wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Markt en overheid hoofdstuk 1 Havo 4

Total questions: 11

Worksheet time: 1hrs 19mins

Name
Class
Date
1.

Juist of onjuist?

I De mate waarin producten verschillend zijn in de ogen van de consument noem je productdifferentiatie

II Een blikje cola en een blikje sinas zijn onafhankelijke producten

a)

I en II zijn juist

b)

I is juist, II is onjuist

c)

I is onjuist, II is juist

d)

I en II zijn onjuist

2.

De abstracte markt is....

a)

een fysieke ontmoetingsplaats waar vragers en aanbieders elkaar treffen.

b)

een markt die die in de praktijk nauwelijks voorkomt.

c)

een markt die gedomineerd wordt door enkele aanbieders

d)

een markt met geheel van vraag en aanbod

3.

Juist of onjuist?

I Een duopolie is een voorbeeld van een oligopolie.

II Als er maar één aanbieder is op een bepaalde markt, spreek je van een monopolie.

a)

I en II zijn juist

b)

I is juist, II is onjuist

c)

I is onjuist, II is juist

d)

I en II zijn onjuist

4.

De elektriciteitsmarkt heeft meer de kenmerken van heterogeen oligopolie dan van een homogeen oligopolie.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Juist of onjuist.

I In de marktvorm volkomen concurrentie zijn vragers hoeveelheidsaanpassers

II Bij een heterogeen oligopolie zijn de toetredingsdrempels lager dan bij monopolistische concurrentie.

a)

I en II zijn juist

b)

I is juist, II is onjuist

c)

I is onjuist, II is juist

d)

I en II zijn onjuist

6.

De woningmarkt is een

a)

concrete markt

b)

abstracte markt

7.

Juist of onjuist.

I Bij homogene producten koopt de consument het product met de laagste prijs.

II Als een consument liever voor een bepaald product een hoge prijs betaalt bij de winkel op de hoek, dan een lage prijs bij een winkel verder weg, is er sprake van productdifferentiatie

a)

I en II zijn juist

b)

I is juist, II is onjuist

c)

I is onjuist, II is juist

d)

I en II zijn onjuist

8.

Juist of onjuist.

I Tandenborstels en tandpasta zijn onafhankelijke producten.

II Een monopolist hoeft bij zijn prijsstelling geen rekening te houden met het gedrag van consumenten.

a)

I en II zijn juist.

b)

I is juist, II is onjuist

c)

I is onjuist, II is juist

d)

I en II zijn onjuist

9.

De aanwezigheid van toetredingsdrempels is een belangrijke oorzaak voor het bestaan van oligopolies.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Monopolie

a)

Diensten van kappers en schoonheidsspecialisten

b)

Leidingwater

c)

Aandelen

d)

Automobiel

11.

Monopolistische concurrentie

a)

Electriciteit

b)

diensten van kappers en schoonheidsspecialisten

c)

Leidingwater

d)

aandelen