wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bijvoeglijk naamwoord

Total questions: 20

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.

Koppel met Down-syndroom viert 25 jaar huwelijk met een (groot / grote) feest.

(a)  

2.

Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.

Het was geen (gemakkelijk/gemakkelijke) beslissing, 25 jaar geleden, toen Kris en Paul in het huwelijk traden.

(a)  

3.

Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.

Beiden zijn geboren met het syndroom van Down en niet iedereen zag een (mooi/mooie) toekomst.

(a)  

4.

Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.

Onlangs vierden ze hun huwelijksverjaardag met een (echt/echte) feest.

(a)  

5.

Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.

Iedereen vindt Kris en Paul (prachtig/prachtige) koppel.

(a)  

6.

Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.

Het werd een (onvergetelijk/onvergetelijke) avond.

(a)  

7.

Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.

De openingsdans was een (prachtig/prachtige) moment.

(a)  

8.

Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.

"Ze voelen (totaal/totale) liefde voor elkaar", aldus Susan, de zus van Kris.

(a)  

9.

Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.

Zij zijn het bewijs dat mensen met een beperking ook tot een (geslaagd/geslaagde) huwelijk kunnen komen.

(a)  

10.

Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de zelfstandige naamwoorden aan.

Gisteren heeft moeder bij Mediamarkt een nieuwe televisie voor vader moeten kopen.

a)

moeder

b)

Mediamarkt

c)

nieuwe

d)

voor

e)

moeten

11.

Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de bijvoeglijke naamwoorden aan.

Gisteren heeft moeder bij Mediamarkt een nieuwe televisie voor vader moeten kopen.

a)

moeder

b)

Mediamarkt

c)

nieuwe

d)

voor

e)

moeten

12.

Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de zelfstandige naamwoorden aan.

Ze wilden een barbecue kopen voor de jarige collega.

a)

ze

b)

wilden

c)

een

d)

barbecue

e)

jarige

13.

Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de bijvoeglijke naamwoorden aan.

Ze wilden een barbecue kopen voor de jarige collega.

a)

ze

b)

wilden

c)

een

d)

barbecue

e)

jarige

14.

Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de zelfstandige naamwoorden aan.

De wilde paddenstoelen in het bos waren buitengewoon giftig.

a)

wilde

b)

paddenstoelen

c)

bos

d)

buitengewoon

e)

giftig

15.

Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de bijvoeglijke naamwoorden aan.

De wilde paddenstoelen in het bos waren buitengewoon giftig.

a)

wilde

b)

paddenstoelen

c)

bos

d)

buitengewoon

e)

giftig

16.

Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de zelfstandige naamwoorden aan.

Heeft Roos dat moeilijke examen voor Nederlands nooit in het schooljaar gehaald?

a)

Roos

b)

moeilijke

c)

examen

d)

Nederlands

e)

gehaald

17.

Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de bijvoeglijke naamwoorden aan.

Heeft Roos dat moeilijke examen voor Nederlands nooit in het schooljaar gehaald?

a)

Roos

b)

moeilijke

c)

examen

d)

Nederlands

e)

gehaald

18.

Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de zelfstandige naamwoorden aan.

De gouden ring bleek erg kostbaar te zijn.

a)

gouden

b)

ring

c)

bleek

d)

erg

e)

kostbaar

19.

Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de bijvoeglijke naamwoorden aan.

De gouden ring bleek erg kostbaar te zijn.

a)

gouden

b)

ring

c)

bleek

d)

erg

e)

kostbaar

20.

Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.

30 jaar geleden ontmoetten Kris en Paul elkaar en het was liefde op het eerste gezicht. "Ik keek in Pauls (blauw/blauwe) ogen en ik zag mijn toekomst", zo zei Kris het vaak.

(a)