NEW
Font size
WorksheetsWerkwoorden
Total questions: 10
Worksheet time: 20mins
Wat is het werkwoord ?
Ik eet graag appels.
Ik
eet
graag
appels
Wat is het werkwoord?
Yasir speelt met de bal.
Yasir
speelt
met de bal
Wat is het werkwoord ?
In het pretpark zit ik het liefst in de draaimolen.
In het pretpark
zit
ik
het liefst
in de draaimolen
Wat is het werkwoord?
De brandweerman blust de branden.
De brandweerman
blust
de
branden
Wat is het werkwoord ?
De poezen verstoppen zich in de tas.
De poezen
verstoppen
zich
in de tas
Wat is het werkwoord ?
Gisteren ging ik met Violette naar een feest.
Gisteren
ging
ik
met een vriendin
naar een feest
Wat is het werkwoord ?
Het eerste elftal behaalde zijn derde overwinning op rij.
Het eerste elftal
behaalde
zijn derde overwinning
op rij
Wat is het werkwoord ?
Alina en Manon spelen met de springtouw op de speelplaats.
Alina en Manon
spelen
met de springtouw
op de speelplaats
Wat is het werkwoord ?
Het orkest oefent elke dinsdag voor het concert.
Het orkest
oefent
elke dinsdag
voor het concert
Wat is het werkwoord ?
De kinderen gaan vandaag naar Walibi.
De kinderen
gaan
vandaag
naar Walibi
