Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4 kader hoofdstuk 7

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke van de onderstaande stoffen is een zuivere stof?

a)

melk

b)

koffie

c)

suiker

d)

rode wijn

e)

slagroom

2.

In een fles zit een kleurloze vloeistof. Op het etiket staan verschillende gegevens.


Welk gegeven is geen stofeigenschap?

a)

licht ontvlambaar

b)

volume 100 ml

c)

kookpunt 65 graden

d)

prikkelende geur

e)

goed mengbaar met water

3.

Welke van de onderstaande stoffen is een zuivere stof?

a)

kaas

b)

keukenzout

c)

thee

d)

kraanwater

e)

chocolade

4.

Van een blokje perspex wordt een stukje afgezaagd.


Welke invloed heeft dat op de dichtheid van het overblijvende perspexblokje?

a)

wordt kleiner

b)

blijft hetzelfde

c)

wordt groter

5.

Kwik is een metaal met een aantal bijzondere eigenschappen. Het is het enige metaal dat bij kamertemperatuur vloeibaar is. Bijna alles blijft drijven op kwik. Bijvoorbeeld een munt.

De dichtheid van de munt is ..... de dichtheid van kwik.

a)

kleiner dan

b)

gelijk aan

c)

groter dan

6.

Nathan en Rick verdunnen alcohol met water en brengen dit mengsel aan de kook.

Nathan zegt: “Het kookpunt van het mengsel ligt tussen de 78 °C en de 100 °C.

Rick zegt: “Een kookpunt is een stofeigenschap, dus bij 78 °C begint het mengsel al te koken.”

Wie heeft of wie hebben gelijk?

a)

alleen Nathan

b)

allen Rick

c)

beiden gelijk

d)

beiden ongelijk

7.

Waterstofperoxide kun je in opgeloste vorm bij de drogist kopen. Je kunt het gebruiken om wondjes te ontsmetten en je haar te bleken.

Als je waterstofperoxide verhit, ontleedt het. Bij de ontleding ontstaan water en zuurstof.

Welke waarschuwing moet er dus op het etiket staan?

a)

brandbevorderend

b)

giftig

c)

irriterend

d)

licht ontvlambaar

8.

Welke twee zijn P-zinnen?

a)

Licht ontvlambare vloeistof of damp.

b)

Kan dodelijk zijn als de stof bij inslikken in de luchtwegen terechtkomt.

c)

Na inslikken onmiddellijk een vergiftigingscentrum of arts raadplegen.

d)

Kan slaperigheid of duizeligheid veroorzaken

e)

Geen braken opwekken.

9.

Als je werkt met gevaarlijke stoffen geldt de regel: voorkomen is beter dan genezen.


Welke voorzorgsmaatregel moet je in acht nemen als je een proef doet met calciumcarbonaat (irriterend voor de ogen)?

a)

plastic handschoenen aantrekken

b)

een veiligheidsbril opzetten

c)

niet roken en een raam opzetten

d)

werken met een gasmasker

10.

Op een fles loodchloride staat het gevarensymbool licht giftig.


Welk pictogram is het gevarensymbool van giftig?

a)

pictogram 1

b)

pictogram 2

c)

pictogram 3

d)

pictogram 4

11.

Bio-ethanol wordt gebruikt als brandstof voor gelhaarden.


Welke waarschuwing moet er op het etiket staan?

a)

brandbevorderend

b)

giftig

c)

irriterend

d)

licht ontvlambaar

12.

Als je werkt met gevaarlijke stoffen geldt de regel: voorkomen is beter dan genezen.


Welke voorzorgsmaatregel moet je in acht nemen als je een verstopte afvoer openmaakt met natriumhydroxide (corrosief)?

a)

plastic handschoenen aantrekken

b)

een veiligheidsbril opzetten

c)

niet roken en een raam openzetten

d)

werken met een gasmasker

13.

Hierna staan vier processen uit het dagelijks leven.


Welke twee processen zijn een chemische reactie?

a)

gips wordt hard als de dokter een gipsverband aanlegt om een gebroken arm

b)

boter wordt vloeibaar als je een klontje verwarmt in een pan

c)

beslagen autoruiten worden droog als je de autoverwarming flink hoog zet

d)

kalkaanslag verdwijnt als je de badkamertegels schoonmaakt met huishoudazijn

14.

Als je buskruit mengt met koolstof en zwavel, ontstaan kaliumsulfide, koolstofdioxide en stikstofgas.


Wat zijn bij deze reactie de reactieproducten?

a)

buskruit

b)

koolstof en zwavel

c)

kaliumsulfide

d)

koolstofdioxide

e)

stikstofgas

15.

Hierna staan vijf processen uit het dagelijks leven.


Welke drie processen zijn een faseovergang?

a)

een klontje boter wordt vloeibaar als je het verwarmt in een koekenpan

b)

haar kleurt lichter als je kapper je haar bleekt met een oplossing van waterstofperoxide

c)

stearine verbrand als je een kaars aansteekt en laat branden

d)

alcohol verdampt als je een scheut wijn bij het vlees doet en een poosje laat koken

e)

waterdamp condenseert als stoom weer afkoelt in de condensator van een elektriciteitscentrale

16.

Wanneer waterdamp over gloeiend ijzer wordt geleid, reageren de stoffen met elkaar. Er ontstaat dan ijzeroxide en waterstofgas.


Wat zijn bij deze reactie de beginstoffen?

a)

ijzer

b)

ijzeroxide

c)

waterdamp

d)

waterstofgas

17.

Natriumwaterstofcarbonaat (NaHCO3) is een witte vaste stof. Als je deze stof verwarmt, ontstaan koolstofdioxide (CO2), waterdamp (H2O) en vast natriumcarbonaat (Na2CO3).


Om wat voor soort reactie gaat het hier?

a)

verbrandingsreactie

b)

ontledingsreactie

c)

faseovergang

18.

Spiritus bestaat grotendeels uit alcohol (ethanol). Het wordt onder andere gebruikt als schoonmaakmiddel en als brandstof.

Jasper beweert dat je vloeibare spiritus kunt aansteken, er staat namelijk een gevarensymbool op de verpakking.

Trees beweert dat vloeibare spiritus niet brandt, maar gasvormige spiritus wel.

Wie heeft gelijk?

a)

alleen Jasper

b)

alleen Trees

c)

beiden hebben gelijk

d)

beiden hebben ongelijk

19.

In airbags zit de stof natriumazide. Bij een botsing ontstaat uit deze stof stikstofgas en waterstofgas.


Om wat voor soort reactie gaat het hier?

a)

verbrandingsreactie

b)

ontledingsreactie

c)

faseovergang

20.

Spiritus bestaat grotendeels uit alcohol (ethanol). Het wordt onder andere gebruikt als schoonmaakmiddel en als brandstof.


Wat is het reactieschema van de verbranding van ethanol?

a)

ethanol + zuurstof --> koolstofdioxide + water

b)

ethanol + koolstofdioxde --> zuurstof + water

c)

koolstofdioxide + water --> ethanol + zuurstof

d)

zuurstof + water --> ethanol + koolstofdioxide