WorksheetsEvolutie 3M
Total questions: 22
Worksheet time: 11mins
Name
Class
Date
1.
Een dolfijn heeft bekken.
a)
Waar
b)
Niet waar
2.
Voorbeelden van rudimentaire organen bij de mens zijn:
a)
dunne dram en staartbeen
b)
dunne darm en blinde darm
c)
blinde darm en staartbeen
3.
Door middel van DNA kan worden na gegaan of twee dieren verwant zijn, dezelfde voor ouder hebben.
a)
Waar
b)
Niet waar
4.
Dieren die allebei vliegen met hun vleugels zijn altijd verwant.
a)
Niet waar, want ze kunnen verschillende voorouders hebben.
b)
Waar, want ze hebben dezelfde voorouder.
5.
Het leven op het land was er eerder dan het leven in het water.
a)
Waar
b)
Niet waar
6.
Dieren waren de eerste organisme die op de aarde leefden.
a)
Waar
b)
Niet waar
7.
De dinosauriërs waren de eerst dieren op het land.
a)
Waar
b)
Niet waar
8.
De mens stamt af van een aap.
a)
Waar
b)
Niet waar
9.
Alle organisme delen één voorouder met elkaar.
a)
Waar
b)
Niet waar
10.
De planten hebben de zuurstof die nu in de lucht zit geproduceerd over de afgelopen miljoenen jaren.
a)
Waar
b)
Niet waar
11.
wat betekent:
evolutie
evolutie
a)
langzame verandering
b)
snelle verandering
c)
het heilige boek van christenen
d)
soort
12.
Leven er vandaag de dag nog verschillende mensensoorten?
a)
Ja
b)
Nee
13.
Waarvan gaat de evolutietheorie uit?
a)
alleen van veranderingen in genotypen
b)
alleen van natuurlijke selectie
c)
alleen van het ontstaan van nieuwe soorten
d)
van veranderingen in genotypen, natuurlijke selectie en het ontstaan van nieuwe soorten
14.
Hoe noemen we het verschijnsel dat individuen met een betere aanpassing aan het milieu een grotere overlevingskans hebben?
a)
evolutie
b)
natuurlijke selectie
15.
Twee voorbeelden van ontwikkeling zijn:
1. de ontwikkeling van reptielen tot vogels;
2. de ontwikkeling van lam tot schaap.
Welke van deze ontwikkelingen is of zijn een voorbeeld van evolutie?
1. de ontwikkeling van reptielen tot vogels;
2. de ontwikkeling van lam tot schaap.
Welke van deze ontwikkelingen is of zijn een voorbeeld van evolutie?
a)
alleen ontwikkeling 1
b)
alleen ontwikkeling 2
c)
de ontwikkelingen 1 en 2
16.
Sylvia zegt: 'Fossielen van eenvoudig gebouwde organismen komen alleen voor in zeer oude gesteentelagen.'
Angelique zegt: 'Fossielen van ingewikkeld gebouwde organismen komen alleen voor in jonge gesteentelagen.'
Wie heeft of hebben er gelijk?
Angelique zegt: 'Fossielen van ingewikkeld gebouwde organismen komen alleen voor in jonge gesteentelagen.'
Wie heeft of hebben er gelijk?
a)
alleen Sylvia
b)
alleen Angelique
c)
Sylvia en Angelique
d)
geen van beiden
17.
Nikhil, Richard en Danielle praten over fossielen.
Nikhil zegt: 'Fossielen ontstaan als resten van dode organismen worden afgesloten van de lucht door een laag zand of klei.'
Richard zegt: 'Uit gevonden fossielen blijkt dat in de loop van de evolutie alle soorten hetzelfde zijn gebleven.'
Danielle zegt: 'Van naaktslakken worden minder fossielen gevonden dan van huisjesslakken.'
Wie heeft of hebben er gelijk?
Nikhil zegt: 'Fossielen ontstaan als resten van dode organismen worden afgesloten van de lucht door een laag zand of klei.'
Richard zegt: 'Uit gevonden fossielen blijkt dat in de loop van de evolutie alle soorten hetzelfde zijn gebleven.'
Danielle zegt: 'Van naaktslakken worden minder fossielen gevonden dan van huisjesslakken.'
Wie heeft of hebben er gelijk?
a)
alleen Nikhil
b)
alleen Richard
c)
Nikhil en Richard
d)
Nikhil en Danielle
18.
Kijk naar de afbeelding. Je ziet een geologische tijdschaal, 'mjg' betekent 'miljoen jaar geleden'.
Wat is de oudste periode van het Mesozoïcum?
Wat is de oudste periode van het Mesozoïcum?
a)
Krijt
b)
Trias
c)
Jura
19.
In welke periode verschenen de amfibieën op aarde? En in welke periode ontstonden de eerste zoogdieren?
a)
Perm, Jura
b)
Carboon, Tertiair
c)
Devoon, Jura
d)
Carboon, Jura
20.
Kijk naar de afbeelding. Je ziet een stamboom van een aantal soorten.
Met welke nummers zijn soorten aangegeven die uit soort 7 zijn ontstaan?
Met welke nummers zijn soorten aangegeven die uit soort 7 zijn ontstaan?
a)
5,4
b)
5, 4, 2
c)
5,4,3
d)
5,4
21.
Met welke soort zal soort 4 de meeste verwantschap vertonen?
a)
3
b)
5
22.
Stel je wil een merel uit Nederland laten paren met een merel uit Afrika. Wanneer spreek je van 2 verschillende soorten?
1 Als ze geen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
2 Als ze niet tot paren komen doordat ze elkaars paringsgedrag niet herkennen
3. Als ze er wat snavel betreft anders uit zien
1 Als ze geen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
2 Als ze niet tot paren komen doordat ze elkaars paringsgedrag niet herkennen
3. Als ze er wat snavel betreft anders uit zien
a)
alleen 1 is waar
b)
alleen 2 is waar
c)
alleen 1 en 2 zijn waar
d)
alle antwoorden zijn waar
100 %
