wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1 basis spelling hst 1 + 2

Total questions: 15

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

De stam van een werkwoord is

a)

het hele werkwoord - en

b)

gelijk aan de ik-vorm

c)

het hele werkwoord

2.

de stam van het werkwoord lopen is

a)

loop

b)

lop

c)

lopen

3.

Bij de persoonsvorm tegenwoordige tijd

a)

schrijf je altijd de stam als ik-vorm

b)

schrijft je bij de hij-vorm de ik-vorm +t

c)

schrijf je altijd het hele werkwoord in de verleden tijd

4.

als er gevraagd wordt om het hele werkwoord

a)

schrijf je die altijd in de verleden tijd

b)

schrijf je die in de tegenwoordige tijd

c)

maakt het niet uit of je tegenwoordige- of verleden tijd gebruikt

5.

Een zin begin je altijd met een

a)

vraagteken

b)

punt

c)

hoofdletter

d)

uitroepteken

6.

Een uitroepteken

a)

gebruik je nooit bij een vraag

b)

gebruik je nooit bij een uitroep

7.

welk woord is goed gespeld?

a)

aplaudiseren

b)

applaudiseren

c)

applaudisseren

d)

apploudisseren

8.

welk woord is goed gespeld?

a)

de carijére

b)

de carriërre

c)

origineel

d)

orrigineel

9.

Als de ik-vorm van een werkwoord op een d eindigt

a)

komt er bij de jij-vorm (tegenwoordige tijd) niets achter

b)

komt er bij de jij-vorm (tegenwoordige tijd) nog een d achter

c)

komt er bij de jij-vorm (tegenwoordige tijd) een t achter

10.

Als de ik-vorm van een werkwoord op een -t eindigt

a)

komt er bij de jij-vorm (tegenwoordige tijd) nog een t achter

b)

komt er bij de jij-vorm (tegenwoordige tijd) niets achter

c)

komt er bij de jij-vorm (tegenwoordige tijd) een d achter

11.

voorbeelden van leestekens zijn

a)

punt, vraagteken, uitroepteken

b)

hoofdletter, vraagteken, punt

c)

uitroepteken, hoofdletter, vraagteken

12.

een komma schrijf je

a)

aan het eind van een zin

b)

in een zin

c)

als je een korte pauze in een zin wilt aangeven

d)

nooit in het Engels

13.

een komma gebruik je

a)

na het woord zoals

b)

voor het woord omdat

c)

niet voor het woord maar

d)

nooit voor het woord want

14.

welk woord is goed geschreven

a)

aksepteren

b)

de allinia

c)

de lineaal

d)

de liniaal

15.

Welk woord is goed geschreven?

a)

twijfelen

b)

twyfelen

c)

twijvelen

d)

tweifelen