wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2024 - 2m de kracht van gletsjers

Total questions: 38

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Relief is bijvoorbeeld wanneer je aan het fietsen bent je de bult op moet en weer naar beneden.

a)

Ja

b)

nee

2.

De Vaalserberg is 323 meter hoog. Welke uitspraak is juist?

a)

Een top van die hoogte is officieel geen berg, maar een heuvel.

b)

Een top van die hoogte geldt al als een berg.

c)

Een top van die hoogte geldt als laaggebergte.

d)

Een top van die hoogte geldt als middelgebergte.

3.

Wat is verwering?

a)

Uiteenvallen van gesteente door wind en rivieren

b)

Uiteenvallen van gesteente door weer en planten.

c)

Het afschuren van steen door wind

d)

Het puin aan het einde van een gletsjer

4.

Wat is de beste omschrijving van verwering?

a)

Het slijten en wegspoelen van materiaal.

b)

Het uit elkaar vallen en afbreken van materiaal.

c)

Het omlaag vallen van materiaal.

d)

Het op elkaar stapelen van natuurlijk materiaal.

5.

Wat is geen oorzaak van verwering?

a)

Het weer.

b)

Water dat bevriest en daarna uitzet.

c)

Wortels van planten.

d)

Bodemerosie.

6.

Wat is een gletsjer?

a)

IJsmassa in het hooggebergte die langzaam naar beneden schuift

b)

IJsmassa in het laagland die langzaam verder schuift.

c)

IJsmassa in het hooggebergte die snel naar beneden schuift.

7.

Zet in goede volgorde van klein naar groot:

a)

grind, rotsen, zand, klei

b)

rotsen, grind, zand, klei

c)

klei, zand, rotsen, grind

d)

klei, zand, grind, rotsen

8.

Zet in goede volgorde van de stroming

a)

Delta, middenloop, benedenloop, bovenloop

b)

Bovenloop, middenloop, benedenloop, delta

c)

Bovenloop, benedenloop, middenloop, delta

d)

Delta, benedenloop, middenloop, bovenloop

9.

Wat is erosie?

a)

Het afschuren van stenen door water, ijs of wind

b)

Het afbrokkelen van gesteente

c)

Gletsjers die puin mee nemen

d)

De grens tussen twee stroomgebieden

10.

Wat is een gletsjer?

a)

IJsmassa in het hooggebergte die langzaam naar beneden schuift

b)

IJsmassa in het laagland die langzaam verder schuift.

c)

IJsmassa in het hooggebergte die snel naar beneden schuift.

11.

Wat voor soort dal zie je op deze foto?

a)

Een V dal, ontstaan door een rivier

b)

Een U dal, ontstaan door een rivier

c)

Een V dal, ontstaan door een gletsjer

d)

Een U dal, ontstaan door een gletsjer

12.

Wat voor soort dal zie je op de foto?

a)

Een U dal, ontstaan door een rivier

b)

Een U dal, ontstaan door een gletsjer

c)

Een V dal, ontstaan door een rivier

d)

Een V dal, ontstaan door een gletsjer

13.

Neerleggen van verweringsmateriaal als de transportsnelheid van water, wind of ijs afneemt.

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

14.

Afbraak van gesteente onder invloed van het weer en plantengroei

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

15.

Uitschurende werking van water, ijs en wind

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

16.

Welk begrip hoort bij deze foto?

a)

V dal

b)

U dal

c)

Fjord

d)

firnbekken

17.

Welke vorm van erosie zie je op de afbeelding?

a)

Winderosie

b)

IJserosie

c)

Watererosie

d)

Erosie door zwaartekracht

18.

Wat is de beste omschrijving van verwering?

a)

Het slijten en wegspoelen van materiaal.

b)

Het uit elkaar vallen en afbreken van materiaal.

c)

Het omlaag vallen van materiaal.

d)

Het op elkaar stapelen van natuurlijk materiaal.

19.

Wat is erosie?

a)

Het afschuren van stenen door water, ijs of wind

b)

Het afbrokkelen van gesteente

c)

Gletsjers die puin mee nemen

d)

De grens tussen twee stroomgebieden

20.

Welk verschijnsel zie je op de foto?

a)

Sedimentatie

b)

Erosie

c)

Verwering

d)

Morenen

21.

Welk verschijnsel zie je hier?

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Vorstverwering

22.

Uitschurende werking van water, ijs en wind

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

23.

Wat voor soort dal zie je op de foto?

a)

Een U dal, ontstaan door een rivier

b)

Een U dal, ontstaan door een gletsjer

c)

Een V dal, ontstaan door een rivier

d)

Een V dal, ontstaan door een gletsjer

24.

De bron van een rivier ligt op het hoogste punt van het stroomgebied van een rivier.

a)

Juist

b)

Onjuist

25.
Door erosie
a)
worden dalen dieper en breder.
b)
worden bergen hoger.
c)
worden bergen lager.
d)
worden gletsjers groter en langer.
26.

Waardoor verandert een gebergte uiteindelijk in een oud gebergte?

a)

door aardbevingen

b)

door erosie en verwering

c)

door neerslag en atmosfeer

d)

door lage en hoge luchtdruk

27.

Welk begrip:

Het eerste stuk van de rivier vanaf de bron, waar veel reliëf is en waar de rivier snel stroomt.

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

28.

Neerleggen van verweringsmateriaal als de transportsnelheid van water, wind of ijs afneemt.

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

29.

Welk begrip:

Het eerste stuk van de rivier vanaf de bron, waar veel reliëf is en waar de rivier snel stroomt.

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

30.

Wat krijg je als water zacht stroomt?

a)

erosie

b)

verwering

c)

sedimentatie

d)

horsten

31.

U-dalen veranderen door een gletsjer in een V-dal.

Waar of niet waar?

a)

Waar

b)

Niet waar

32.

Het uiteenvallen van gesteente onder invloed van het weer en plantengroei noemen we:

a)

Verwering

b)

Sedimentatie

c)

Erosie

d)

Subductie

33.

Wat is erosie?

a)

Het afschuren van stenen door water, ijs of wind

b)

Het afbrokkelen van gesteente

c)

Gletsjers die puin mee nemen

d)

De grens tussen twee stroomgebieden

34.

In welk gedeelte van de rivier kun je dit tegenkomen?

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

d)

Delta

35.

Bekijk de afbeelding. Dit is

a)

U dal

b)

V dal

c)

ontstaan door een rivier

d)

ontstaan door een gletsjer

36.

Waar begint de rivier?

a)

benedenloop

b)

middenloop

c)

bovenloop

d)

onderloop

37.

welke delen van een gletsjer zie je hier? Kies het meest correcte antwoord!

a)

een gletsjerpoort met eindmorenen

b)

een gletsjerfront met een gletsjerpoort, eindmorenen en smeltwater

c)

een gletsjerpoort met eindmorenen en smeltwater

d)

een gletsjerpoort met eindmorenen en smeltwater in de winter

38.

Een U-dal ontstaat door

a)

brokstukken vastgevroren in het ijs schuren de bedding van de gletsjertong uit

b)

brokstukken vastgevroren in het ijs schuren de bedding van de gletsjertong en de zijwanden van de gletsjer uit

c)

morenen vastgevroren in het ijs schuren de bedding van de gletsjertong en de zijwanden van de gletsjer uit

d)

broktukken bovenop de gletsjertong schuren de bedding van de gletsjertong en de zijwanden van de gletsjer uit