wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kader 3 Leesvaardigheid

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Welke functies kan een illustratie hebben? (Er zijn meerdere antwoorden goed)

a)

Een versierende functie

b)

De aandacht trekken

c)

Een illustratie heeft nooit een functie

d)

De tekst is beter te begrijpen

2.

"Nagaan of alle informatie in de tekst klopt en volledig is"

a)

Zoekend lezen

b)

Grondig lezen

c)

Kritisch lezen

d)

Globaal lezen

3.

De tekst helemaal begrijpen en alles onthouden

a)

Globaal lezen

b)

Grondig lezen

c)

Zoekend lezen

d)

Studerend lezen

4.

"Je bladert vlak voordat de les begint de Tina door en kijkt of er iets interessants in staat"

a)

Globaal lezen

b)

Zoekend lezen

c)

Kritisch lezen

d)

Grondig lezen

5.

Mijn beste vriendin heeft een puppy gekregen. Dat is heel leuk.


Dat verwijst naar ...

a)

Een puppy

b)

Mijn beste vriendin

c)

Mijn beste vriendin heeft een puppy gekregen.

6.

Het tekstdoel is "informatie geven".

Wat is de tekstvorm?

a)

Dagboek

b)

Ingezonden brief

c)

Gebruiksaanwijzing

d)

Sinterklaasrijmpje

7.

Het tekstdoel is "amuseren".

Wat is de tekstvorm?

a)

Gedicht

b)

Schoolboektekst

c)

Reclametekst

d)

Liefdesbrief

8.

Waar staat de bron van een tekst?

a)

Bovenaan naast de titel

b)

Onderaan de tekst

c)

Dat staat nooit bij de tekst

9.

De kernzin is ...

a)

De belangrijkste zin van de inleiding

b)

De belangrijkste zin van het slot

c)

De belangrijkste zin van een alinea

d)

De belangrijkste zin van een tekst

10.

In de inleiding probeert de schrijver de aandacht van de lezer te trekken door...

a)

Een vraag te stellen

b)

Een advies te geven

c)

Zijn eigen mening te geven

d)

Een waarschuwing te geven

11.

In de inleiding probeert de schrijver de aandacht van de lezer te trekken door...

a)

Een samenvatting te geven

b)

Een conclusie te geven

c)

Een toekomstverwachting uit te spreken

d)

Een deskundige voor te stellen

12.

In het slot rondt de schrijver de tekst af door...

(er zijn meerdere antwoorden goed)

a)

Een samenvatting te geven

b)

Een advies te geven

c)

Een toekomstverwachting uit te spreken

d)

Zijn eigen mening te geven

13.

De hoofdgedachte is...

a)

De belangrijkste zin van de tekst

b)

De belangrijkste zin van een alinea

c)

Het middenstuk samengevat in 1 zin

d)

De hele tekst samengevat in 1 zin

14.

"het belangrijkste in een tekst"

a)

Bijzaak

b)

Hoofdzaak

c)

Beide antwoorden zijn juist

d)

Geen van de antwoorden is juist