wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal 4V

Total questions: 25

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Zijn de werkwoorden goed gespeld?


'De bijsluiter vermeld dat dit geneesmiddel de rijvaardigheid beïnvloedt.'

a)

vermeld is goed, beïnvloedt is fout

b)

vermeld is fout, beïnvloedt is goed

c)

vermeld en beïnvloedt zijn goed

d)

vermeld en beïnvloedt zijn fout

2.

Zijn de werkwoorden goed gespeld?


'Luuk belooft zijn buurvrouw dat hij soms in haar tuintje onkruid wied.'

a)

belooft is goed, wied is fout

b)

belooft is fout, wied is goed

c)

belooft en wied zijn goed

d)

belooft en wied zijn fout

3.

Zijn de werkwoorden goed gespeld?


'De brandweer verklaardt dat er geen gevaar is dat het afgebrande gebouw instort.'

a)

verklaardt is goed, instort is fout

b)

verklaardt is fout, instort is goed

c)

verklaardt en instort zijn goed

d)

verklaardt en instort zijn fout

4.

Zijn de werkwoorden goed gespeld?


'Erik verorberde een boterham en storte zich daarna op zijn studieboeken.'

a)

verorberde is goed, storte is fout

b)

verorberde is fout, storte is goed

c)

verorberde en storte zijn goed

d)

verorberde en storte zijn fout

5.

Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.


'Het renpaard van meneer Roelofs (a)   (draven) in een groepje door het weiland.'

6.

Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.


'Na een turbulente vlucht (a)   (landen) het vliegtuig veilig op de luchthaven.'

7.

Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.


' (a)   (verbeelden) die popster zich soms dat hij de beste van de wereld is?'

8.

Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.


' (a)   (worden) je ook zo moe van het eerste uur les?'

9.

Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.


'Het (a)   (gonzen) van de geruchten over een mogelijke nieuwe versoepeling.'

10.

Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd.


'Waarom (a)   (mopperen) die tennisser vorige week toch zo?'

11.

Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd.


'Een voor een (a)   (plonzen) de jongens in het koude water voor de nieuwjaarsduik.'

12.

Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd.


'Voor vertrek (a)   (checken) de buschauffeur de hoeveelheid diesel in zijn tank.'

13.

Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd.


'De renpaarden van stoeterij Roelofs (a)   (draven) in een groepje door het weiland.'

14.

Hoe noem je de onderstreepte werkwoordsvorm?

Kies uit: inf, gw, od, vd, bn.


'De goed uitgeruste reddingsploeg zocht na de aardbeving in de huizen naar overlevenden.'

(a)  

15.

Hoe noem je de onderstreepte werkwoordsvorm?

Kies uit: inf, gw, od, vd, bn.


'De reddingsploeg zocht na de aardbeving in de ingestorte huizen naar overlevenden.'

(a)  

16.

Hoe noem je de onderstreepte werkwoordsvorm?

Kies uit: inf, gw, od, vd, bn.


'Glimlachend toonde de kunstverzamelaar ons de schilderijen.'

(a)  

17.

Hoe noem je de onderstreepte werkwoordsvorm?

Kies uit: inf, gw, od, vd, bn.


'De kunstverzamelaar toonde ons de schilderijen die zijn familie had verzameld.'

(a)  

18.

Hoe noem je de onderstreepte werkwoordsvorm?

Kies uit: inf, gw, od, vd, bn.


'Meld je daarvoor bij de leraar.'

(a)  

19.

Hoe noem je de onderstreepte werkwoordsvorm?

Kies uit: inf, gw, od, vd, bn.


'De toeristen liepen door de golven, die op het strand kwamen aanrollen.'

(a)  

20.

Welke dubbelopfout wordt er gemaakt?


'Hij vroeg permissie om zijn huis te mogen verbouwen.'

a)

onjuiste herhaling

b)

tautologie

c)

pleonasme

d)

contaminatie

e)

dubbele ontkenning

21.

Welke dubbelopfout wordt er gemaakt?


'Na de uitkomst van het onderzoek voelde hij zich misleid en bedrogen door zijn manager.'

a)

herhaling

b)

tautologie

c)

pleonasme

d)

contaminatie

e)

dubbele ontkenning

22.

Welke dubbelopfout wordt er gemaakt?


'De secretaris zal nog even nachecken of we de juiste datums hebben opgegeven.'

a)

herhaling

b)

tautologie

c)

pleonasme

d)

contaminatie

e)

dubbele ontkenning

23.

Welke dubbelopfout wordt er gemaakt?


'Vanwege familieomstandigheden was hij niet in staat te kunnen komen.'

a)

herhaling

b)

tautologie

c)

pleonasme

d)

contaminatie

e)

dubbele ontkenning

24.

Welke dubbelopfout wordt er gemaakt?


'Ik had niet verwacht dat over zoiets iemand zo kwaad over kan worden.'

a)

herhaling

b)

tautologie

c)

pleonasme

d)

contaminatie

e)

dubbele ontkenning

25.

Welke dubbelopfout wordt er gemaakt?


'Hoe durft hij te ontkennen dat hij niets met de zaak te maken heeft?'

a)

herhaling

b)

tautologie

c)

pleonasme

d)

contaminatie

e)

dubbele ontkenning