wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1KGT 1.7 Grammatica (zinsdelen, pv, o)

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de pv?

Donald Duck is al meer dan 80 jaar beroemd.

a)

Donald Duck

b)

is

c)

80 jaar

d)

beroemd

2.

Wat is de pv?

De filmster liep over de rode loper langs alle fotografen.

a)

De filmster

b)

alle fotografen

c)

liep

d)

loper

3.

Wat is de pv?

Ik ontmoette de burgemeester van de stad.

a)

de burgemeester van de stad

b)

ik

c)

ontmoette

d)

stad

4.

Wat is de pv?

Meer dan 45 miljoen mensen volgen Justin Bieber op Instagram.

a)

Meer dan 45 miljoen mensen

b)

volgen

c)

Justin Bieber

d)

op Instagram

5.

Wat is de pv?

Om acht uur heeft het NOS Journaal beelden van de brand laten zien.

a)

heeft

b)

laten

c)

zien

d)

het NOS Journaal

6.

Wat is de pv?

Na het optreden hebben de journalisten allerlei vragen aan Rashid gesteld.

a)

gesteld

b)

de journalisten

c)

hebben gesteld

d)

hebben

7.

Wat is de pv?

Heeft Ruben nu alweer zijn sporttas in de kantine laten liggen?

a)

heeft

b)

laten

c)

liggen

d)

Ruben

8.

Wat is de pv?

Morgen gaat Amal haar kamer opruimen.

a)

Morgen

b)

gaat

c)

opruimen

d)

Amal

9.

Wat is het onderwerp?

Sem kocht gisteren een pak roze koeken.

a)

Sem

b)

kocht

c)

een pak roze koeken

d)

gisteren

10.

Wat is het onderwerp?

Esther verdeelt de pizza mozzarella in zeven stukken.

a)

verdeelt

b)

de pizza mozzarella

c)

Esther

d)

in zeven stukken

11.

Wat is het onderwerp?

Sommige kinderen tekenen fantastisch mooi.

a)

tekenen

b)

sommige kinderen

c)

kinderen

d)

fantastisch mooi

12.

Wat is het onderwerp?

50.000 jaar geleden leefden in Nederland mammoeten.

a)

leefden

b)

in Nederland

c)

mammoeten

d)

50.000 jaar geleden

13.

Wat is het onderwerp?

Gisteren versierde de feestcommissie het hele plein en het gebouw.

a)

versierde

b)

de feestcommissie

c)

het hele plein en het gebouw

d)

gisteren

14.

Wat is het onderwerp?

Gaat Mirjam de bloemen vandaag aan oma geven.

a)

Mirjam

b)

oma

c)

de bloemen

d)

gaat

15.

Wat is het onderwerp?

In de gratis versie van Spotify hoor je om de zoveel nummers reclame.

a)

reclame

b)

hoor

c)

in de gratis versie van Spotify

d)

je

16.

In welke zin staan de zinsdeelstrepen op de juiste plaats?

a)

Mijn drone landde | precies op het balkon.

b)

Mijn drone | landde precies | op het balkon.

c)

Mijn drone | landde | precies | op het balkon.

d)

Mijn | drone | landde | precies | op | het | balkon.

17.

In welke zin staan de zinsdeelstrepen op de juiste plaats?

a)

Gisteren | heeft | mijn moeder | mij | geholpen | met Engels.

b)

Gisteren heeft | mijn moeder | mij geholpen met | Engels.

c)

Gisteren | heeft | mijn moeder | mij geholpen met | Engels.

d)

Gisteren | heeft mijn moeder | mij | geholpen met Engels.

18.

In welke zin staan de zinsdeelstrepen op de juiste plaats?

a)

Mijn | nieuwe | sneakers | zijn | vernield | door | de | hond.

b)

Mijn nieuwe sneakers | zijn vernield | door de hond.

c)

Mijn nieuwe | sneakers | zijn | vernield door | de hond.

d)

Mijn nieuwe sneakers | zijn | vernield | door de hond.

19.

In welke zin staan de zinsdeelstrepen op de juiste plaats?

a)

Judith heeft | kaartjes besteld | voor het muziekfestival.

b)

Judith | heeft | kaartjes | besteld | voor het muziekfestival.

c)

Judith | heeft | kaartjes | besteld | voor | het | muziekfestival.

d)

Judith | heeft kaartjes besteld | voor het muziekfestival.

20.

In welke zin staan de zinsdeelstrepen op de juiste plaats?

a)

Dave | en | Jamie | maakten | samen | een | doelpunt.

b)

Dave en Jamie | maakten samen | een doelpunt.

c)

Dave | en Jamie | maakten | samen een doelpunt.

d)

Dave en Jamie | maakten | samen | een doelpunt.