wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

oppervlakte driehoek en oprekenen

Total questions: 26

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noem je de rode stippellijn CD?

a)

diagonaal van de driehoek

b)

zijde van de driehoek

c)

hoogtelijn van de driehoek

2.

Reken van deze driehoek de oppervlakte uit:

a)

12

b)

16

c)

32

d)

64

3.

Wat is hier de oppervlakte van deze driehoek?

a)

70

b)

35

c)

63

d)

126

4.

Reken hier de oppervlakte van uit:

a)

24

b)

48

c)

30

d)

60

5.

Wat is de oppervlakte van deze rechthoekige driehoek?

a)

2 x 4 = 8 cm2

b)

2 + 4 + 2 + 4 = 12 cm

c)

2 x 4 : 2 = 4 cm2

d)

2 + 4 = 6 cm

6.

wat is de lengte tussen AB?

a)

5 dm

b)

0.05 dm

c)

0.5 dm

d)

50 cm

7.

Reken om:

23,5 ha = ....... m2

a)

23,5

b)

2.350

c)

0,235

d)

235.000

8.

800 mm2 = ......

a)

8 cm2

b)

80 cm2

c)

800 cm2

d)

8000 cm2

9.

630 dam3

a)

6,3 m3

b)

63000 m3

c)

630000 m3

d)

630000000 m3

10.

9,7 km

a)

97 dam

b)

970 dam

c)

97000 dam

d)

0,97 dam

11.

800 mm2 = ......

a)

8 cm2

b)

80 cm2

c)

800 cm2

d)

8000 cm2

12.
20m2=....dm2
a)
2.000
b)
200
c)
20.000
d)
0,2
13.
6m=....mm
a)
6000
b)
600
c)
60
d)
60000
14.

Wat is de omtrek van deze driehoek?

a)

11,5

b)

50

c)

10

d)

12.5

15.

De oppervlakte van ABCD bereken je door

a)

17 x 15

b)

20 x 17

c)

15 x 20

d)

1/2 x 15 x 20

16.

Bij de getekende hoogte DF hoort zijde

a)

AB

b)

BC

c)

CD

d)

AD

17.

De naam van dit figuur is een

a)

vierkant

b)

rechthoek

c)

ruit

d)

parallellogram

e)

vlieger

18.

Bereken de oppervlakte van driehoek KLM.

a)

4

b)

5

c)

8

d)

10

19.

Welke letter geeft de hoogte van deze parallellogram?

a)

a

b)

h

c)

b

d)

d

20.

Bereken de oppervlakte van driehoek KLM

a)

15 cm2

b)

10 cm2

c)

12 cm2

d)

6 cm2

21.

De oppervlakte van deze figuur is

a)

4,5

b)

5

c)

9

d)

10

22.

Je gebruikt AD als basis. Wat is de hoogte?

a)

BE

b)

BC

c)

BF

d)

AB

23.

hoeveel kinderen heeft mevrouw Waas

a)

1

b)

2

c)

3

d)

weet niet

24.

Welke sport beoefend mevrouw Waas

a)

Basketbal

b)

voetbal

c)

schaken

d)

boksen

e)

volleybal

25.

Wat voor huisdier heeft mevrouw Waas

a)

hond

b)

vissen

c)

kat

d)

paard

e)

konijn

26.

Wat vond je van de lessen van mevrouw Waas

a)

saai, ik houd niet van wiskunde, wel een leuke docent

b)

leuke lessen, veel geleerd

c)

super, ik wil mevrouw Waas houden

d)

stom, maakt niet uit elke docent ervoor staat

e)

ik heb een hekel aan mevrouw Waas