wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BOEKHOUDEN

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Tot welke categorie behoren de schulden?

a)

Actief

b)

Passief

c)

Kosten

d)

Opbrengsten

2.

Kantoormachines behoort tot...

a)

Vaste activa

b)

Vlottende activa

c)

Eigen vermogen

d)

Schulden

3.

Wat is een vordering?

a)

Geld op je bankrekening

b)

Geld dat je nog moet betalen aan de leverancier

c)

Geld dat je nog moet krijgen van de klant

d)

Het vermogen van de eigenaar zelf

4.

Langs welke zijde vermindert (-) een passiefrekening?

a)

Debet

b)

Credit

5.

In welke klasse vind je de kosten?

a)

Klasse 4

b)

Klasse 5

c)

Klasse 6

d)

Klasse 7

6.

Langs welke zijde neemt een kostenrekening toe? (+)

a)

Debet

b)

Credit

7.

Welke BTW is er bij een verkoop?

a)

Verschuldigde BTW

b)

Aftrekbare BTW

c)

Liquide BTW

d)

Termijn BTW

8.

Welk soort BTW is er bij een aankoopfactuur?

a)

Aftrekbare BTW

b)

Te betalen BTW

c)

Verschuldigde BTW

d)

BTW op termijn

9.

Welk soort verrichting is een aankoopfactuur?

a)

Commerciële verrichting

b)

Financiële verrichting

10.

Welke creditnota is er wanneer ons bedrijf goederen terugstuurt naar de leverancier?

a)

Inkomende creditnota (ICN)

b)

Uitgaande creditnota (UCN)

11.

Wat gebeurt er met onze kosten bij een ICN?

a)

Stijgen

b)

Dalen

c)

Blijven gelijk

12.

Welke van deze documenten is GEEN financiële verrichting?

a)

Rekeninguittreksel

b)

Kasdocument

c)

Uitgaande creditnota

13.

Wat zal er dalen wanneer de klant zijn factuur betaalt?

a)

Schulden

b)

Vorderingen

c)

Bankrekening

d)

BTW-saldo

14.

Welke van deze rekeningnummers is handelsdebiteuren?

a)

57 000

b)

60 400

c)

40 000

d)

35 110

15.

Waar op de balans vinden we de rekening "KAS" terug?

a)

Materiële vaste activa

b)

Liquide middelen

c)

Schulden op korte termijn

d)

Eigen vermogen

16.

Welk ander woord kennen we voor de aankoop van een gebouw?

a)

Betaling

b)

Vereffening

c)

Investering

d)

Retour

17.

Bij een uitgaande creditnota (UCN) is er sprake van ...

a)

Opbrengsten die dalen

b)

Opbrengsten die stijgen

c)

Kosten die dalen

d)

Kosten die stijgen

18.

Op welke van deze aankopen is er geen BTW?

a)

Aankoop handelsgoederen

b)

Onderhoud en herstellingen

c)

Aankoop rollend materieel

d)

Verzekeringen

19.

Wanneer het saldo (het geld op onze bankrekening) daalt na de betaling van een aankoopfactuur dan daalt ook de ...

a)

Schuld aan de leverancier

b)

Vordering op de klant

c)

Vordering op de staat

d)

Schuld tegenover de staat

20.

Welke van deze zijn "diensten en diverse goederen"?

a)

Een printer

b)

Een bureaustoel

c)

Internetkosten

d)

Handelsgoederen

21.

Hoe heet het document waarop je al je BTW-gegevens invult?

a)

Belastingsbrief

b)

BTW-aangifteformulier

c)

BTW-aankoopbewijs

d)

Belastingsbalans

22.

Welke van deze aankopen is GEEN vaste activa?

a)

Een bestelwagen

b)

Bureaumeubilair

c)

Machines

d)

Telefoonkosten

23.

Wat bereken je met de formule opbrengsten - kosten ?

a)

Omzet

b)

Winst

c)

Schulden

d)

Vorderingen

24.

Welke van deze goederen is 6% BTW?

a)

Een grote slaapzak voor twee personen

b)

Een opklapbare tent

c)

Een kaart van Frankrijk

d)

Stevige wandelschoenen

25.

Welke van deze zaken is NIET verplicht op een T-rekening?

a)

Naam van de rekening

b)

D en C

c)

Rekeningnummer

d)

Naam van het document

e)

Datum