wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Theorie schrijven mavo 3

Total questions: 20

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Welke onderdelen komen er voor in de SO van schrijfvaardigheid?

a)

zakelijke e-mail, zakelijke brief en overtuigende tekst

b)

zakelijke brief, zakelijke e-mail, verslag, overtuigende tekst

c)

zakelijke brief en zakelijke e-mail

d)

Geen van alle

2.

Zakelijke e-mails stuur je naar...

a)

mensen die je goed kent: vrienden, kennissen, familie

b)

mensen die je niet goed kent: bedrijven, organisaties

c)

mensen die je het allerbeste kent: je beste vriend(in)

d)

geen idee

3.

Wat voor soort taalgebruik moet je toepassen in een zakelijke e-mail?

a)

formeel

b)

informeel

c)

straattaal

4.

Wat is formeel taalgebruik?

a)

nette taal; geen scheldwoorden of straattaal

b)

de taal die je met je vrienden spreekt

c)

de taal die je tegen je ouders spreekt

d)

hetzelfde als informeel taalgebruik

5.

Waar begint de inleiding van een e-mail mee?

a)

de aanleiding; waarom je mailt

b)

een verzoek; een vraag die je zou willen stellen

c)

je naam

d)

geen idee

6.

Wat komt eerst: de naam van degene die de mail ontvangt of het onderwerp?

a)

de naam van degene die de mail ontvangt

b)

het onderwerp van de mail

c)

geen van beide

d)

die volgorde maakt niet uit

7.

Wat zet je in het slot van je e-mail?

a)

je stelt een vraag of je vertelt wat je van de ander verwacht

b)

je stelt jezelf voor

c)

je vertelt waarom je diegene mailt

d)

er is geen slot bij een e-mail

8.

Wat staat wél in een zakelijke brief, maar niet in een zakelijke e-mail?

a)

de aanhef

b)

een middenstuk

c)

een beleefde groet

d)

een handtekening

9.

Hoe noem je de regels waaraan je je moet houden om een nette brief te schrijven?

a)

briefregels

b)

briefconventies

c)

briefafspraken

d)

briefinhoud

10.

Wat staat helemaal boven aan een zakelijke brief?

a)

je eigen naam & adres

b)

de naam & het adres van degene naar wie de brief gestuurd wordt

c)

de datum en de plaats

d)

betreft: het onderwerp van de brief

11.

Wat komt daaronder?

a)

je eigen naam en adres

b)

de naam en het adres van degene naar wie de brief wordt gestuurd

c)

plaats en datum

d)

betreft: onderwerp van de brief

12.

Wat komt eerst: plaats & datum of betreft?

a)

plaats en datum

b)

betreft

c)

ze staan op dezelfde regel

13.

Welke aanhef is juist?

a)

Geachte heer/mevrouw,

b)

Geachte heer/mevrouw

c)

Hallo meneer Van Vliet,

d)

Hallo meneer van Vliet

14.

Wat komt er altijd na de aanhef?

a)

een komma en daarna een witregel

b)

een punt

c)

een lege ruimte

d)

niets

15.

Wat komt er na 'met vriendelijke groet'?

a)

een komma en daarna een witregel

b)

niets

c)

alleen een komma

d)

alleen een witregel

16.

Wat is een ander woord voor 'mening'?

a)

standpunt

b)

argumenten

c)

conclusie

d)

er is geen ander woord voor

17.

Hoe verdedig je jouw standpunt/mening?

a)

met argumenten

b)

met een conclusie

c)

met signaalwoorden

d)

met verbanden

18.

Hoe herken je een mening (in een tekst)?

a)

door de woorden: 'ik vind', 'ik denk', 'volgens mij'

b)

door de woorden: maar, en, vervolgens, toch

c)

door de woorden: tevens, mogelijk is ook, wellicht, ten slotte

d)

door de woorden: daarentegen, dus, kortom, als ... dan

19.

Wat staat er in de conclusie van een overtuigende tekst?

a)

een korte herhaling van argumenten

b)

herhaling van oude argumenten en nieuwe argumenten komen erbij

c)

er wordt alleen nieuwe informatie gegeven

20.

Aan welke signaalwoorden zie je dat er een argument aan komt?

a)

want, omdat

b)

kortom, dus

c)

wellicht, doordat

d)

waardoor, maar