wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

EHBO: Ernstig: bloedverlies, shock, vergiftiging

Total questions: 26

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

Welke bloedvaten ken je? (3)

a)

haarvaten

b)

slagaders

c)

lymfevaten

d)

aders

2.

Welke functies van het bloed ken je? (3)

a)

Voedingsstoffen rondbrengen en afvalstoffen ophalen

b)

Lichaamstemperatuur regelen

c)

Voedsel naar de maag brengen

d)

Signalen doorgeven aan de hersenen

e)

Infecties bestrijden met witte bloedlichaampjes

3.

Wat zijn nog meer taken van het bloed? (3)

a)

Gaatjes in huid (maar ook daaronder) dichtmaken met bloedplaatjes

b)

Afbreken van voedsel tot voedingsstoffen

c)

Vocht in je lichaam in balans houden

d)

De huid soepel houden

e)

Wegbrengen van afvalstoffen naar lever en nieren

4.

Wat is de taak van aders?

a)

Zuurstofarm bloed naar het hart brengen

b)

Zuurstofarm bloed naar de organen leiden

c)

Zuurstofrijk bloed naar de organen leiden

d)

Zuurstofrijk bloed aan spieren en organen afstaan

5.

Wat is de taak van slagaders?

a)

Zuurstofarm bloed naar het hart brengen

b)

Zuurstofarm bloed naar de organen leiden

c)

Zuurstofrijk bloed naar de organen leiden

d)

Zuurstofrijk bloed aan spieren en organen afstaan

6.

Wat is de taak van haarvaten?

a)

Zuurstofarm bloed naar het hart brengen

b)

Zuurstofarm bloed naar de organen leiden

c)

Zuurstofrijk bloed naar de organen leiden

d)

Zuurstofrijk bloed langs spieren en organen leiden om bijv. zuurstof te brengen

7.

Wat doe je bij hevige bloedingen? (3)

a)

Druk op de wond: snelverband erop en knijpen met je hand.

b)

Vermindert de bloeding: schoon snelverband erop en daarna een zwachtel erover.

c)

De wond omhoog laten houden

d)

Zo snel mogelijk een verband erop

e)

Slachtoffer bleek en klam? 112!

8.

Waarom ga je altijd vóór een bloedend slachtoffer staan en bedek je de wond zo snel mogelijk?

a)

Anders loopt je slachtoffer misschien in paniek weg

b)

Een bedekte wond stopt sneller met bloeden

c)

Dat is tegen het flauwvallen van 't slachtoffer

d)

Ieder seconde telt en zo werk je het snelst

9.

Hoeveel liter bloed heeft een volwassene?

a)

2 - 3 liter

b)

5 - 6 liter

c)

8 - 10 liter

d)

12 - 14 liter

10.

Waar begin je mee als je een snelverband wilt aanleggen?

a)

druk uitoefenen op de wond

b)

2 strookjes kleefpleister knippen

c)

de wond ontsmetten

d)

het wegknippen van kleding

11.

Waarom moet je altijd bij een verwonding aan hand of arm aan 't slachtoffer vragen om horloges, armbanden en ringen af te doen?

a)

Die zitten vol bacteriën.

b)

Die hinderen bij 't verbinden.

c)

Die gaan knellen bij 't opzwellen

d)

Die raken straks kwijt in het ziekenhuis

12.

Waarom zorg je bij het aanleggen van een snelverband dat het wondkussen aan alle kanten is afgesloten?

a)

Anders gaat 't verband schuiven.

b)

Anders kunnen er verontreinigingen bij: infectiegevaar!

c)

Anders wordt de druk op de wond niet goed verdeeld.

d)

Anders kom je niet goed uit met je verband.

13.

Wat hoort er bij de drie fases van shock?

a)

Je lichaam probeert alleen nog de vitale functies te onderhouden.

b)

Onvoldoende bloed stroomt door je bloedvaten.

c)

Ergens zó van schrikken dat je bewusteloos raakt.

d)

Niet weten wat je moet zeggen, minder alert.

e)

Je organen krijgen onvoldoende zuurstof waardoor ze één voor één stoppen

14.

Hoe herken je shock? (3)

a)

Het slachtoffer voelt zich ziek en heeft een rode kleur

b)

Het slachtoffer heeft 't koud en voelt klam

c)

Het slachtoffer is slap, heeft weinig kracht.

d)

Het slachtoffer ziet er slecht uit, is onrustig en heeft soms dorst

e)

Het slachtoffer heeft duidelijk bloedverlies

15.

Hoe verleen je EHBO aan een slachtoffer met shock?

a)

Blijf antwoorden vragen, zodat het slachtoffer niet bewusteloos raakt

b)

Stop bloedingen

c)

Geef het slachtoffer te drinken als hij dorst heeft

d)

Laat 'm zo comforabel mogelijk liggen

e)

Bel 112

16.

Wat moet je NIET doen met een slachtoffer met shock? (3)

a)

Actief opwarmen

b)

Toedekken met een reddingsdeken, hoofd vrijlaten

c)

Laten praten, laten bewegen, inspanning vragen

d)

Iets (warms) te drinken geven

e)

Bij het slachtoffer blijven tot de ambulance er is.

17.

Waarom mag je iemand met shock niet laten drinken?

a)

Omdat hij niet goed kan slikken loopt 't drinken zó in z'n longen.

b)

Door het drinken gaan z'n wonden harder bloeden.

c)

Door het drinken gaat hij braken, dat is 'n grote inspanning.

d)

De inspanning van 't drinken gaat ten koste van de bloedtoevoer naar de hersenen.

18.

Waarom dek je iemand met shock toe met 'n reddingsdeken als hij rilt?

a)

Het rillen is 'n inspanning, en alle energie moet naar z'n vitale functies toe om te overleven.

b)

Door het bibberen kan hij z'n warme drank niet meer vasthouden en koelt hij harder af.

c)

Omdat regel 1 van shock is: Laat 'm zo comfortabel mogelijk liggen. Dus ook lekker warm.

d)

Omdat hij het waarschijnlijk koud heeft.

19.

Welke oorzaken van shock ken je? (3)

a)

Schrik

b)

Uitwendige verwonding: je ziet (veel) bloed

c)

Ziekte, bijv. bloedarmoede of te weinig gegeten

d)

Inwendige verwonding, bijv. door trap in de buik

e)

Allergische reactie, bijv. door wespensteek of pinda's eten

20.

Bij welke van de onderstaande situaties moet je bedacht zijn op shock?

a)

Breuk in het bovenbeen of flink bloedverlies

b)

Lage bloedruk, te weinig gegeten of gedronken

c)

Trap in de buik of botsing waarbij je inwendige bloeding verwacht

d)

Hersenbloeding, gluten- of koemelk-allergie

e)

Hartinfarct of grote brandwonden

21.

Noem drie vormen van gif.

a)

natuurlijk gif, bijv. slangengif

b)

vaste vorm, bijv. slaappillen

c)

chemisch gif, bijv. chloor

d)

vloeibaar gif, bijv. schoonmaakmiddelen

e)

gas of dampvorm, bijv. rook

22.

Hoe kan gif in je lichaam komen? (3)

a)

via je spijsverteringskanaal (opeten)

b)

via wonden (spinnenbeet)

c)

via huid en ogen

d)

via oren en nagels

e)

via de luchtwegen (longen)

23.

Welke gifstoffen kunnen via je spijsvertering in je lichaam komen? (3)

a)

chloorgas (als je wc-schoonmaakproducten mengt)

b)

bijtend gif: afwasmachinetabletten, wc-schoonmaakmiddel, ammonia

c)

petroleumproduct: wasbenzine, terpetine, lampolie

d)

niet-bijtend gif: giftige paddestoelen, medicijnen, drugs

e)

giftige damp of afvalstoffen van 'n drugslab

24.

Wat doe je als je een acute vergiftiging vermoedt?

a)

112 bellen, doen wat ze zeggen, gif meegeven

b)

slachtoffer laten braken, in stabiele zijligging leggen, wachten op ambulance

c)

meteen naar de dokter met je slachtoffer

d)

slachtoffer mond laten spoelen, hup in de auto en naar 't ziekenhuis

25.

Bij een brand of drugslab kun je giftige dampen verwachten. Wat doe je?

a)

EHBO-regel 1.1: Denk aan gevaar voor jezelf. Niet naar binnen.

b)

Doek voor je mond als je naar binnen gaat.

c)

Natte doek voor je mond als je naar binnen gaat.

d)

Eerst brand blussen, dan naar binnen.

26.

Na een ontploffing schreeuwt een slachtoffer dat het poeder dat naar beneden dwarrelt, zo brandt. Wat doe je?

a)

kleding en schoenen uit, 3 kwartier douchen en intussen 112 bellen

b)

kleding en schoenen uit, intussen 112 bellen, 3 kwartier douchen, ook ogen

c)

alles uit laten trekken (ook sieraden), 3 kwartier douchen (ook ogen)

d)

Iets verder weg gaan staan, roepen dat je slachtoffer naar je toe moet komen, zelf kleding uit laten doen, zelf 3 kwartier laten douchen