NEW
Font size
WorksheetsTaalkundig ontleden
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Wat is het onderstreepte woord?
Ik ben gisteren een dagje naar zee geweest.
Persoonsvorm
Infinitief
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Hebben jullie weleens in de zee gezwommen?
Persoonsvorm
Infinitief
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Na het zwemmen gingen we een haring eten.
Persoonsvorm
Infinitief
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Daarna zijn we lopend naar het hotel teruggegaan.
Persoonsvorm
Infinitief
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Ik ben gek op zwemmen.
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Voetballen vind ik ook heel leuk.
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Mijn vriendin gaat liever hockeyen.
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Ik heb goed voor de toets geleerd.
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
voorzetsel
Toch heb ik een onvoldoende behaald.
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
voorzetsel
Een van de vragen vond ik ontzettend moeilijk.
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
voorzetsel
telwoord
Het regent nu al uren.
lidwoord
zelfstandig naamwoord
persoonlijk voornaamwoord
voorzetsel
Heb je haar gisteren nog gesproken?
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
zelfstandig naamwoord
Zij was niet thuis, maar haar broer heb ik wel gezien.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
zelfstandig naamwoord
Hij was vorige week ook op dat feestje.
lidwoord
infinitief
voegwoord
voorzetsel
Die jongen kan echt goed dansen!
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
voorzetsel
Ik zou graag met hem willen praten, maar ik durf niet.
bijvoeglijk naamwoord
lidwoord
voegwoord
voorzetsel
Heb jij het plastic al aan straat gezet?
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
lidwoord
persoonlijk voornaamwoord
Vandaag draag ik een zijden blouse.
wel een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
geen stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
Zij heeft een modern schilderij gekocht.
wel een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
geen stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
Mijn vriend heeft mij een zilveren armband gegeven.
wel een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
geen stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
