij de komkommer

c)

Door de manier waarop hij zijn zaden wegschiet

d)

Hij lijkt op een jonge komkommer

23.

Bertrand zegt: 'Een bloem is bevrucht als de stuifmeelkorrel op de stempel is geland.'

Pascal zegt: 'Een bloem is pas bevrucht als de stuifmeelbuis het vruchtbeginsel bereikt.'

Wie heeft er gelijk?

a)

Alleen Bertrand heeft gelijk

b)

Bertrand en Pascal hebben gelijk

c)

Alleen Pascal heeft gelijk

d)

Ze hebben het beide fout

24.

het plaatje hierboven laat een....... zien

a)

stuifmeelkorrel van een windbloem

b)

zaad van een windbloem

c)

stuifmeelkorrel van een insectenbloem

d)

zaad van een insectenbloem

e)

Pollenkorrel van een windbloem

25.

Bij welk nummer vindt de bestuiving plaats?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

26.

Veel biologische boeken bevatten tekeningen. Hierboven een afbeelding van de koekoeksbloem. Is deze plant een of tweeslachtig? Is de plant een- of tweehuizig?

a)

tweeslachtig, tweehuizig

b)

tweeslachtig, eenhuizig

c)

eenslachtig, tweehuizig

d)

eenslachtig, eenhuizig

27.

Welke bloem kan een vrucht met zaden maken?

a)

alleen links

b)

Alleen de middelste

c)

Alleen de rechter

d)

Links en rechts

e)

Links en midden

28.

Alex werkt in een laboratorium waar ze door middel van weefselkweek planten kweken. Welk deel van de plant wordt gebruikt voor de weefselkweek?

a)

De zaadbeginsels die bevrucht zijn

b)

De hele bloem

c)

De okselknoppen en eindknoppen

d)

De wortels en knollen van de plant

29.

Wanneer je een tak van een zoete sinasappelsoort op de stam van een zure sinaasappelsoort ent, krijg je dan zoete sinasappels aan deze takken of zure?

a)

Alleen zoete sinasappels

b)

Alleen zure sinasappels

c)

Zowel zure als zoete sinaasappels

d)

helemaal geen sinaasappels

30.

Wat kun je zeggen als je kijkt naar de kleur van deze roos?

a)

De rode kleur komt van een van de ouders, de witte kleur van de andere

b)

Deze roos heeft meerdere kleuren

c)

Deze roos is een insectenbloem

d)

Deze roos heeft 3 meeldraden

31.

In welk onderdeel zit het reservevoedsel van de uit opgeslagen?

a)

Knop

b)

Bolschijf

c)

Rokken

d)

stengel