wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands in gang H1 t/m H5

Total questions: 26

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Uit welk land kom jij?

a)

Ik kom uit Duits

b)

Ik kom van Duitsland

c)

Ik kom uit Duitsland

d)

Ik bin van Duitsland

2.

Hoe gaat het met jou?

a)

Ja.

b)

Het goed gaat. En jij?

c)

Ik ga goed.

d)

Het gaat goed! En met jou?

3.

Welke zin is correct?

a)

Morgen ben ik jarig

b)

Ik ben morgen jarig

c)

Morgen is mijn verjaardag

d)

Ze zijn allemaal correct

4.

Deze vrouw heeft........

a)

Een bril en blond haar

b)

Een brillen en korte rood haar

c)

Een bril en kort rood haar

d)

Brillen en lang rood haar

5.

Winter, zomer, lente, ........

a)

Hervest

b)

Herfst

c)

Herbst

d)

Harvest

6.

De dochter van je oom is je.....

a)

Neef

b)

Zus

c)

Nicht

d)

Moeder

7.

Wat zeggen deze kinderen?

a)

Gecondoleerd!

b)

Wat jammer!

c)

Gefeliciteerd!

d)

Bedankt!

8.

Welke zin is correct?

a)

Mij doe maar een pilsje

b)

Doen mij maar een pilsje

c)

Doe mij maar pilsje

d)

Doe mij maar een pilsje

9.

Wat gaat Hans doen in Venetië?

a)

Hij ga een romantisch film maken

b)

Hij gaat een romantisch film maken

c)

Hij gaat een romantische film maakt

d)

Hij gaat een romantische film maken

10.

Zullen we vanavond iets afspreken?

a)

Ja, dat lijkt me leuk

b)

Nee, ik heb geen zin

c)

Nee, ik heb geen tijd want ik moet mijn kat eten geven

d)

Alle bovenstaande antwoorden zijn goed

11.

Wat eten we vanavond?

a)

We gaan naar de bioscoop

b)

Ja, prima

c)

Zullen we spaghetti carbonara eten?

d)

Nee, ik heb geen geld

12.

Wat is de pluralis van "probleem"

a)

Problemen

b)

probleems

c)

Problems

d)

Probleemen

13.

Ik woon in een__________huisje

a)

Klein

b)

Kleine

c)

Klijn

d)

Klijne

14.

Wat vind je van de soep?

a)

Ik houd niet van salade

b)

Ik vind het leuk

c)

Ik vind de soep te zout

d)

Doe mij maar een tomatensoep

15.

De rekening vragen. Welke mogelijkheid is FOUT

a)

Mag ik betalen alstublieft?

b)

Mag ik de rekening alstublieft?

c)

Mag ik afrekenen alstublieft?

d)

Mag ik het recept alstublieft?

16.

Wat is de juiste spelling?

a)

Advocado

b)

Avocado

c)

Advocadeau

d)

Afocado

17.

Wat verkoopt de slager niet?

a)

Zalm

b)

Gehakt

c)

Biefstuk

d)

Kip

18.

Wie is er aan de beurt?

a)

Hier!

b)

Mijn!

c)

Mij!

d)

Ik!

19.

Wat is de pluralis van het woord café?

a)

cafeën

b)

café's

c)

cafeeën

d)

cafés

20.

Ik ben jarig. Dit rondje___________

a)

ik betaal

b)

betaal ik

c)

betalen hij

d)

je moet betalen

21.

Zij hebben een hele lieve hond. ________hond heet Rufus.

a)

Zijn

b)

Haar

c)

Jouw

d)

Hun

22.

Vandaag is het vrijdag, overmorgen is het?

a)

Maandag

b)

Woensdag

c)

Zondag

d)

Donderdag

23.

Hoe laat is het?

a)

vijf over acht

b)

vijf over zes

c)

vijf over half zeven

d)

vijf voor zeven

24.

Ik wil graag drie___________bananen

a)

kilo's

b)

kiloos

c)

kiloën

d)

kilo

25.

Wat is de juiste spelling?

a)

Sinaasappelsap

b)

Sinasappelsap

c)

Sinnasappelsap

d)

Sinasappellsap

26.

Mijn docent is...

a)

Heel lief!

b)

Heel slim!

c)

Heel gezellig!

d)

Alle bovenstaande