wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoorden

Total questions: 10

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het werkwoord ?

Ik eet graag appels.

a)

Ik

b)

eet

c)

graag

d)

appels

2.

Wat is het werkwoord?

Yasir speelt met de bal.

a)

Yasir

b)

speelt

c)

met de bal

3.

Wat is het werkwoord ?

In het pretpark zit ik het liefst in de draaimolen.

a)

In het pretpark

b)

zit

c)

ik

d)

het liefst

e)

in de draaimolen

4.

Wat is het werkwoord?

De brandweerman blust de branden.

a)

De brandweerman

b)

blust

c)

de

d)

branden

5.

Wat is het werkwoord ?

De poezen verstoppen zich in de tas.

a)

De poezen

b)

verstoppen

c)

zich

d)

in de tas

6.

Wat is het werkwoord ?

Gisteren ging ik met Violette naar een feest.

a)

Gisteren

b)

ging

c)

ik

d)

met een vriendin

e)

naar een feest

7.

Wat is het werkwoord ?

Het eerste elftal behaalde zijn derde overwinning op rij.

a)

Het eerste elftal

b)

behaalde

c)

zijn derde overwinning

d)

op rij

8.

Wat is het werkwoord ?

Alina en Manon spelen met de springtouw op de speelplaats.

a)

Alina en Manon

b)

spelen

c)

met de springtouw

d)

op de speelplaats

9.

Wat is het werkwoord ?

Het orkest oefent elke dinsdag voor het concert.

a)

Het orkest

b)

oefent

c)

elke dinsdag

d)

voor het concert

10.

Wat is het werkwoord ?

De kinderen gaan vandaag naar Walibi.

a)

De kinderen

b)

gaan

c)

vandaag

d)

naar Walibi