Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hart en bloed 2M

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Hoe heet onderdeel 1
a)
Linkerboezem
b)
Llinkerkamer
c)
Rechterboezem
d)
Rechterkamer
2.
Met welke nummer wordt  linkerkamer aangeven?
a)
7
b)
9
c)
10
d)
12
3.
Met welke nummer word de longslagader aangeven?
a)
2
b)
4
c)
5
d)
6
4.
Welke onderstaande bloedvaten is zuurstofarm
a)
Aorta
b)
Kransslagader
c)
Longslagader
d)
Longader
5.
De stoffen zuurstof, voedingsstoffen, koolstofdioxide zitten in?
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedplaatjes 
d)
Bloedplasma
6.
In de afbeelding hiernaast tref je een aantal verschillende bloeddeeltjes aan. Wat wordt in de afbeelding aangegeven met nummer 3
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedpaatjes
d)
Bloedplasma
7.
Met welke nummer wordt witte bloedcellen aangeven?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
8.
Op welke plaats of plaatsen kan zuurstof  voorkomen?
a)
A en B
b)
B en C
c)
A en C
9.
Het hart heeft veel spierweefsel.
Welk deel van het hart is het meest gespierd?
a)
Linkerboezem
b)
Rechterboezem
c)
Linkerkamer
d)
Rechterkamer
10.
Rode Bloedcellen hebben een celkern en vervoeren zuurstof
a)
Juist
b)
Onjuist
11.
Bloedplaatjes spelen een rol bij de bloedstolling
a)
Juist
b)
Onjuist
12.
Wat is etter of pus?
a)
Dode rode bloedcellen en kapotte bloedplaatjes
b)
Dode rode- en witte bloedcellen
c)
Dode witte bloedcellen en gedode bloedplaatjes
d)
Dode witte bloedcellen en gedode bacteriën
13.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
14.

Vandaag begint de laatste rechte lijn naar het 7e meisjes! Wake up and let's do this! De eerste vraag luidt als volgt:

Het hart heeft...

a)

2 kamers bovenaan en 2 boezems onderaan

b)

2 atriums onderaan en 2 ventrikels bovenaan

c)

2 kamers onderaan en 2 boezems bovenaan

15.

Alle slagaders bevatten zuurstofrijk bloed

a)

juist

b)

fout

16.

Welke functie is geen functie van het hart- en bloedvatenstelsel?

a)

Transport

b)

Lichaamstemperatuur in stand houden

c)

Filtering

d)

Lichaam verdedigen tegen ziekteverwekkers

17.

De grote bloedsomloop is

a)

De bloeddoorstroming tussen het hart en de longen

b)

De bloeddoorstroming tussen het hart en heel het lichaam

18.

Als iemand veel bloed verliest zal zijn hart ook sneller kloppen

a)

Waar

b)

Niet waar