wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

TA thema 4 groep 7

Total questions: 16

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Welk woord past het best bij de afbeelding?

a)

De advocaat

b)

strafbaar

c)

aanklagen

d)

De criminaliteit

2.

Welk woord past het best bij de afbeelding?

a)

De mythe

b)

Het perkament

c)

Ontcijferen

d)

De griffel

3.

" Helaas was de jongen te snel met zijn toets. Hij maakte teveel fouten."


Welke uitdrukking hoort er bij deze zin?

a)

Uit je dak gaan

b)

Half werk leveren

c)

Zich koest houden

d)

Het niet breed hebben

4.

" De jongen liep heel rustig naar de gymzaal toe."


Welke uitdrukking hoort bij deze zin?

a)

Het niet breed hebben.

b)

op z'n dooie gemak.

c)

Niet uit het veld slaan.

d)

Zich gewonnen geven.

5.

Wat betekent het woord "illegaal"?

a)

Naar de rechter gaan en zeggen dat iemand iets verkeerd heeft gedaan.

b)

Iets wat volgens de wet wel mag.

c)

wanneer de rechter onderzoekt of iemand

iets gedaan heeft wat niet mag.

d)

Iets wat volgens de wet niet mag.

6.

Wat betekent het woord "papyrus"?

a)

Een teken uit de taal van het oude Egypte.

b)

Papier uit de oudheid, gemaakt van een moerasplant.

c)

Geschreven taal.

d)

Als je iets geschreven hebt word je niet vergeten.

7.

Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?


De kerstman vliegt met zijn arrenslee door de lucht.

a)

De kerstman

b)

met zijn arrenslee

c)

door de lucht

d)

vliegt

8.

Wat is het onderwerp in de volgende zin?


Jozef vroeg aan de herbergier om een slaapplek.

a)

Jozef

b)

aan de herbergier

c)

een slaapplek

d)

vroeg

9.

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?


De ezel blies warme lucht op het kindje in de stal.

a)

blies

b)

warme lucht

c)

op het kindje

d)

in de stal

10.

Wat is de bepaling van plaats?


Juffrouw Anne heeft zich verstopt achter de kerstboom

a)

Juffrouw Anne

b)

heeft zich verstopt

c)

heeft

d)

achter de kerstboom

11.

Wat is de bepaling van tijd?


Ik ga morgen met mijn moeder in de winkel een kilo kerstkransjes kopen.

a)

Ik

b)

een kilo kerstkransjes

c)

in de winkel

d)

morgen

12.

Wat is het zelfstandig werkwoord?


Het ezeltje is helemaal naar Bethlehem gelopen.

a)

het ezeltje

b)

is

c)

is gelopen

d)

gelopen

13.

Wat is het zelfstandig werkwoord?


Juffrouw Anne zingt de hele dag "Last Christmas".

a)

Last Christmas

b)

Juffrouw Anne

c)

zingt

d)

de hele dag.

14.

Wat is het hulpwerkwoord?


Ik heb in het kerstkoor gezongen.

a)

Ik

b)

heb

c)

kerstkoor

d)

gezongen

15.

Welke zin is beeldspraak?

a)

Nederland heeft al twee keer gescoord.

b)

De voetballer viel hard op de grond.

c)

De meisjes bakten een taart.

d)

Binnenkort viert Nick zijn verjaardag.

16.

Welke zin is beeldspraak?

a)

De meester kookte van woede.

b)

Ik heb een heerlijk gerecht gekookt.

c)

Ik ga op een kookcursus.

d)

Kook jij iedere avond?