wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bloedsomloop en waarneming Pleysier

Total questions: 20

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.
Wat wordt bedoeld in het kader  bij het vraagteken?
a)
Neusholte
b)
Neus-slijmvlies
c)
Reukharen
d)
Zintuigcellen
2.

Het centrale zenuw-stelsel bestaat uit:

a)

Zenuwen

b)

Zenuwen en de hersenen

c)

Zenuwen en het ruggenmerg

d)

De hersenen en het ruggenmerg

3.

De weg die een geurstof tot aan de hersenen moet maken is:

1: Langs het neus-slijmvlies

2: Langs het reuk-zenuw

3: Langs de reuk-zintuigcellen

4: Hersenen

a)

Juist

b)

Onjuist

4.
De cellen met een paarse kern zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
5.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
6.

Welke pijl staat voor welke stof? (2 antwoorden goed)

a)

geel: koolstofdioxide

b)

geel: zuurstof

c)

groen: koolstofdioxide

d)

groen: zuurstof

7.
In de afbeelding hiernaast tref je een aantal verschillende bloeddeeltjes aan. Wat wordt in de afbeelding aangegeven met nummer 3
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedpaatjes
d)
Bloedplasma
8.

Zenuwen komen samen in

a)

je spieren

b)

je hersenen

c)

je ruggenmerg

d)

je skelet

9.

bij welk nummer in de afbeelding wordt er een voorwerp van dichtbij bekeken?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

dat is in deze afbeelding niet te zien

10.

bij welke van de ogen zou het waarschijnlijk donker zijn?

a)

oog 1

b)

oog 2

c)

bij beide

11.

Wat is de buitenste laag van het oog?

a)

Lens

b)

Pupil

c)

Straalvormig lichaam

d)

Hoornvlies

12.
Welk nummer is de zweetklier
a)
6
b)
1
c)
14
d)
5
13.
Wat is nummer 10
a)
oorgang
b)
trommelvlies
c)
buis van eustachius
d)
oorzenuw
14.

Wat is een belangrijk kenmerk van haarvaten?

a)

Haarvaten vervoeren het bloed naar het hart toe

b)

Haarvaten hebben dikke wanden

c)

Haarvaten hebben zeer dunne, halfdoorlatende wanden

d)

Haarvaten vervoeren het bloed van het hart af

15.

Wat is een belangrijk kenmerk van aders?

a)

Aders transporteren het bloed naar het hart toe

b)

Aders wisselen vocht uit met het omliggende weefsel

c)

Aders hebben geen kleppen

d)

Aders transporteren het bloed van het hart af

16.

Wat is de kleine bloedsomloop?

a)

Via de kleine bloedsomloop wordt bloed naar de longen gepompt. Daar wordt zuurstof opgenomen in het bloed.

b)

Via de kleine bloedsomloop wordt bloed naar de darmen gepompt. Daar worden voedingsstoffen opgenomen in het bloed

c)

In dit gedeelte van de bloedsomloop wordt lymfe opgenomen in het bloed

d)

Via de kleine bloedsomloop stroomt bloed naar de hersenen en terug.

17.

Het zenuwstelsel bestaat uit:

a)

hersenen en zenuwen

b)

hersenen en ruggenmerg

c)

hersenen en perifere zenuwen

d)

hersenen, ruggenmerg en zenuwen

18.

Geluid is een

a)

zintuig

b)

waarneming

c)

prikkel

d)

impuls

19.

Waar staat de juiste volgorde van gebeurtenis?

a)

impuls-prikkel-hersenen

b)

hersenen-prikkel-impuls

c)

impuls-hersenen-prikkel

d)

prikkel-impuls-hersenen

20.

Hoeveel procent van het bloed bestaat uit bloed plasma?

a)

25%

b)

70&

c)

55%

d)

90%