wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Energie

Total questions: 55

Worksheet time: 45mins

Name
Class
Date
1.
aardolie, aardgas en steenkool zijn fossiele brandstoffen.
a)
juist
b)
fout
2.
Andere energiebronnen zoals wind, water en zonne-energie hebben een groter aandeel in de energievoorziening.
a)
juist
b)
fout
3.
fossiele brandstoffen zijn brandstoffen die altijd voorradig zijn.
a)
fout
b)
juist
4.
voor het wegvervoer en vliegverkeer wordt diesel, kerosine, benzine en lpg gebruikt. Van welke fossiele brandstof worden deze producten gemaakt?
a)
aardgas
b)
aardolie
c)
steenkool
5.
bij een windturbine wordt
a)
windenergie omgezet in elektrische energie
b)
bewegingsenergie omgezet in warmte energie
c)
bewegingsenergie omgezet in elektrische energie
d)
windenergie omgezet in warmte energie
6.
een zonnepaneel zet
a)
warmte energie om in elektrische energie
b)
stralingsenergie om in elektrische energie
7.
Wat is het voordeel van het broeikaseffect? 
a)
zonder broeikaseffect zou het te droog of te vochtig worden op aarde.
b)
zonder broeikaseffect zou het te heet worden op aarde.
c)
zonder broeikaseffect zou het te koud worden op aarde.
8.
Wat zijn de gevolgen van het versterkt broeikaseffect?
a)
overstromingen, stijging van de zeespiegel, extreme weersomstandigheden 
b)
grotere gebergtes, meer aardbevingen, veel regen
c)
veel regen, meer begroeiing, meer ijs- en sneeuw op de polen
9.
Is deze stelling juist: ''Broeikasgassen zijn misbaar'' 
a)
Juist
b)
Onjuist
10.
Dit plaatje laat het versterkt broeikaseffect zien
a)
Juist
b)
Onjuist
11.
Bij het versterkt broeikaseffect komen er minder/meer broeikasgassen in de lucht
a)
Minder
b)
Meer
12.
Wie stoot in NL broeikasgassen uit? 
a)
Voornamelijk door het verkeer en vervoer
b)
Voornamelijk door de productie van goederen
c)
Voornamelijk door gebouwen
d)
Voornamelijk door de landbouw 
13.
Sinds 1850 is de temperatuur in Nederland met ... 
a)
0,5 graad gestegen
b)
1 graad gestegen 
c)
1,5 graad gestegen
d)
2 graad gestegen
14.
Welke gevolgen van klimaatverandering horen bij Nederland?
a)
Zeespiegelstijging, hittegolven, regenbuien en stijgende rivieren
b)
Zeespiegelstijging, hittegolven en regenbuien
c)
Stijgende rivieren, zeespiegelstijging en regenbuien 
d)
Stijgende rivieren, zeespiegelstijging en hittegolven
15.
Steenkool, aardgas en aardolie zijn.......brandstoffen.
a)
Natuurlijk
b)
Groene
c)
Oneindige
d)
Fossiele
16.
Welke brandstof is het minst vervuilend?
a)
Aardolie
b)
Aardgas
c)
Steenkool
17.
Zonne-energie en windenergie zijn.... energiebronnen.
a)
Dure
b)
Hernieuwbare
c)
Radioactieve
d)
Nieuw
18.
Houtsnippers, frituurvet, mest en plantenresten zijn voorbeelden van
a)
Biomassa
b)
Aardwarmte
c)
Fossielen
d)
Groene energie
19.

Welke stelling is juist over energiebronnen?

a)

Aardgas, aardolie en steenkool zijn secundaire energiebronnen

b)

Primaire energiebronnen zijn bronnen in hun natuurlijke vorm

20.

Duurzame energie is hetzelfde als groene energie

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Welke kenmerken horen bij duurzame energie? (Meerdere antwoorden zijn goed)

a)

Raken nooit op

b)

Veel uitstoot van CO2

c)

Vooral rijke landen produceren duurzame energie

d)

Aardwarmte is een vorm van duurzame energie

22.
Welk van onderstaande is geen fossiele brandstof?
a)
olie
b)
gas
c)
biomassa
d)
kolen
23.

Uitputbaar wil zeggen

a)

Dat de energiebronnen niet opraken

b)

Dat de zon de energie opwekt

c)

Dat de energiebronnen opraken

d)

Dat de energie recyclebaar is

24.

Het broeikaseffect is

a)

goed

b)

slecht

25.

Polders zijn

a)

Stukken omdijkt land waar de waterstand wordt geregeld!

b)

Stukken land waar de mens niets mee doet!

c)

Stukken omdijkt land waar de eb en vloed worden geregeld!

d)

Stukken land waar de zee regelmatig het land onder water zet!

26.

In het verleden is het klimaat wel vaker veranderd. Wat is bijzonder aan de klimaatverandering die nu plaatsvindt?

a)

De gletsjers in gebergten als de Alpen smelten.

b)

De mens draagt nu ook bij aan de klimaatverandering.

c)

De temperatuur stijgt alleen op gematigde breedte (dus Europa, China en de V.S.). Rond de polen en de evenaar stijgt de temperatuur niet.

d)

De temperatuurstijging is veel groter dan die in het verleden is geweest.

27.

Iemand doet twee uitspraken:

1-De aardbevingen in Groningen hebben te maken met het opwekken van duurzame energie.

2-Sinds 1850 is de gemiddelde temperatuur ongeveer 8 graden Celsius gestegen.

Welke - uitspraak is / uitspraken zijn - (on)juist?

a)

Uitspraak 1 is juist, 2 niet.

b)

Uitspraak 2 is juist, 1 niet.

c)

Beide uitspraken zijn juist.

d)

Beide uitspraken zijn onjuist.

28.

Door de temperatuurstijging ..... de zeespiegel.

a)

stijgt

b)

daalt

29.

Welke van de onderstaande energiebronnen wordt in Nederland het meest gebruikt?

a)

biomassa

b)

fossiele energie

c)

windenergie

d)

zonne-energie

30.

Bij welke energiebronnen komt koolzuurgas (CO2) vrij?

a)

aardgas

b)

aardolie

c)

biomassa

d)

geothermische energie

e)

hydro-elektriciteit

31.
Welke provincie(s) liggen aan zee?
a)
Drenthe
b)
Zeeland
c)
Limburg
d)
Gelderland
32.

Een dijk is gemaakt door ...

a)

mensen

b)

de natuur

33.
De duinen zijn gemaakt door ...
a)
de natuur
b)
mensen
34.
bij een windturbine wordt
a)
windenergie omgezet in elektrische energie
b)
bewegingsenergie omgezet in warmte energie
c)
bewegingsenergie omgezet in elektrische energie
d)
windenergie omgezet in warmte energie
35.

Boeren verbouwen mais, soja en andere gewassen om biomassa van te maken.

a)

goed

b)

fout

36.

Wat is het probleem met het verbouwen van biomassa?

a)

het neemt veel ruimte in

b)

het is slecht voor de CO2 uitstoot.

c)

het zorgt ervoor dat bomen worden gekapt

d)

het zorgt ervoor dat er op die plekken geen gewassen kunnen worden verbouwd om van te eten.

e)

Het is niet goed voor de dieren

37.

Wat is biomassa?

a)

Fossiele brandstoffen

b)

Duurzame energie

c)

Plantaardige producten

38.

Duurzaam omgaan met fossiele brandstoffen betekent dat je zorgt dat je niet meer opmaakt dan dat er bij komt.

a)

goed

b)

fout

39.

Welke stof zorgt ervoor dat de temperatuur op aarde toeneemt?

a)

CO2

b)

Aardgas

c)

Stikstof

d)

Zuurstof

40.

Wat valt onder de energiebesparing?

a)

De verwarming lager zetten.

b)

Zonne-energie gebruiken.

c)

Door te isoleren.

d)

Windenergie gebruiken.

e)

Energiezuinige apparaten te gebruiken.

41.

Welke van de onderstaande uitspraken is juist?

a)

De dampkring houdt alleen warmte vast, maar kaatst geen zonlicht terug de ruimte in.

b)

De dampkring kaatst alleen zonlicht terug de ruimte in, maar houdt geen warmte vast.

c)

De dampkring kaatst zonlicht terug de ruimte in en houdt warmte vast.

d)

De dampkring houdt geen warmt vast en kaatst ook geen zonlicht terug de ruimte in.

42.

Welke van de onderstaande dingen draagt bij aan het broeikaseffect?

a)

koolstofdioxide

b)

wolken

c)

zuurstof

d)

planten

e)

dieren

43.

Welke uitspraak over het broeikaseffect is juist?

a)

Het broeikaseffect is ontstaan door menselijk handelen.

b)

Het broeikaseffect zorgt voor klimaatverandering.

c)

Zonder het broeikaseffect, zouden wij niet kunnen leven.

44.

Welke van de onderstaande uitspraken is juist?

a)

Alleen door het smelten van landijs, stijgt de zeespiegel.

b)

Alleen door het smelten van zee-ijs, stijgt de zeespiegel.

c)

Het maakt niet uit of het landijs of zee-ijs is, de zeespiegel stijgt door beide.

d)

Het maakt niet uit of het landijs of zee-ijs is, de zeespiegel blijft hetzelfde.

45.
Wat levert er meer energie op?
a)
Steenkool
b)
Bruinkool
46.

Welke grondstof is nodig om kern-energie te maken?

a)

steenkool

b)

meststof

c)

uranium

47.

Welk nadeel past bij kern-energie?

a)

Het omzetten van afval naar energie kost veel geld. De installaties zijn duur.

b)

Je hebt snelstromend water nodig om voldoende energie op te wekken.

c)

Bij radioactieve straling is schadelijk voor de mens. Het afval wordt opgeslagen omdat er geen gepaste verwerking gekend is.

48.

Welk werelddeel gebruikt de minste fossiele brandstof?

a)

Europa

b)

Noord Amerika

c)

Zuid Amerika

d)

Azië

e)

Afrika

49.

Welke stelling is juist over energiebronnen?

a)

Aardgas, aardolie en steenkool zijn secundaire energiebronnen

b)

Primaire energiebronnen zijn bronnen in hun natuurlijke vorm

50.

Welke van onderstaande stoffen is géén fossiele brandstof?

a)

Hout

b)

Steenkool

c)

Olie

d)

Aardgas

51.
Wat is een voordeel van fossiele brandstoffen
a)
Het is oneindig beschikbaar
b)
Het is goedkoop
c)
Het geeft geen afval
d)
Het is goed voor het milieu 
52.

Welk land wekt de meeste kernenergie op?

a)

Frankrijk

b)

Groot-Brittanie

c)

België

d)

Slowakije

53.

Wat is geen nadeel van kernenergie

a)

Het is niet altijd aanwezig

b)

Bij een meltdown is er kans op radioactieve straling

c)

Gevoelig voor terrorisme

d)

Kernafval vergaat langzaam

54.

Olieraffinaderijen vinden we in Nederland vooral in...?

a)

Amsterdam

b)

Rotterdam

c)

Vlissingen

d)

Eemshaven

55.

Wat is geen nadeel van een stuwdam?

a)

De levering van energie is ongelijk

b)

Akkers en dorpen lopen onder water

c)

Vissen kunnen geen gebruik meer maken van de rivier

d)

Handel over de rivier wordt bemoeilijkt