wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

h4 migratie les 1.1

Total questions: 41

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Wat is geen reden voor migratie?

a)

economische redenen

b)

ecologische redenen

c)

asociale redenen

d)

politieke redenen

2.

De totale bevolkingsgroei van een land per jaar reken je als volgt uit:

a)

(geboorte - sterfte) + (immigratie - emigratie)

b)

(geboorte + sterfte) + (immigratie + emigratie)

c)

(geboorte - sterfte) - (immigratie - emigratie)

d)

(geboorte + sterfte) - (immigratie + emigratie)

3.

Wat hoort niet bij cultuurelementen?

a)

Taal en godsdienst (verstand)

b)

Huidskleur en haarkleur (uiterlijk)

c)

Wetten, familiebanden en opvoeding (samenleven)

d)

Kleding, voedsel, gebouwen en kunst (zichtbaar)

4.

In 1947 was .... % van alle inwoners van Nederland vreemdeling:

a)

0,1

b)

0,5

c)

1,1

d)

10,1

5.

Welke twee zaken horen bij de Nederlandse emigratie van na 1945?

a)

De overheid stimuleerde deze emigratie

b)

De meeste emigranten verhuisden binnen Europa

c)

De overheid vond Nederland te vol

d)

Anderhalf miljoen Nederlanders emigreerden

6.

Wat was geen populair land voor emigranten in de jaren 1948 - 1964?

a)

de VS

b)

Canada

c)

Australië

d)

Argentinië

7.

Vanaf 1945 verhuisden Indische Nederlanders uit Indonesië naar Nederland. Om hoeveel mensen ging het hier?

a)

300.000

b)

30.000

c)

3.000.000

d)

150.000

8.

In 1958 moesten alle Nederlanders die er nog waren in Indonesië terug naar Nederland vanwege een conflict over welk gebied?

(a)  

9.

Wat hoort niet bij de komst van gastarbeiders?

a)

Vanaf de jaren '60

b)

Zuid-Europese landen

c)

Marokko en Turkije

d)

Zij kwamen omdat de Nederlandse economie het moeilijk had

10.

Een ander woord voor verhuizen is ...

a)

migratie

b)

emigratie

c)

immigratie

d)

remigratie

11.

Als iemand van uit het buitenland naar hier verhuist noemen we dit ...

a)

migratie

b)

emigratie

c)

immigratie

d)

remigratie

12.

Dit Tv-programma gaat over gezinnen die verhuizen naar het buitenland

Dit noemen we ...

a)

migratie

b)

emigratie

c)

immigratie

d)

remigratie

13.

Voorbeeld: Rik krijgt een baan aangeboden in Frankrijk en gaat er daarom daar ook wonen.

Welk begrip pas hierbij?

a)

remigrant

b)

arbeidsmigrant

c)

vluchteling

14.

Een reden om naar een land te verhuizen noemen we een aantrekkingskrachtfactor.

Klik op 3 aantrekkingsfactoren

a)

veiligheid

b)

familie en vrienden

c)

werkloosheid

d)

aardbevingen

e)

klimaat

15.

Een reden om weg te gaan uit je eigen land, noemen we aan afstotingsfactor.

Klik op 3 afstotingsfactoren

a)

veiligheid

b)

familie en vrienden

c)

werkloosheid

d)

aardbevingen

e)

klimaat

16.

Als de sociale bevolkingsgroei in een land positief is dan ...

a)

Zijn er door immigranten dan emigranten

b)

Zijn er door emigranten dan immigranten

17.

Wat betekent cultuur?

a)

Het opnemen van bevolkingsgroepen met hun eigen cultuur in een samenleving

b)

Kenmerken van een groep mensen waardoor deze groep anders is dan andere mensen

c)

Er wonen steeds meer ouderen in een land

18.

Welke politicus is tegen migranten

a)

Geert Wilders

b)

Mark Rutte

c)

Jesse Klaver

19.

Mensen uit westerse landen die naar Nederland komen zijn vaak:

a)

Arbeidsmigranten

b)

Kennismigranten

c)

Vluchtelingen

20.

Als je uit Turkije verhuist naar Nederland .... dan ben je ...

a)

voor Nederland een immigrant

b)

voor Nederland een emigrant

c)

voor Nederland een retourmigrant

d)

voor Nederland een vluchteling

21.

De grootste groep migranten in de wereld zijn ...

a)

vluchtelingen

b)

gezinsmigranten

c)

arbeidsmigranten

d)

studenten

22.

De meeste asielzoekers in Nederland komen op dit moment uit ...

a)

Afghanistan

b)

Rusland

c)

Syrië

d)

Mexico

23.

'Koningin' Maxima is een buitenlander van de ....

a)

4de generatie

b)

3de generatie

c)

2de generatie

d)

1ste generatie

24.

'Koningin' Maxima kwam naar Nederland .....

a)

als arbeidsmigrant

b)

voor gezinshereniging

c)

voor gezinsvorming

d)

als asielzoeker

25.

De eerste generatie arbeidsmigranten kwam uit Spanje en Italië, de tweede generatie arbeidsmigranten kwam uit ....

a)

Oekraïne

b)

Syrië en Afghanistan

c)

Duitsland en België

d)

Marokko en Turkije

26.

In Frankrijk wonen veel mensen afkomstig uit Mali, Burkina Faso en Algerije. Waarom is dit zo?

a)

Deze landen liggen dicht bij Frankrijk

b)

Deze landen waren een Franse kolonie

c)

In deze landen spreken ze ook Frans

d)

Er zijn veel vluchten naar Parijs

27.

Ook Nederlanders zijn geëmigreerd, vooral in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Waar gingen zij heen?

a)

China

b)

Australië, de VS en Zuid-Afrika

c)

Duitsland en België

d)

Suriname

28.

Als jij later een studie gaat volgen in Amsterdam en daar gaat wonen dan ben je ....

a)

een vluchteling

b)

een emigrant

c)

een verrader van Zeewolde

d)

een binnenlandse migrant

29.

Als je asiel aanvraagt in Nederland dan heb je de meeste kans als je uit ....... komt

a)

Afghanistan

b)

Marokko

c)

Algerije

d)

Nigeria

30.

Welke onderstaande zinnen zijn voorbeelden van sociale redenen voor migratie?

a)

Er is jaren sprake van conflicten in Syrië. Meerdere gezinnen emigreren.

b)

Vader en moeder zijn op zoek naar werk. Zij laten de kinderen achter bij opa en oma en migreren naar Nederland.

c)

Vader van het gezin verblijft drie jaar in Nederland. Vanaf volgend jaar komen zijn vrouw en twee kinderen naar Nederland voor definitief verblijf.

d)

Al meer dan een decennia is er lange droogte in het land. Gezinnen verhuizen naar het noorden van het land, omdat dit dichter bij zee ligt.

31.

Verhuis je naar een woonplaats in een ander land, dan ben je voor het land dat je weggaat een ...

a)

immigrant

b)

emigrant

32.

Verhuis je naar een woonplaats in een ander land, dan ben je voor het land waar je binnenkomt een

a)

immigrant

b)

emigrant

33.

Wanneer heb je een migratieachtergrond

a)

Als je in het buitenland bent geboren.

b)

Als 1 of beide ouders in het buitenland zijn geboren.

c)

Als 1 of meerdere grootouders (oma/opa) in het buitenland zijn geboren,

34.

Ik hoopte asiel te krijgen in Griekenland zodat ik in de EU kon werken. Helaas is dat afgewezen, maar ik wil niet terug naar Nigeria. Ik ben vertrokken uit het opvangkamp en probeer nu op straat zonnebrillen te verkopen.

a)

vertrekreden

b)

vestigingsreden

35.

Mijn oma komt uit Indonesië. Ze woont al 60 jaar in Nederland. Toen Indonesië onafhankelijk werd, was ze daar met haar Nederlandse achtergrond niet langer welkom.

a)

Migrant uit voormalige kolonie

b)

Migrant door gezinshereniging

c)

Vluchteling

d)

Arbeidsmigrant

e)

Illegaal

36.

Mijn oma komt uit Indonesië. Ze woont al 60 jaar in Nederland. Toen Indonesië onafhankelijk werd, was ze daar met haar Nederlandse achtergrond niet langer welkom.

a)

vertrekreden

b)

vestigingsreden

37.

Ik hoopte asiel te krijgen in Griekenland zodat ik in de EU kon werken. Helaas is dat afgewezen, maar ik wil niet terug naar Nigeria. Ik ben vertrokken uit het opvangkamp en probeer nu op straat zonnebrillen te verkopen.

a)

Migrant uit voormalige kolonie

b)

Migrant door gezinshereniging

c)

Vluchteling

d)

Arbeidsmigrant

e)

Illegaal

38.

We stammen allemaal af van migranten en hebben allemaal een migratieachterond.

a)

Waar

b)

Niet waar

39.

Kennismigranten zijn geen arbeidsmigranten.

a)

Waar

b)

Niet waar

40.
Wat is de belangrijkste reden voor arbeidsmigranten om te migreren?
a)
Politieke redenen
b)
Educatieve redenen
c)
Economische redenen
d)
Sociale redenen
41.
Waar verblijven de meeste vluchtelingen?
a)
In rijke landen
b)
In landen met een hoge economische groei
c)
In landen met een lage economische groei
d)
In buurlanden van oorsprongslanden

Similar Resources on Wayground