wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Feestdagen en gebruiken

Total questions: 13

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer je een diploma hebt behaalt ...... we feest.

a)

Gooien

b)

Vieren

c)

Lopen

d)

Vinden

2.

Op de afbeelding zie je een:

a)

Verjaardag

b)

Koningsdag

c)

Bruiloft

d)

Begrafenis

3.

Iemand verbranden nadat hij is overleden noemen we:

a)

Cremeren

b)

Begraven

c)

Slachten

d)

Opmaken

4.

Als er een kindje in geboren eten we beschuit met....

a)

Vissen

b)

Ratten

c)

Vlinders

d)

Muisjes

5.

Het paard van Sinterklaas noemen we een:

a)

Zwarte Piet

b)

Schimmel

c)

Boterham

d)

Koe

6.

In Nederland kunnen twee mannen of vrouwen met elkaar trouwen.

a)

Dit is waar

b)

Dit is niet waar

7.

Met Sinterklaas zetten kinderen hun ..... bij de kachel.

a)

Fiets

b)

Schoen

c)

Auto

d)

Vliegtuig

8.

Op de afbeelding zie je:

a)

Kerst

b)

Pasen

c)

Koningsdag

d)

Sinterklaas

9.

Op de afbeelding zie je:

a)

Geboorte van een baby

b)

Koningsdag

c)

Verjaardag

d)

Kerst

10.

Een voorbeeld van een cadeau voor een vriend kan zijn:

a)

Cadeaubon

b)

Ferrari

c)

Vliegtuig

11.

Als er iemand overleden is zeg je vaak:

a)

Gefeliciteerd

b)

Gecondoleerd

c)

Houdoe

d)

Beterschap

12.

Je kunt zien hoe oud iemand is geworden aan:

a)

Hoeveel kaarsjes

b)

De slingers

c)

De kleur van de taart

13.

In Nederland zingen mensen voor een jarig kind.

a)

Waar

b)

Niet waar