wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 "Stoffen en materialen" p. 3&4

Total questions: 17

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Waarmee meet je de massa van een voorwerp?

a)

Liniaal

b)

Maatbeker

c)

Weegschaal

d)

Meetlint

2.

Wat is de eenheid van massa? (wat zet je achter het getal?)

(a)  

3.

De volume is de ruimte die een stof inneemt.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Waarmee meet je de volume van een stof?

a)

Liniaal

b)

Maatcilinder

c)

Weegschaal

d)

Meetlint

5.

Wat is de eenheid van volume? (wat zet je achter het getal?)

(a)  

6.

1 liter is hetzelfde als 1 m3.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

1 milliliter is hetzelfde als 1 cm3.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Hoe bereken je de volume van een rechthoekig voorwerp?

a)

Lengte x breedte

b)

Lengte x breedte x hoogte

c)

Met de onderdompelmethode

d)

Die kan je niet berekenen, alleen meten

9.

Welke methode is dit?

a)

Maatcilindermethode

b)

Watermethode

c)

Dompelmethode

d)

Onderdompelmethode

10.

Hoe reken je bij de onderdompelmethode de volume uit van een voorwerp?

a)

Eindstand - beginstand van het water

b)

Beginstand - eindstand van het water

c)

Gewichtstoename van het water

d)

Gewichtsafname van het water

11.

Dichtheid is een stof-eigenschap

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Wat is de eenheid van dichtheid?

a)

gram

b)

cm

c)

g/cm3

d)

cm3

13.

Elke stof heeft een andere dichtheid.

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Wat is de formule om de dichtheid van een stof te berekenen?

a)

Dichtheid = massa x volume

b)

Dichtheid = volume x massa

c)

Dichtheid = massa : volume

d)

Dichtheid = volume : massa

15.

Wat gebeurt er als je een voorwerp in het water gooit met een grotere dichtheid dan water?

a)

Het gaat drijven

b)

Het gaat zinken

c)

Het gaat zweven in het water

16.

Wat gebeurt er als je een voorwerp in het water gooit met een dezelfde dichtheid dan water?

a)

Het gaat drijven

b)

Het gaat zinken

c)

Het gaat zweven in het water

17.

Wat gebeurt er als je een voorwerp in het water gooit met een kleinere dichtheid dan water?

a)

Het gaat drijven

b)

Het gaat zinken

c)

Het gaat zweven in het water