wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Van de bergen naar de zee

Total questions: 37

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Een endogene kracht is

a)

Een kracht van buiten het aardoppervlak dat de aardkorst verandert

b)

Een scheur in de aardkorst

c)

Een kracht die bergen (zoals de Alpen) creëert

d)

Een kracht van binnenuit de aarde die de aardkorst verandert

2.

Een exogene kracht is?

a)

Een kracht van binnenuit de aarde die de aardkorst verandert

b)

Een kracht van buiten het aardoppervlak dat de aardkorst verandert

c)

Een kracht dat veel verweringsmateriaal creërt

3.

Welk proces dat materiaal op een plek aflevert is mede-verantwoordelijk voor het ontstaan van de Alpen?

a)

Erosie

b)

Chemische verwering

c)

Sedimentatie

4.

Welke bewering is waar?

a)

Erosie is een exogeen proces en een aardbeving is een endogene kracht

b)

Sedimentatie en erosie zijn beide een endogene kracht

c)

Verwering is een endogene kracht

d)

Vulkaanuitbarstingen zijn een exogene kracht

5.

Doordat twee platen ....... zijn de Alpen ontstaan

a)

van elkaar af bewogen

b)

langs elkaar bewogen

c)

naar elkaar toe bewogen

6.

Welke bewering is waar?

a)

Oud gebergte heeft afgeronde toppen

b)

Jonge gebergte is minder groot dan oud gebergte, maar heeft wel stijle toppen

c)

Er is erg weinig verschil tussen oud en jong gebergte

7.

Verwering is:

a)

Het uiteenvallen van gesteente onder invloed van weer en plantengroei

b)

Het uitschuren en afschuren van hard gesteente door met verweringsmateriaal geladen water, ijs of wind

8.

Erosie is:

a)

Het uitschuren en afschuren van hard gesteente door met verweringsmateriaal geladen water, ijs of wind

b)

Het uiteenvallen van gesteente onder invloed van weer en plantengroei

9.

Wat is firn?

a)

Een klein meertje gemaakt door een gletsjer.

b)

Korrelige, overjarige en ijsachtige sneeuw

c)

Op elkaar geplakt ijs

d)

Hevige regenval

10.

Wat voor soort dal maakt een gletsjer?

a)

V-dal

b)

O-dal

c)

U-dal

d)

C-dal

11.

(3 juiste antwoorden) Wanneer de gletsjer aan het einde smelt ontstaat er een:

a)

Gletsjer-grot

b)

Gletsjer-tunnel

c)

gletsjer-poort

d)

gletsjer-rivier

12.

Welke beweringen zijn waar?

a)

Gletsjerrivier = Rivier gevoed door smeltwater van een gletsjer en regenwater

b)

Een gemengde rivier = Rivier die smeltwater van gletsjers en regenwater afvoert.

c)

Regenrivier = Rivier die volledig afhankelijk is van regenwater

d)

Regenrivier = Rivier die een klein beetje gevoed wordt door het smeltwater van een gletsjer, maar voornamelijk door regen

13.

Als een rivier snel stroomt dan is er:

a)

Meer erosie dan sedimentatie

b)

Meer sedimentatie dan erosie

c)

Evenveel erosie als sedimentatie

14.

In welk gedeelte van de rivier kun je dit tegenkomen?

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

d)

Delta

15.

Daniek zegt: "In de bovenloop zijn kleine hoogteverschillen"

a)

Dat is onjuist

b)

Dat is juist

16.

In welk gedeelte van de rivier is deze foto gemaakt?

a)

Delta

b)

Benedenloop

c)

Middenloop

d)

Bovenloop

17.

Stelling I: In de bovenloop vind er sedimentatie plaats.

Stelling II: Erosie is het afslijten en meenemen van gesteente.

a)

I is juist en II is onjuist

b)

I is onjuist en II is juist

c)

Beide zijn juist

d)

Beide zijn onjuist

18.
a)

Dit is een U-dal gevormd door een rivier

b)

Dit is een U-dal gevormd door een gletsjer

c)

Dit is een V-dal gevormd door een rivier

d)

Dit is een V-dal gevormd door een gletsjer

19.
a)

Dit is een U-dal gevormd door een rivier

b)

Dit is een U-dal gevormd door een gletsjer

c)

Dit is een V-dal gevormd door een rivier

d)

Dit is een V-dal gevormd door een gletsjer

20.

Een 'rivier' van ijs heet:

a)

een bevroren rivier

b)

gletsjer

c)

zee

21.

In welke richting stroomt een rivier?

a)

Van de zee naar de bovenloop

b)

Van de zee naar de bergen

c)

van de bergen naar de zee

d)

het stroomt heen en weer door eb en vloed

22.

Het trager stromen van het water en het afzetten van materiaal gebeurt in de ....

a)

bovenloop

b)

benedenloop

c)

middenloop

d)

gletsjer

23.

Waar vind je voornamelijk erosie en sedimentatie

a)

erosie in de bovenloop, sedimentatie in de benedenloop

b)

erosie in de benedenloop, sedimentatie in de benedenloop

c)

erosie in de benedenloop, sedimentatie in de bovenloop

24.

Hoe wordt het aftakken van een rivier, voordat deze de zee in stroomt genoemd? (zie afbeelding)

a)

Een meander

b)

Een delta

c)

Een gletsjer

d)

condensatie

25.

Welk begrip past het beste bij de afbeelding?

a)

gebergte vorming

b)

verwering

c)

erosie

26.

Het neerleggen van materiaal door, bijvoorbeeld stromend water, heet sedimentatie. Welke sedimenten bestaan er?

a)

grind

b)

zand

c)

löss

d)

klei

27.

Waar vindt erosie en sedimentatie plaats in de rivier?

a)

binnenbocht = sedimentatie, buitenbocht = erosie

b)

buitenbocht = erosie, binnenbocht = erosie

c)

binnenbocht = sedimentatie, buitenbocht = sedimentatie

d)

binnenbocht = erosie, buitenbocht = sedimentatie

28.

Hoe heet de buitenste laag van de aarde?

a)

Magma

b)

Lawine

c)

Aardkorst

d)

Lava

29.

Hoe komt het dat Nederland geen bergen heeft?

a)

Nederland ligt in een dal

b)

Nederland ligt op de rand van een plaat

c)

Nederland ligt op het midden van een plaat

d)

Nederland ligt tussen 2 platen in

30.

In welk land mondt de Rijn in zee uit?

a)

Nederland

b)

Duitsland

c)

Frankrijk

d)

Zwitserland

31.

In welke zee mondt de Rijn uit?

a)

Waddenzee

b)

Oostzee

c)

Middellandse Zee

d)

Noordzee

32.

Een plooiingsgebergte ontstaat als..?

a)

platen uitelkaar drijven

b)

platen met elkaar botsen

c)

platen langs elkaar schuiven

d)

platen inde grond zakken

33.

Wat is een gletsjerrivier?

a)

bestaat alleen uit smeltwater van gletsjer

b)

smeltwater en regenwater

c)

alleen regenwater

d)

regen, smeltwater en grondwater

34.

De Rijn is in het begin een gletsjerrivier. Later komt er ook regen bij. Hoe noem je de Rijn dan?

a)

regenrivier

b)

gemengde rivier

c)

nog steeds gletsjerrivier

d)

Rhein

35.

Welke gras speelt een rol bij het vormen van duinen

a)

siergras

b)

voetbalveldgras

c)

helmgras

d)

soldatengras

36.

Bij het ontstaan van duinen

a)

moet er sprake zijn van wind die het strand opblaast.

b)

moet er sprake zijn van wind die de zee in blaast

c)

speelt wind geen enkele rol

37.

Hoe wordt het kronkelen van een rivier genoemd

a)

Delta

b)

Meanderen

c)

Bovenloop

d)

Stromen