wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2th H2.1-4

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Een endogene kracht is

a)

Een kracht van buiten het aardoppervlak dat de aardkorst verandert

b)

Een scheur in de aardkorst

c)

Een kracht die bergen (zoals de Alpen) creëert

d)

Een kracht van binnenuit de aarde die de aardkorst verandert

2.

Een exogene kracht is?

a)

Een kracht van binnenuit de aarde die de aardkorst verandert

b)

Een kracht van buiten het aardoppervlak dat de aardkorst verandert

c)

Een kracht dat veel verweringsmateriaal creërt

3.

Welk proces dat materiaal op een plek aflevert is mede-verantwoordelijk voor het ontstaan van de Alpen?

a)

Erosie

b)

Chemische verwering

c)

Sedimentatie

4.

Welke bewering is waar?

a)

Erosie is een exogeen proces en een aardbeving is een endogene kracht

b)

Sedimentatie en erosie zijn beide een endogene kracht

c)

Verwering is een endogene kracht

d)

Vulkaanuitbarstingen zijn een exogene kracht

5.

Doordat twee platen ....... zijn de Alpen ontstaan

a)

van elkaar af bewogen

b)

langs elkaar bewogen

c)

naar elkaar toe bewogen

6.

Welke bewering is waar?

a)

Oud gebergte heeft afgeronde toppen

b)

Jonge gebergte is minder groot dan oud gebergte, maar heeft wel stijle toppen

c)

Er is erg weinig verschil tussen oud en jong gebergte

7.

Verwering is:

a)

Het uiteenvallen van gesteente onder invloed van weer en plantengroei

b)

Het uitschuren en afschuren van hard gesteente door met verweringsmateriaal geladen water, ijs of wind

8.

Erosie is:

a)

Het uitschuren en afschuren van hard gesteente door met verweringsmateriaal geladen water, ijs of wind

b)

Het uiteenvallen van gesteente onder invloed van weer en plantengroei

9.

Wat is firn?

a)

Een klein meertje gemaakt door een gletsjer.

b)

Korrelige, overjarige en ijsachtige sneeuw

c)

Op elkaar geplakt ijs

d)

Hevige regenval

10.

Wat is de term die we gebruiken voor een laag gesteente aan het einde van een gletsjer?

a)

eindmorene

b)

grondmorene

c)

zijmorene

d)

middenmorene

11.

Wat voor soort dal maakt een gletsjer?

a)

V-dal

b)

O-dal

c)

U-dal

d)

C-dal

12.

(3 juiste antwoorden) Wanneer de gletsjer aan het einde smelt ontstaat er een:

a)

Gletsjer-grot

b)

Gletsjer-tunnel

c)

gletsjer-poort

d)

gletsjer-rivier

13.

Welke beweringen zijn waar?

a)

Gletsjerrivier = Rivier gevoed door smeltwater van een gletsjer en regenwater

b)

Een gemengde rivier = Rivier die smeltwater van gletsjers en regenwater afvoert.

c)

Regenrivier = Rivier die volledig afhankelijk is van regenwater

d)

Regenrivier = Rivier die een klein beetje gevoed wordt door het smeltwater van een gletsjer, maar voornamelijk door regen

14.

Als een rivier snel stroomt dan is er:

a)

Meer erosie dan sedimentatie

b)

Meer sedimentatie dan erosie

c)

Evenveel erosie als sedimentatie

15.

Door welke kracht wordt een waterval gecreëert?

a)

Sedimentatie

b)

Mechanische verwering

c)

Erosie

d)

Verwering

16.

Wat betekend het begrip verwering?

a)

afslijten van gesteente

b)

afbrokkelen van gesteente

c)

bevriezen van gesteente

17.

Welk begrip past het beste bij de afbeelding?

a)

gebergte vorming

b)

verwering

c)

erosie

18.

Dalen worden gevormd door gletsjers en rivieren. Welke vorm hoort er bij een gletsjerdal?

a)

U-dal

b)

V-Dal

c)

W-Dal

d)

hangdal

19.

Wat voor dal is dit?

a)

U-dal

b)

V-dal

c)

S-dal

d)

Jong gebergte