wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Inleidende quiz_thema energie

Total questions: 20

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat is energie? Energie is de mogelijkheid om een .................................. teweeg te brengen.

a)

verandering

b)

probleem

c)

stilte

2.

Wat is het symbool van de eenheid energie?

a)

W = Watt

b)

E = Energie

c)

J = Joule

3.

Welke energiesoort geeft de zon?

a)

Kinetische energie

b)

Thermische energie

c)

Stralingsenergie

d)

Chemische energie

4.

Welke energiebron heeft een auto?

a)

Waterkracht

b)

Benzine

c)

Zon

d)

Wind

5.

Welke energiesoort zien we hier?

a)

Kinetische energie

b)

Elektrische energie

c)

Stralingsenergie

6.

Welke energiesoort is een batterij?

a)

Potentiële energie

b)

Chemische energie

c)

Stralingsenergie

d)

Kinetische energie

7.

Van welke energiebron wordt er gebruikt gemaakt bij het zeilen?

a)

Wind

b)

Zon

c)

Benzine

d)

Water

8.

Wat is een energieomzetting?

a)

Van de ene energiebron naar de andere overgaan.

b)

Van de ene energievorm overgaan naar de andere.

9.

Wat betekent "groene energie"?

a)

Groene stroom is groen van kleur.

b)

Groene stroom wordt opgewekt uit duurzame bronnen.

c)

Groene stroom bestaat niet.

10.

Welke energievorm straalt een vuurkorf uit?

a)

Elektrische energie

b)

Geen energie

c)

Kinetische energie

d)

Thermische energie

11.

Welke brandstoffen zijn aardolie en aardgas?

a)

Het zijn duurzame brandstoffen.

b)

Het zijn fossiele brandstoffen.

12.

Peter plaatst zonnepannelen op het dak van zijn huis.

Zonnepanelen zorgen ervoor dat zonlicht omgezet wordt in elektriciteit.

Geven de zonnepanelen van Peter ook elektriciteit als het bewolkt is?

a)

Ja, evenveel.

b)

Nee, dat werkt enkel als de zon schijnt.

c)

Ja, maar minder.

13.

Waar haalt België de meeste elektriciteit vandaan?

a)

b)

c)

d)

14.

Welke stof komt voornamelijk vrij als men fossiele brandstoffen verbrandt?

a)

methaangas

b)

helium

c)

koolstofdioxide

15.
Aardolie wordt ook wel het "..... GOUD" genoemd.
a)
Echte
b)
Zwarte
c)
Vloeibare
d)
Dure
16.

Waar in je leven heb je allemaal energie voor nodig?

a)

Groeien en groter worden

b)

Een dagje niks doen

c)

Veel sporten

d)

Alle antwoorden zijn juist

17.

Welk voorbeeld toont een goede onderzoeksvraag?

a)

Kennen mijn leerlingen het begrip energie?

b)

Hoeveel kennen mijn leerlingen al van dit thema?

c)

Hoeveel kennen mijn leerlingen van dit thema en van het weer?

d)

Hoeveel kennen mijn leerlingen van de leerstof? Kunnen ze het toepassen?

18.

Tijdens het bakken van een cake, gebruik je een elektrische klopper. Welke energievorm heeft het draaiend deel?

a)

Kinetische energie

b)

Elektrische energie

c)

Chemische energie

d)

Thermische energie

19.

Waar of niet waar?

energierijke stoffen in voeding zijn mineralen, vetten en koolhydraten

a)

waar

b)

niet waar

20.

Welke meest passende energievorm zit in een peer?

a)

Kinetische energie

b)

Thermische energie

c)

Chemische energie

d)

Potentiële energie

e)

Stralingsenergie