wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal thema 1

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Hoe kan de schrijven je nieuwsgierig maken?

a)

Door lange woorden te gebruiken

b)

Door meester Bas in het verhaal te stoppen

c)

Door Feie zijn hond als plaatje erbij te zetten

d)

Beginnen met een vraag

2.

Hoe kan je de lezer nieuwsgierig maken?

a)

Door kleine letters te gebruiken

b)

Door veel lidwoorden te gebruiken

c)

Iets aan het begin verklappen

d)

Een spannend einde maken

3.

Als Tess gebouwen ontwerpt is ze bezig met

a)

historie

b)

architectuur

c)

aangifte

d)

nationaal

4.

Anders woord voor vaste prijs is....

a)

exclusief

b)

reserveren

c)

Joods

d)

Tarief

5.

Oorspronkelijk, hoe het vroeger was dan ben je.....

a)

exclusief

b)

authentiek

c)

berucht

d)

levendig

6.

Als je langzaam door de stad loopt en rondkijkt ben je aan het......

a)

slenteren

b)

chillen

c)

gevelen

d)

stelen

7.
a)

oorspronkelijk

b)

berucht

c)

hedendaags

d)

Joods

8.
a)

Joods

b)

bovenwoning

c)

gevel

d)

leegstand

9.
a)

monument

b)

grachtengordel

c)

dialect

d)

criminaliteit

10.
a)

nationaal

b)

Joods

c)

authentiek

d)

internationaal

11.

De oudste meester ter wereld

a)

Joods

b)

eeuwenoud

c)

oorspronkelijk

d)

appartement

12.

Ander woord voor zonder

a)

exclusief

b)

gevel

c)

monument

d)

met

13.

ander woord voor dingen van vroeger

a)

aardrijkskunde

b)

biologie

c)

natuur

d)

historisch

14.

De hele school op het schoolplein aan het stoeien

a)

internationaal

b)

slenteren

c)

reserveren

d)

levendig

15.

Mijn Chomebook is gestolen dus ik doe......

a)

levendig

b)

verlegen

c)

aangifte

d)

niks dan huilen

16.

Ik heb een gum gestolen zit in nu in de......

a)

statigheid

b)

criminaliteit

c)

afkomst

d)

goot

17.

Bij de Nederlandse cultuur hoort:

a)

skiën

b)

gitaar spelen

c)

kaas

d)

patat

18.

een soort gang waar alle voordeuren op uitkomen

a)

leegstand

b)

kasteelpoort

c)

galerij

d)

hoogbouw

19.

Het park in een stad noem je....

a)

leegstand

b)

klimaat

c)

groenvoorziening

d)

heling

20.

Met heel veel tegelijk

a)

portiek

b)

massaal

c)

tarief

d)

gezellig