WorksheetsZouten H4
Total questions: 22
Worksheet time: 1hrs 6mins
Geef de formule van kwik(II)bromide
Hg(II)Br
HgBr
Hg2Br
HgBr2
Wat is de naam van dit zout: Ca(HCO3)2
calcium(I)waterstofcarbonaat
calciumwaterstofcarbonaat
calciumcarbonaat
calciumdiwaterstofcarbonaat
Een oplossing van natriumchloride en kopersulfaat worden bij elkaar gevoegd. Welk neerslag ontstaat hierbij?
natriumsulfaat
koperchloride
zowel natriumsulfaat als koperchloride
Er ontstaat geen neerslag
Een oplossing van ijzer(III)nitraat en natriumfosfaat worden bij elkaar gevoegd. Welk neerslag ontstaat hierbij?
ijzer(III)fosfaat
natriumnitraat
zowel ijzer(III)fosfaat als natriumnitraat
Er ontstaat geen neerlsag
Welke van onderstaande beweringen over een 0,15 M oplossing van calciumchloride is juist? Als er zijn meerdere goeie antwoorden zijn, moet je ze allemaal aanvinken.
In 1 L zitten 0,15 mol calcium-ionen
in 1 L zitten 0,30 mol chloride-ionen
in 1 L zitten 0,15 mol chloride-ionen
in 1 L zitten 0,05 calcium-ionen
Hoeveel mol water onstaat er?
