wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Schoonmaken: de quiz!

Total questions: 21

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Schoonmaak is het einde van het productieproces

a)

Goed

b)

Fout

2.

Een voorbeeld van een micro-organisme is....

a)

een bacterie

b)

een schimmel

c)

een gist

d)

huismijten

3.

Micro-organismen zijn altijd slecht voor de gezondheid.

a)

Goed

b)

Fout

4.

Welk van onderstaande bacteriën is juist gewenst in ons proces?

a)

Listeria Monocytogenes

b)

Lactobacillales lactis

c)

Escherichia coli

d)

Clostridium butyricum

5.

Kruisbesmetting vindt plaats door:

a)

Schoenen

b)

Handen

c)

Borstels

d)

Lucht

6.

Uit welke hoofdbestanddelen bestaat melk?

a)

Water, Vet, Eiwit, Suiker, Mineralen

b)

Water, Vet, Eiwit, Mineralen, Suiker, Zuren

c)

Water, Vet

d)

Vet, Eiwit, Mineralen

7.

Welk reinigingsmiddel werkt het best bij vet- en eiwitvervuiling?

a)

Een zuur reinigingsmiddel

b)

Een alkalisch reinigingsmiddel

c)

Een desinfecterende reinigingsmiddel

8.

Welke van onderstaande middelen zijn alkalische reinigingsmiddelen?

a)

Salpeterzuur

b)

Non-Stick

c)

Hypofoam

d)

Loog (natronloog)

9.

Zure reinigingsmiddelen zijn gevaarlijker dan alkalische.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Als een oppervlak er schoon en glanzend uit ziet dan is het altijd schoon.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Suikers zijn een goede voedingsbron voor bacteriën. Wat is in onze fabriek een belangrijke bron van suiker?

a)

Wei

b)

Wrongel

c)

Stremsel

12.

Slijmvorming door lek- en perswei wordt veroorzaakt door:

a)

Zuurselbacteriën

b)

Stremsel

c)

Waswater

13.

Non-Stick en Salpeterzuur zijn zure reinigingsmiddelen. Welk gevaar ontstaan indien deze in contact komen met hypofoam?

a)

Het vrijkomen van giftig chloorgas

b)

Het vrijkomen van veel hitte

c)

Het neutraliseren van het zuur zodat het reinigingsmiddel niet meer werkt.

14.

Welke factoren zijn van belang bij het schoonmaken?

a)

Mechanische kracht

b)

Concentratie

c)

Temperatuur

d)

Tijd

e)

Kleur

15.

Hoe wordt het reinigen van de installatie genoemd waarbij het schoonmaakmiddel naar de installatie wordt gebracht?

a)

Cleaning In Place (CIP)

b)

Cleaning In Permanent installation (CIP)

c)

Cleaning Out Place (COP)

d)

Voorspoelen

16.
a)

2: voorspoelen

b)

2: pauzeren

c)

4: naspoelen en inspectie

d)

4: naspoelen en drogen

17.

Wat is een voorbeeld van mechanische kracht bij reinigen?

a)

Borstelen

b)

Spoelen

c)

Hoge temperatuur

18.

Wat is de volgorde bij het spoelen?

a)

Maakt niets uit

b)

Van boven naar beneden

c)

Van beneden naar boven

19.

De 'line-clearance' is een voorbeeld van

a)

Inspectie na reining

b)

Inspectie voor opstart

c)

Verificatie van de reiniging

20.

Schoon stilstaand water in de installatie na reinigen vormt geen risico voor voedselveiligheid.

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

Een goede reiniging in onze fabriek is zeer belangrijk voor de voedselveiligheid.

a)

Waar

b)

Niet Waar