wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ZC Bloedsomloop BS 1+2

Total questions: 13

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Welk bestandsdeel van bloed bevat hemoglobine en is dus voor het grootste deel verantwoordelijk voor het vervoeren van zuurstof?

a)

Witte bloedcellen

b)

Rode bloedcellen

c)

Bloedplaatjes

d)

Bloedplasma

2.

Hieronder zie je een stof die vervoerd wordt door het bloed. Welk onderdeel van het bloed vervoert deze stof voor het grootste deel?

VOEDINGSSTOFFEN?

a)

Rode bloedcellen

b)

Witte bloedcellen

c)

Bloedplaatjes

d)

Bloedplasma

3.

Welk onderdeel of welke onderdelen van het bloed hebben te maken met de bloedstolling?

a)

Witte bloedcellen en bloedplaatjes

b)

Witte bloedcellen

c)

Bloedplasma en bloedplaatjes

d)

Bloedplasma

e)

Bloedplaatjes

4.

Welk onderdeel van het bloed vervoert voor het grootste deel KOOLSTOFDIOXIDE (CO2)?

a)

Bloedplasma

b)

Witte bloedcellen

c)

Rode bloedcellen

d)

Bloedplaatjes

5.

Welk onderdeel vervoert voor het grootste deel FIBRINOGEEN?

a)

Rode bloedcellen

b)

Bloedplaatjes

c)

Bloedplasma

d)

Witte bloedcellen

6.

Janske heeft bloedarmoede. Welke beweringen over Janske zijn JUIST?

1. Janske heeft te weinig bloed in haar lichaam.

2. Het bloed van Janske kan te weinig bloed rondbrengen.

3. Het bloed van Janske kan te weinig zuurstof rondbrengen.

4. Het bloed van Janske bevat te weinig rode bloedcellen.

a)

Bewering 1 en 3

b)

Bewering 3 en 4

c)

Bewering 2,3 en 4

d)

Bewering 2 en 3

e)

Bewering 1,3 en 4

7.

Als je bloed enkele dagen laat staan, krijg je twee lagen. Welk onderdeel / welke onderdelen zitten er in DEEL 2?

a)

Bloedplasma en rode bloedcellen

b)

Alleen rode bloedcellen

c)

Rode bloedcellen en witte bloedcellen

d)

Rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes

8.

Welke bloedcellen kunnen buiten de bloedvaten voorkomen omdat ze van vorm kunnen veranderen?

a)

Witte bloedcellen

b)

Rode bloedcellen

c)

Bloedplaatjes

d)

Wittebloedcellen en bloedplaatjes

e)

Rode bloedcellen en witte bloedcellen

9.

Wat is trombose?

a)

Een muziekinstrument

b)

Een ander woord voor suikerziekte

c)

Een bepaald soort witte bloedcel

d)

Een (gestolde) bloedprop in een bloedvat

10.

In de afbeelding zie je de bloedsomloop van een witte haai.

Heeft een witte haai een dubbele bloedsomloop?

a)

Ja, want het bloed gaat per omloop 2x door het hart.

b)

Ja, want het hart bestaat uit 2 delen.

c)

Nee, want het bloed gaat per omloop maar 1x door het hart

d)

Nee, want het bloed stroomt maar 1 richting op

11.

Wat gebeurt er met de KOOLSTOFDIOXIDE in de KLEINE bloedsomloop? 

a)

Koolstofdioxide wordt opgenomen in het bloed vanuit de lucht

b)

Koolstofdioxide wordt afgegeven aan de lucht vanuit het bloed

12.

Geeft dit diagram de verandering weer van het zuurstofgehalte van het bloed in de GROTE bloedsomloop of in de KLEINE bloedsomloop?

a)

Van de kleine bloedsomloop, want in de kleine bloedsomloop wordt zuurstof uit het bloed gehaald.

b)

Van de kleine bloedsomloop, want in de kleine bloedsomloop wordt zuurstof opgenomen in het bloed.

c)

Van de grote bloedsomloop, want in de grote bloedsomloop wordt zuurstof uit het bloed gehaald.

d)

Van de grote bloedsomloop, want in de grote bloedsomloop wordt zuurstof opgenomen in het bloed.

13.

In welke bloedsomloop wordt zuurstof afgegeven aan de cellen en koolstofdioxide opgenomen in het bloed.

a)

Kleine bloedsomloop

b)

Grote bloedsomloop