wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3HV - Mol, molaire massa en reacties

Total questions: 25

Worksheet time: 2hrs 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de molecuulmassa van CH4?

a)

12,01 g/mol

b)

16,042 g/mol

c)

20,04 g/mol

d)

21,031 g/mol

2.

Als je de massa van een stof weet, en je wilt berekenen hoeveel mol het is, dan moet je de massa...

a)

delen door de molaire massa

b)

vermenigvuldigen met de molaire massa

c)

delen door de dichtheid

d)

vermenigvuldigen met de dichtheid

3.

Welke van onderstaande reactievergelijkingen is goed kloppend gemaakt?

a)

2 Na (s) + 2 O2 (g) → 2 Na2O (s)

b)

2 Na (s) + 4 O2 (g) → 4 Na2O (s)

c)

4 Na (s) + 2 O2 (g) → 2 Na2O (s)

d)

4 Na (s) + O2 (g) → 2 Na2O (s)

4.

De molecuulmassa van water (H2O) is

a)

18,016 u

b)

18,016 g

c)

18,016 g/mol

d)

2,016 u

5.

Gegeven de reactie: ... Fe + ... O2 --> ... Fe2O3

Welk getal moet er op de rode puntjes (voor Fe) komen, wanneer de reactie kloppend gemaakt wordt?

a)

2

b)

4

c)

6

d)

8

6.

Welke van onderstaande reactievergelijkingen is goed kloppend gemaakt?

a)

C2H4 (s) + O2 (g) → CO2 (g) + H2O (g)

b)

C2H4 (s) + 3 O2 (g) → 2 CO2 (g) + 2 H2O (g)

c)

2 C2H4 (s) + 2 O2 (g) → 2 CO2 (g) + 2 H2O (g)

d)

C2H4 (s) + 2 O2 (g) → 2 CO2 (g) + 2 H2O (g)

7.

1,60 mol CO2 is .....g?

a)

70,4 g

b)

27,5 g

c)

0,0363 g

d)

Geen van alle antwoorden

8.

Bereken de molecuulmassa van FeS2

a)

203.9

b)

43.9

c)

107.9

d)

119.9

9.

Welke van onderstaande reactievergelijkingen is goed kloppend gemaakt?

a)

C5H10 (g) + 8 O2 → 5 CO2 (g) + 5 H2O (g)

b)

2 C5H10 (g) + 15 O2 → 10 CO2 (g) + 10 H2O (g)

c)

C5H10 (g) + O2 → CO2 (g) + H2O (g)

d)

2 C5H10 (g) + 14 O2 → 10 CO2 (g) + 10 H2O (g)

10.

Welke van onderstaande vergelijkingen geeft de vorming van stikstofmono-oxide juist weer?

a)

N + O → NO

b)

N2 + 2 O → 2 NO

c)

2 N + O2 → 2 NO

d)

N2 + O2 → 2 NO

11.

Welke van onderstaande reactievergelijkingen is goed kloppend gemaakt?

a)

ZnO (s) → 2 Zn (s) + 2 O2 (g)

b)

2 ZnO (s) → 2 Zn (s) + 2 O2 (g)

c)

2 ZnO (s) → 2 Zn (s) + O2 (g)

d)

ZnO (s) → Zn (s) + O2 (g)

12.

Bereken de molecuulmassa van AgNO3

a)

169.9

b)

203.8

c)

237.8

d)

288.8

13.

Bereken de molecuulmassa van NH3

a)

11,0 g/mol

b)

14,0 g/mol

c)

17,0 g/mol

d)

43,0 g/mol

14.

Hanjo heeft 180 gram water in een glas geschonken. Bereken hoeveel mol water dit is.

a)

Ongeveer 1 mol

b)

Ongeveer 5 mol

c)

Ongeveer 10 mol

d)

Ongeveer 15 mol

15.

Bereken de molecuulmassa van CaCO3

a)

170.2

b)

100.1

c)

120.1

d)

140.1

16.

Bereken de molecuulmassa van waterstofperoxide (H2O2)

a)

17,0 g/mol

b)

18,0 g/mol

c)

33,0 g/mol

d)

34,0 g/mol

17.
Hindrik heeft 85 gram NH3. Hoeveel mol is dit?
a)
Ongeveer 1 mol
b)
Ongeveer 5 mol
c)
Ongeveer 10 mol
d)
Ongeveer 15 mol
18.

Bereken de molecuulmassa van CaO

a)

95.3

b)

56.1

c)

67.3

d)

78.5

19.

Welke van onderstaande reactievergelijkingen is goed kloppend gemaakt?

a)

2 P2O3 (s) → 4 P (s) + 2 O2 (g)

b)

2 P2O3 (s) → 2 P (s) + 2 O2 (g)

c)

P2O3 (s) → P (s) + O2 (g)

d)

2 P2O3 (s) → 4 P (s) + 3 O2 (g)

20.

Bereken de molecuulmassa van Ag2CO3

a)

275.8

b)

330.9

c)

386.0

d)

468.8

21.

Bereken de molecuulmassa van CO

a)

47.6

b)

33.6

c)

14.1

d)

28.1

22.
Jacco heeft 88 gram CO2. Hoeveel mol is dit?
a)
Ongeveer 1 mol
b)
Ongeveer 2 mol
c)
Ongeveer 5 mol
d)
Ongeveer 10 mol
23.

Billy verbrandt 120 gram fosfor. Bereken hoeveel mol dit is.

a)

2,24 mol

b)

2,97 mol

c)

3,14 mol

d)

3,87 mol

24.

In de vorige vraag heb je uitgerekend dat de 120 gram fosfor die Billy verbrandt, gelijk staat aan 3,87 mol. Bekijk nu de reactievergelijking hieronder:

4 P (s) + 3 O2 (g) → 2 P2O3 (s)


Bereken hoeveel mol difosfortrioxide (P2O3) bij deze reactie ontstaat.

a)

0,97 mol

b)

1,94 mol

c)

3,87 mol

d)

7,74 mol

25.

In de vorige vraag heb je berekend dat er 1,94 mol fosfortrioxide ontstaat (P2O3). Bereken hoeveel gram dit is.

a)

156 gram

b)

189 gram

c)

213 gram

d)

284 gram