wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3TL 3.3 Energierijke stoffen

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de juiste notatie voor fotosynthese?

a)

water + zuurstof + zonlicht --> glucose + koolstofdioxide

b)

water + koolstofdioxide --> glucose + koolstofdioxide

c)

water + koolstofdioxide + zonlicht --> glucose + zuurstof

d)

water + zuurstof --> glucose + koolstofdioxide

2.

Wat is de juiste notatie voor verbranding?

a)

glucose + zuurstof --> energie + koolstofdioxide + water

b)

glucose + koolstofdioxide --> energie + zuurstof + water

c)

water + koolstofdioxide --> energie + zuurstof + glucose

d)

water + zuurstof --> energie + koolstofdioxide + glucose

3.

Erwtenplanten maken zetmeel. Zetmeel is voor jou een belangrijke voedingsstof. Wat voor soort stof is een zetmeel?

a)

Een eiwit

b)

Een koolhydraat

c)

Een vet

4.

Anne zegt: "Glucose wordt alleen gemaakt in cellen met bladgroenkorrels.

Levi zegt: "Glucose is een energierijke stof".

Wie heeft er gelijk?

a)

Anne heeft gelijk

b)

Levi heeft gelijk

c)

Anne en Levi hebben allebei gelijk

d)

Anne en Levi hebben allebei geen gelijk

5.

Welke zin hoort bij verbranding?

a)

Bij dit proces legt een plant energie vast in glucose.

b)

Dit proces vindt alleen overdag plaats.

c)

Bij dit proces ontstaat koolstofdioxide.

d)

Bij dit proces ontstaat zuurstof.

6.

In een kas staan paprikaplanten. De planten staan in het licht. Wat gebeurt er met de hoeveelheid koolstofdioxide in de kas?

a)

De hoeveelheid koolstofdioxide neemt af.

b)

De hoeveelheid koolstofdioxide neemt toe.

c)

De hoeveelheid koolstofdioxide blijft ongeveer gelijk.

7.

De plant maakt uit glucose andere voedingsstoffen. Wat kan de plant niet maken uit glucose?

a)

Zetmeel

b)

Vetten

c)

Mineralen

d)

Vitaminen

e)

Cellulose

8.

Wat zijn geen bouwstoffen?

a)

Vitaminen

b)

Eiwitten

c)

Zetmeel

d)

Cellulose

9.

Wat zijn beschermende stoffen?

a)

Zetmeel

b)

Vitaminen

c)

Suiker

d)

Vetten

10.

Wat slaat de plant niet op als reservevoedsel?

a)

Zetmeel

b)

Suiker

c)

Vetten

d)

Cellulose

11.

Welk deel van een plant eet je om eiwitten binnen te krijgen?

a)

Blad

b)

Vrucht

c)

Bloem

d)

Zaad

12.

Vruchten zijn vaak zoet. Hoe komt de glucose in de vrucht terecht?

a)

Via de bastvaten

b)

Via de houtvaten

c)

Via de bast- en houtvaten.