Font size
WorksheetsTrappen van vergelijking Frans Gola
Total questions: 24
Worksheet time: 12mins
Een bijvoeglijk naamwoord
zegt iets over een bijwoord
zegt iets over een delend lidwoord
zegt iets over een zelfstandig naamwoord
zegt iets over een bijwoordelijke bepaling van tijd
Het oude boek
le livre vileiiles
Le vieux livre
Le vieille livre
le vieil livre
Een bijwoord zegt iets over
een zelfstandig naamwoord, een bijvoeglijk naamwoord, een ander bijwoord of een hele zin
een werkwoord, een zelfstandig naamwoord, een ander bijwoord of een hele zin
een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord, een zelfstandig naamwoord of een hele zin
een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord, een ander bijwoord of een hele zin
De auto rijdt snel
La voiture roule rapide
La voiture roule rapidement
La voiture rapide roule
La voiture rapidement roule
De vergrotende trap noem je in het Frans
comparatif
superlatif
adjectif
adverbe
De vergrotende trap maak je door … voor een bijvoeglijk naamwoord of een bijwoord te zetten.
que
plus
le/ la / l'/ les
du, de la, de l'/ des
Lara is groot Mélinda is groter.
Lara est grande. Mélinda est grande.
Lara est grande. Mélinda plus est grande.
Lara est grande. Mélinda est grande plus.
Lara est grande. Mélinda est plus grande.
Als je de vergelijking maakt met iets of iemand, dan gebruik je ...
qui
parce que
car
que
Karim is sterker dan Yannick
Karim est plus fort Yannick
Karim est plus que Yannick
Karim est plus fort que Yannick
Karim est fort que Yannick
De overtreffende trap van een bijvoeglijk naamwoord maak je met … voor de vergrotende trap.
de la, du, des
que
qui
le, la, les
Anita is het aardigst
Anita est le gentil
Anita est plus gentil
Anita est le plus gentil
Anita est la plus gentille
De overtreffende trap van een bijwoord maak je met … voor de vergrotende trap
le
la
l'
les
Marianne rijdt het langzaamst.
Marianne roule le plus lentement.
Marianne roule la plus lentement.
Marianne roule les plus lentement.
Marianne roule l' plus lentement.
De plaats van de vergrotende en overtreffende trap is vergelijkbaar met die van ...
het meewerkend voorwerp
het onderwerp
het lijdend voorwerp
het bijvoeglijk naamwoord
Le garçon le plus sympa achète la plus belle photo
juist
onjuist
Het bijvoeglijk naamwoord goed vertaal je met
bon
bien
Een goed voorbeeld
Un bon exemple est important.
Un bien exemple est important.
Het bijwoord goed vertaal je met
bon
bien
Ik rijd goed.
Je conduis bon.
Je conduis bien.
De vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord bon kan ook vrouwelijk zijn of meervoud.
waar
niet waar
Een goede vriendin
Un bon amie.
Un bone amie.
Un bonne amie.
De vergrotende trap van het bijwoord bien kan ook vrouwelijk zijn of meervoud.
Waar
Niet waar
Il conduit bien. Elle conduit aussi bien. Kim conduit mieux.
Correct
Niet correct
Je kunt ook andere vergelijkingen maken met een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord. Voorbeelden hiervan zijn:
aussi bon que
moins grande que
le moins connu
aussi mal que
autant que
