wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 8 hoe vrij ben jij?

Total questions: 36

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

De belangrijkste rechten en plichten staan in ....

a)

Het parlement

b)

De grondwet

c)

De bijbel

d)

Het koningsboek

2.

Journalisten mogen schrijven wat ze willen, dat noem je

a)

Vrijheid van onderwijs

b)

Vrijheid van godsdienst

c)

Vrijheid van de staat

d)

Persvrijheid

3.

Wanneer een koning alle macht heeft noem je dit...

a)

Democratie

b)

Absolutisme

c)

Parlement

d)

Dictatuur

4.

In welk jaar begon de Franse revolutie?

a)

1789

b)

1795

c)

1815

d)

1848

5.

Wat gebeurde NIET in 1848?

a)

Koning Willem II gaf zijn macht af

b)

Er kwam een nieuwe grondwet

c)

Napoleon overlijdt

d)

Er vonden rellen plaats in Amsterdam

6.

Waarom leefden veel edelen in Versailles?

a)

Lodewijk XIV wilde ze in de gaten houden

b)

Ze waren nergens anders veilig

c)

Ze wilden de balletshows zien

7.

Alleen de burgers en boeren betaalden belasting in Frankrijk

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

De edelen hielpen de koning bij zijn oorlogen

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Het Griekse woord DEMOS betekent

a)

besturen

b)

koning

c)

volk

10.

Napoleon had een aantal slimme plannen, een daarvan is...

a)

Iedereen gebruikt dezelfde maten

b)

Hij geeft het volk nieuwe rechten

c)

Vrouwen mogen ook stemmen

11.

In welk land is het slecht gesteld met de mensenrechten?

a)

Nederland

b)

Canada

c)

Duitsland

d)

Noord-Korea

12.

Hoe veel zetels heb je nodig voor een meerderheid in de tweede kamer?

a)

75

b)

150

c)

35

d)

76

13.

Wat mag volgens de Vrijheid van Meningsuiting NIET

a)

Demonstreren omdat je tegen een asielzoekerscentrum bent

b)

Zeggen dat donkere mensen minderwaardig zijn

c)

Een artikel schrijven over hoe slecht je de regering vindt.

d)

Een godsdienst belachelijk maken.

14.

Wie is de baas van de regering?

a)

Minister

b)

President

c)

Koning

d)

Minister-President

15.

Wie kiest de Tweede Kamer?

a)

burgers van Nederland

b)

De eerste kamer

c)

De ministers

d)

De gemeenteraden

16.

Hoeveel leden heeft de Eerste Kamer?

a)

50

b)

75

c)

100

d)

125

17.

Hoeveel leden heeft het parlement?

a)

75

b)

150

c)

225

d)

275

18.

In Frankrijk had je een standenmaatschappij die bestond uit de geestelijkheid, de adel en boeren en burgers

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

De adel had net zoveel rechten als de geestelijkheid

a)

Juist

b)

Onjuist

20.

De grondwet uit 1848 lijkt nog steeds op de grondwet die we nu kennen in Nederland

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Het loon dat je afspreekt met je werkgever is het...

a)

Brutoloon

b)

Nettoloon

22.

Voorbeeld van een sociale premie:

a)

Premie volksverzekeringen

b)

Autoverzekering

c)

Reisverzekering

d)

Premie werknemersverzekeringen

23.

Extra belasting of ongezonde of milieuvervuilende producten

a)

btw

b)

Nettoloon

c)

Accijns

d)

Subside

24.

Een bedrag dat de overheid betaalt voor goed gedrag.

a)

Accijns

b)

Nettoloon

c)

Subsidie

d)

Premie

25.

Wanneer de overheid meer denkt uit te geven dan er binnenkomt dan spreken we van een....

a)

Rijksinkomsten

b)

Rijksuitgaven

c)

Begrotingstekort

d)

Troonrede

26.

Een rookverbod in openbare ruimten

a)

Vrijheid wordt verkleind

b)

Vrijheid wordt vergroot

27.

De overheid plaatst beveiligingscamera's op straat

a)

Vrijheid wordt vergroot

b)

Vrijheid wordt verkleind

28.

Wat mag volgens de Vrijheid van Meningsuiting NIET

a)

Demonstreren omdat je tegen een asielzoekerscentrum bent

b)

Zeggen dat donkere mensen minderwaardig zijn

c)

Een artikel schrijven over hoe slecht je de regering vindt.

d)

Een godsdienst belachelijk maken.

29.

Dingen die je niet nodig hebt om te overleven zijn:

a)

basisbehoeften

b)

primaire behoeften

c)

Luxe/overige behoeften

30.

Op sommige musea krijg je een korting. Je noemt dit:

a)

uitkering

b)

btw

c)

accijns

d)

subsidie

31.

De gemeente bepaalt waar wat gebouwd mag worden. Dat noem je:

a)

Bestemmingslan

b)

Gemeenteplan

c)

Plattegrond

d)

Ruimteplan

32.

Het overzicht van alle inkomsten en uitgaven van de overheid heet:

a)

Staatsschuld

b)

Rijksbegrorting

c)

Begrotingstekort

d)

Belastingoverzicht

33.

Van dit bedrag gaan nog belastingen af:

a)

Nettoloon

b)

Brutoloon

c)

Inkomstenbelasting

d)

Omzetbelasting

34.

Wat is geen taak van de overheid?

a)

Het zorgen voor aanleg van wegen.

b)

Het zorgen voor onderwijs.

c)

Het zorgen voor uitkeringen.

d)

Het zorgen voor bedrijfswinst.

35.

Wat hoort niet bij de vijf belangrijkste mensenrechten uit de Franse grondwet van 1789?

a)

Recht op een eigen mening

b)

Recht op veiligheid

c)

Recht op vrijheid

d)

Recht op werk

36.

Wat is een revolutie?

a)

Een revolutie is een snelle politieke verandering.

b)

Een revolutie is een langzame politiek verandering.

c)

Een revolutie is een staatsgreep.

d)

Is een snelle politieke verandering gesteund door de adel.