wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4 vmbo t thema 5 gaswisseling

Total questions: 30

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Welke organismen hebben tracheeën?

a)

Amfibiën

b)

Vissen

c)

Insecten

d)

Reptielen

e)

Vogels

2.

Via openingen komt lucht in het tracheeënstelsel. Hoe heten deze openingen?

a)

Luchtklepjes

b)

Stigma's

c)

Luchtopeningen

d)

Zuurstofklepjes

3.
In de lucht die we uitademen zit
a)
meer zuurstof
b)
meer koolstofdioxide
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
4.
In de afbeelding zie je in het geel
a)
longen
b)
kieuwen
c)
nieren
d)
geen van de drie
5.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
6.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

7.

Welke letter geeft de luchtpijp aan?

a)

J

b)

K

8.

Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2

9.
In je cellen wordt brandstof verbrand met behulp van zuurstof. Hierbij komt energie vrij.
Welke stof wordt er verbrand?
a)
Water
b)
Koolstofdioxide
c)
Energie
d)
Glucose
10.
Nummer 6 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
het strotklepje
d)
de huig
11.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht droger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht schoner wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
12.

Wat is waar?

a)

In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht

b)

in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht

c)

In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan in uitgeademde lucht

d)

In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht

13.
Wat is niet waar?
a)
Als ik ga bewegen gaat het hart sneller kloppen
b)
Als ik ga bewegen gaat mijn ademhaling sneller
c)
Als ik ga bewegen heb ik meer koolstofdioxide nodig
d)
Als ik ga bewegen heb ik meer zuurstof nodig
14.
Welke weg ,legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?Wat is het juiste antwoord?
a)
Neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-bronchie
b)
neusholte-bronchie-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp
c)
neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
d)
keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
15.
Nummer 7 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
16.

De luchtpijp is versterkt met

a)

kringspieren

b)

longblaasjes

c)

kraakbeenringen

17.

Uitgeademde lucht bevat meer waterdamp dan ingeademde lucht

a)

waar

b)

niet waar

18.

In de bronchiën vindt gaswisseling plaats

a)

waar

b)

niet waar

19.

Bij inademen gaan de ribben en het middenrif omhoog

a)

waar

b)

niet waar

20.

Wat is de oorzaak van copd?

a)

werken met gras

b)

astma

c)

huisstofmijt

d)

roken

21.

Roken is schadelijk. Welke stof neemt de plaats in van zuurstof?

a)

koolstofdioxide

b)

nicotine

c)

koolstofmonoxide

d)

teer

22.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

Ze een heel groot oppervlakte samen hebben en een dikke wand hebben

b)

Ze een hele dikke wand hebben waardoor water en opgeloste voedingsstoffen makkelijk doorheen kan

c)

Ze een heel groot oppervlakte hebben en maar 1 cellaag dik zijn

23.

Wat is de juiste volgorde van het inademen?

a)

ribben omhoog en middenrif omlaag -> borstholte groter -> longen groter -> lucht in de longen

b)

ribben omhoog en middenrif omlaag-> lucht in de longen -> borstholte groter -> longen groter

c)

borstholte groter -> longen groter -> lucht in de longen ->ribben omhoog en middenrif omlaag

24.
Hoe maak je met de borstademhaling je borstholte groter?
a)
door zuurstof
b)
door je ribben
c)
door je tussenribspieren
d)
door je middenrifspieren
25.
Hoe maak je met je buikademhaling je borstholte groter?
a)
door je middenrifspieren
b)
door je tussenribspieren
c)
door zuurstof
d)
door je ribben
26.
In de longblaasjes vindt gaswisseling plaats. Hoe?
a)
1. Zuurstof gaat vanuit de lucht naar het bloed.
2. Koolstofmonodioxide gaat gaat vanuit het bloed naar de lucht.
b)
1. Zuurstof gaat vanuit het bloed naar de lucht.
2. Koolstofdioxide gaat gaat vanuit de lucht naar het bloed.
c)
1. Zuurstof gaat vanuit de lucht naar het bloed.
2. Koolstofdioxide gaat gaat vanuit het bloed naar de lucht.
d)
1. Zuurstof gaat vanuit de lucht naar het bloed.
2. Koolstofdioxide gaat gaat vanuit het bloed naar de lucht.
27.
Wat zorgt ervoor dat de lucht schoon en vochtig blijft in de neusholte, luchtpijp en bronchiën?
a)
zuurstof
b)
slijmvlies
c)
neusharen
d)
bloedcellen
28.
Waar zwiepen de trilhaartjes slijm met vastgeplakt stof en ziekteverwekkers naar toe?
a)
Naar de keelholte
b)
Naar de longen
c)
Naar de luchtpijp
d)
Naar de bronchiën
29.
Door via de neus in te ademen....
a)
wordt de lucht warmer en je ruikt beter
b)
wordt de lucht kouder en je ruikt beter
c)
wordt de lucht warmer en je hoort beter
d)
wordt de lucht warmer en je ziet beter
30.
Rondom de longblaasjes zitten veel...
a)
longblaasjes
b)
trilharen
c)
haarvaten
d)
bronchiën